FD | Crisis? Het kan altijd nóg erger dan in Venezuela

Jean Dohmen

Er is volgens het IMF weinig onderzoek gedaan naar dit type crises. De meeste onderzoeken richten zich op financiële, banken- en monetaire crises.

De economische crisis in Venezuela is een van de diepste die Latijns-Amerika de laatste decennia heeft getroffen. Door het catastrofale beleid van ‘bolivarist’ Hugo Chávez en zijn opvolger Nicolás Maduro is de economie fors gekrompen. Maar het kan nog altijd erger, blijkt uit een overzicht van economische rampen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Venezolanen betalen een hoge prijs voor de ideologische opvattingen van hun leiders: tussen 2013 en 2017 daalde het bbp per hoofd met 35%. Uitzonderlijk? Naar westerse maatstaven misschien wel, maar wereldwijd zijn extreme dalingen volgens het IMF ‘helaas niet zeldzaam’.

Minstens 20% eraf

In de dinsdag verschenen World Economic Outlook zet het IMF 133 gevallen van extreme bbp-dalingen tussen 1960 en 2017 op een rij. Om er zeker van te zijn dat alleen de zwaarste gevallen in de lijst belanden, was de voorwaarde dat er sprake moest zijn van een daling in bbp per hoofd van ten minste 20%.

Afrikaanse landen komen met 57 vermeldingen of ruim 42% het vaakst in de lijst voor. Noord-Amerika en West-Europa komen er nauwelijks in voor. Griekenland staat met een daling van 26 procent als gevolg van de monetaire crisis in de periode tussen 2007 en 2013 wel op de lijst, aldus het IMF.

Het straatarme Liberia, met een lange geschiedenis van geweld, voert de lijst aan met daling van 93% tussen 1979 en 1995. Voor de glijvlucht naar beneden begon, bedroeg het bbp per hoofd $1.575.

Georgië staat tweede, met een daling van 73% tussen 1990 en 1994. Na de onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie brak er etnisch geweld uit. Jemen, verscheurd door een burgeroorlog, zag het bbp per hoofd met 70% dalen tussen 2010 en 2017.

Vaker op lijst

Zimbabwe, berucht vanwege het wanbeleid onder Robert Mugabe en de hyperinflatie die daar het gevolg van was, haalt de top-5 niet. Het IMF gaat uit van een daling, tussen 1998 en 2008, van 56 procent.

De 133 gevallen betreffen 92 landen, wat impliceert dat nogal wat landen meerdere keren worden getroffen door een zware val in nationaal inkomen. De Democratische Republiek Congo staat twee keer op de lijst, Libanon komt drie keer voor, Libië vier keer.

Geleide economie

Er zijn vier belangrijke oorzaken voor forse terugvallen van de economie: geweld in al zijn verschijningsvormen (oorlog, burgeroorlog, rebellie), grote prijsdalingen van belangrijke exportproducten (grondstoffen zoals olie, landbouwproducten), de overgang van een geleide economie naar een vrije markteconomie, en economisch wanbeleid, zoals in Venezuela.

Er is volgens het IMF weinig onderzoek gedaan naar dit type crises. De meeste onderzoeken richten zich op financiële, banken- en monetaire crises. Maar deze leiden zelden tot een bbp-daling van meer dan 20%.

Helft herstelt nauwelijks

Het tempo waarin een land herstelt, verschilt. Nogal wat landen komen er niet of nauwelijks bovenop. Van de 92 landen uit het onderzoek, hadden er 45 in 2017 een bbp per hoofd dat lager was dan voor het begin van de daling. Diepere dalen leiden volgens het IMF later ook niet tot sterker herstel.

Het leeuwendeel van de gevallen deed zich voor in de jaren 80 van de vorige eeuw, als gevolg van de economische crisis en de schuldencrisis uit 1982. Begin jaren 90 nam het aantal gevallen weer toe toe als gevolg van de omvorming van voormalige communistische landen tot markteconomieën. Daarna daalde het aantal gevallen weer.

De verwachtingen voor Venezuela zijn weinig hoopvol. Het IMF houdt er rekening mee dat de daling daar doorzet en in 2023 is opgelopen tot 60%.

Bron: Financieel Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *