BD | Antilliaans onderzoek seksueel misbruik ligt al jaren stil

Plaquette
Plaquette

 Door Dorine Steenbergen NIJMEGEN/WILLEMSTAD Het onderzoek naar seksueel misbruik binnen de katholieke kerk op de voormalige Nederlandse Antillen en in Suriname ligt al jaren stil. De Commissie Koeijers, evenknie van de Commissie Deetman, bestaat alleen nog op papier. Dat blijkt uit bronnenonderzoek. Niet alleen in Nederland vergreep de geestelijkheid zich aan kinderen, ook op Curaçao gebeurde dit. De in Nederland zo zeer in opspraak geraakte Fraters van Tilburg leidden daar sinds de jaren zestig van de vorige eeuw San Fernando, een jongensinternaat voor wezen en kinderen uit gebroken gezinnen. De 62-jarige J., opgegroeid op Curaçao maar al vele jaren woonachtig in Nederland, is in dat internaat van zijn tiende tot veertiende jaar ernstig misbruikt en mishandeld door een drietal fraters, onder wie de overste. Toen hij in 2010 zijn klachten aanhangig maakte bij de Commissie Deetman, kreeg hij nul op het request. De commissie toonde zich weliswaar ‘diep geraakt’ door J’s. ervaringen, maar weigerde zijn klacht in behandeling te nemen omdat de gebeurtenissen zich hadden afgespeeld buiten Nederland. J. vond uiteindelijk genoegdoening bij de Fraters van Tilburg die hem een compensatieregeling uitkeerden ter waarde van 45.000 euro. De Commissie Koeijers, in het leven geroepen om ‘Antilliaanse’ klachten in behandeling te nemen die door de Commissie Deetman niet ontvankelijk waren verklaard, heeft voor zover bekend uitsluitend in 2010 twee klachten in behandeling genomen. Daarna is de commissie niet meer naar buiten getreden. Hoeveel klachten als die van J. door de Commissie Deetman niet ontvankelijk zijn verklaard, is niet bekend. Het verhaal van J. De Fraters van Tilburg die de afgelopen jaren in verband met het seksueel misbruik binnen de katholieke kerk zo vaak negatief van zich deden spreken, waren tot 1995 ook actief op wat destijds de Nederlandse Antillen heette. ‘Weerzinwekkend’, worden door de huidige algemeen overste van de fraters hun misdragingen aldaar betiteld. J’s gevecht met zijn drie ‘kwelheren’

Frater Enricus van Kerckhof

Frater Enricus van Kerckhof

Op banda abou, het platteland van Curaçao, staat in de zinderende hitte in het slaperige dorpje Soto, een restje tropisch Nederland. Het gebouw Emaus van het voormalige jongensinternaat San Fernando, waar ooit de Fraters van Tilburg de scepter zwaaiden, is nog helemaal intact. Inclusief een kast vol vergeten kazuifels. De fraters vertrokken in 1995 en Emaus is tegenwoordig een religieus bezinningscentrum. Daar is het hier, in the middle of nowhere, een prachtige plek voor, ver van de stadse drukte en de alom aanwezige toeristen van Punda en Otrabanda. Voor de bezoeker is het heerlijk toeven in de schaduw van de bomen in de verstilde, rustieke, voormalige fraterstuin. Vooral het bankje met zicht op de met waterlelies gevulde vijver is een gewilde plaats.

Vijvertje met beeldhouwwerk

Vijvertje met beeldhouwwerk

Het vijvertje wordt gesierd door een beeldhouwwerk: een in rood steen uitgehouwen jongetje, slechts gekleed in een lendendoekje, leunt met zijn handen achter zijn hoofd achterover, zijn mond wijd opengesperd. Wat de rustzoekers niet weten is dat er in het binnenste van dat jongetje een mechaniek zit verborgen. Ooit sproeide er water door zijn mond naar buiten en was het jongetje een fontein. En wat zij al helemaal niet kunnen weten is dat dat jongetje hier, in het internaat van San

Frater Candidus v.d. Linden. Hoofd Don Sarto School

Frater Candidus v.d. Linden. Hoofd Don Sarto School

Fernando, in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw op gruwelijke wijze is misbruikt door een drietal fraters. Voor een van hen, frater Enricus, moest hij vrijwel naakt poseren. Daar is dit beeld uit voortgekomen. Dat jongetje is J., die tegenwoordig al weer vele jaren in Amsterdam woont. Toen in 2010 het misbruik door de katholieke kerk in volle hevigheid in de publiciteit kwam, trok dat de wonden die hij tijdens zijn internaatstijd op Curaçao opliep weer open.

“Ik ben het nooit vergeten, maar ik heb kans gezien om het jarenlang weg te stoppen. Toen de slachtoffers in Nederland eindelijk van zich deden spreken, durfde ik ook mijn mond open te doen.”

Want de overeenkomsten zijn groot. Ook J. is mishandeld en misbruikt door de Fraters van Tilburg. En ook hij wenst genoegdoening voor het leed dat hij al een levenlang met zich meesleept. J. wordt in 1953 geboren in Rotterdam. Hij is, met een jongere halfbroer en een oudere broer, het middelste kind. Zijn moeder is Nederlandse, zijn vader Antilliaan. Als hij vijf is emigreert het gezin naar Curaçao en er volgen enkele mooie jaren. Als J’s. vader overlijdt en zijn moeder er alleen voor komt te staan, brengt zij J. en zijn broers met de beste intenties onder in Soto, bij de Fraters van Tilburg.

Frater Emillianus Helvoirt

Frater Emillianus Helvoirt

Anders dan zijn broers is J. een verlegen kereltje, niet opgewassen tegen de keiharde mores in het internaat. Hij wordt er regelmatig mishandeld en verkracht door oudere jongens en van zijn tiende tot zijn veertiende jaar misbruikt door drie fraters. Zo is daar frater Enricus, de kunstenaar, die bij J. liefde weet op te wekken voor tekenen en schilderen. Als er in de tuin bij het fraterhuis een vijver wordt aangelegd, komt Enricus op het idee dat met een beeld te versieren. J. moet daarvoor poseren, in een zwembroekje, in een afgelegen garage.

“Dat vond ik eerst een hele eer. Ik kreeg snoep en mocht daar spelen met de boxers van de fraters. Ik bewonderde Enricus om zijn kunstzinnigheid. Dat ik daar een rol in mocht spelen.”

Na afloop van het poseren  troont Enricus J. mee naar zijn kamer. Daar betast hij hem, kleedt hem en zichzelf uit, gaat op hem liggen en komt klaar tussen de benen van J.

“Ik mocht er met niemand over praten.”

J. slaapt in paviljoen 1 waar frater Emilianus, de sadist, de leiding heeft. Overdag staat Emilianus toe te kijken als de jongens op het schoolplein voetballen.

“Tijdens het spel wierp hij dan een veelbetekenende blik op je waarmee hij liet merken dat je iets fout had gedaan. Je wist nooit wat, maar wél dat er straf boven je hoofd hing.”

Emilianus heeft het zo geregeld dat J’s. bed naast zijn kamer staat. Als hij dan ’s avonds zijn ronde heeft gemaakt door het paviljoen, eindigt hij bij J’s. bed en tikt daartegen met zijn sleutelbos.

“Dat was het sein dat ik naar zijn kamer moest komen om gestraft te worden. Hij sloeg met een tuinslang over mijn blote billen terwijl ik voorover gebogen met mijn hoofd tussen zijn knieën moest zitten. Afhankelijk van wat ik fout had gedaan koos hij een lange of een korte tuinslang. De lange was het ergst. Die zwiepte tussen mijn benen door tegen mijn buik. Dat deed vreselijk pijn. Hij zei dat ik niet mocht schreeuwen of huilen omdat de andere jongens mij dan zouden horen en dat ik daar dan zeker mee geplaagd zou worden.”

Frater Candidus is de geniepigerd. Als frater-overste, hoofd van de school, hoofd van het internaat en bovendien hoofd van de hele congregatie in het Caribisch gebied, inclusief Suriname, is hij oppermachtig. In geval van straf worden de jongens ook naar hem toegestuurd. En public ranselt hij hen af met een vlaggenkoord waarin knopen voor een effect zorgen. Sommigen, onder wie J., moeten ook naar zijn kamer komen.

“Daar sloeg hij je met de vlakke hand in het gezicht. Maar hij maakte ook je gulp open en begon dan met je piemeltje te spelen. Hij zei dat God dat goed vond en ook dat je daar niet over mocht praten.”

Toch heeft J. die dreigementen twee keer getrotseerd. Eén keer toen er een justitiële inspectiegroep langskwam naar aanleiding van klachten over misstanden onder de jongens onderling.

“Ik heb aan een mevrouw van dat gezelschap verteld over Enricus, Emilianus en Candidus. Ik heb daar nooit meer iets over gehoord.”

De tweede keer trekt hij aan de bel bij zijn moeder.

“Eens in de zes weken mochten we een weekend naar huis. Ik heb haar verteld wat de fraters met mij deden. Ze werd boos, noemde me een fantast.”

Aan de mishandelingen en het misbruik komt een einde als J. veertien jaar is en naar Scherpenheuvel verhuist, het internaat elders op Curaçao voor de oudere jongens. Later gaat hij naar de LTS en verhuist naar Nederland. Hij heeft zich altijd schuldig gevoeld over de gebeurtenissen in Soto.

“Ik dacht dat ik het er zelf naar had gemaakt. In therapieën heb ik geleerd dat een kind nooit schuldig kan zijn aan zoiets verschrikkelijks.” Ook machteloze woede steekt de kop op. “Het kán gewoon niet anders dan dat de fraters onderling wisten wat ze met mij en andere jongens deden.”

J. heeft zijn hele leven psychische problemen gekend.

“Het lukt me niet om langdurige relaties aan te gaan en om dingen in mijn leven af te maken. Er is altijd een donkere schaduw die overal overheen valt.”

Psychotherapie heeft hem mondiger gemaakt en hem geleerd de pijn een plaats te geven.

“Toch was het van groot belang om erkenning te krijgen.”

Hij stapt naar de kerkelijke klachtencommissie Hulp en Recht en naar de Commissie Deetman die de verhalen van de slachtoffers beoordeelt. Bij beide instanties heet het dat ‘wat zich buiten Nederland aan misbruik heeft afgespeeld, zich onttrekt aan ons zicht en de mogelijkheid dit correct te onderzoeken’. Dat maakt J. hels.

“Het is inderdaad buiten Nederland gebeurt”, briest hij, “maar wel degelijk door jullie geestelijken.”

Middels mediation heeft J. van de Fraters van Tilburg ten langen leste genoegdoening gekregen. In een zogeheten ‘vaststellingsovereenkomst’, gedateerd op 1 augustus 2012, is hem 45.000 euro compensatie toegekend. ‘Weerzinwekkend’, betitelt daarin de generaal overste van de Fraters van Tilburg hetgeen J. is overkomen, ‘temeer omdat ons werk is gericht op kinderen die al achtergesteld zijn. Dat daarbij sprake was van machtsmisbruik, fysiek en seksueel, maakt het extra ellendig.’ De overeenkomst rept verder over de afwezigheid van bewijs dat de drie genoemde fraters vóór uitzending naar Curaçao al eens schuldig waren bevonden aan seksueel misbruik. Het geld heeft J. gestopt in de bouw van een huis op Curaçao. Want ondanks de gruwelijkheden uit zijn jeugd blijft dat zijn vaderland waar hij ooit zijn oude dag wil slijten. Daarom ook wil hij niet met zijn echte naam in de krant.

“Ooit ga ik terug naar dushi Korsou. Dan wil ik niet dat de mensen mij hierover nawijzen.”

Waarom hij zijn verhaal nu dan wel vertelt?

“Omdat kindermisbruik nog steeds doorgaat. Ik hoop dat mijn verhaal mensen wakker schudt. Als daardoor het misbruik van één enkel kind kan worden voorkomen, ben ik al blij.”

De hoop dat andere Antilliaanse slachtoffers ook met hun ervaringen naar buiten komen, heeft hij opgegeven.

“Op de Antillen is de rooms-katholieke kerk niet alleen oppermachtig maar ook nog steeds heilig. De mensen willen deze verhalen simpelweg niet horen.” En de fraters? Als J. in 2010 begint om zijn ervaringen aanhangig te maken leeft alleen Emilianus nog. In Tilburg wordt hem een ontmoeting met de hoogbejaarde geestelijke voorgesteld. “Ik heb daarvan afgezien.”

Candidus krijgt in 1971 uit handen van Prins Bernhard de Zilveren Anjer uitgereikt, bestemd ‘voor personen van onbesproken vaderlands gedrag, wegens verdiensten voor de Nederlandse cultuur of voor de Nederlandse Antillen’. Bij die gelegenheid verschijnen er foto’s van Candidus en de prins in de kranten. In 1975 wordt de frater-overste  benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau en in 1995 wordt Candidus ere-burger van Bonaire waar hij dan woont. Onder de naam frater Francis slijt hij zijn  laatste levensjaren in Californië waar hij in 1998 overlijdt. Als laatste van J’s. drie ‘kwelheren’, zoals hij hen noemt, is inmiddels ook Emilianus overleden. Note van de Redactie: De ware namen van de jongens zijn vervangen door alleen de voorletter. Dit om de anonimiteit van de slachtoffers te waarborgen Bron: Brabants Dagblad/Spectrum: De ‘kwelheren’ van Curaçao

10 Reacties op “BD | Antilliaans onderzoek seksueel misbruik ligt al jaren stil

  1. Het is ongelooflijk dat dit hier op de Antillen waar een macho cultuur heerst kon gebeuren. Het zelfde probleem wat we toen hadden hebben we nog steeds, die verdomde taboe.

    Dingen mogen niet bespreekbaar worden want er is schaamte of het is niet netjes dus laat het allemaal stiekem gebeuren.

    Wij zien dit in 2018 zelf op dit forum nog gebeuren, het woord seks mag niet in een reactie, anders wordt het gelijk verwijderd. Kijk maar naar alle reacties van @Ericlapas die verwijderd zijn en dit terwijl de man ons alleen voor pedofielen en andere viezeriken wilde waarschuwen.

    Want waar hebben wij het hier over? Blanke geestelijken die het lekker vonden om zwarte neger kontjes te pakken.

  2. sommige leven nog

  3. stanley Held

    Ik zou dit verhaal vertalen en naar Rome toesturen. Nu begrijp ik waarom de kinderen uit die tijd bijna nooit wilde praten over hun verblijf in het internaat. Jammer dat de beulen dood zijn. Heb diep respect voor de slachtoffers die aan de wereld hun verhaal hebben verteld.

  4. Ja hoor Hubert, niets hoeft…een paard wel ;9

  5. Dus er werd tegen mij gelogen dat zij allang zijn gestorven op de gasthuis ring

  6. Hubert, zeggen wat je denkt kan ook iets aardigs zijn…..alleen kan ik van je hieronder ingezonden proza geen soep koken 🙂

  7. Zij worden gebracht in de auto tassen vol voedsel ze konden naar de film .waar lagen hun steken …

  8. Als de fraters er niet waren wie waren de wel….later kwam en Stella nog andere …

  9. Waar kwam marselino. …clautilda. …Edwin …op betraande. Jones opeens vandaan de fraters waren era ooit. Openbare zeden mishandelingen. Steeds liep je tegen de meppen tot later op een leeftijd. Wst is er met je gebeurt kon daar antwoord op geven..ik wat vragen. ?

  10. “Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet, want voor zodanigen is het koninkrijk Gods.” En voor sommigen een hel op aarde, en dat laatste met dank aan hun “hoeders” wereldwijd, die hun ongezonde neigingen afdekken met met jurkgewaden en het door hun superieuren laten vergoelijken dan wel bagatelliseren.
    Even iemand op studieverlof dan wel retraite sturen en dan is het allemaal wel weer geregeld , voor de kerk dus. Bah.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *