Opinie | Is de Wereldbank wel integer genoeg om toezicht te houden op Sint-Maarten?

Sint Maarten | Foto: NTR/Caribisch Netwerk

UTRECHT – De Algemene Rekenkamer presenteerde donderdag het rapport ‘Focus op de Nederlandse bijdrage aan de wederopbouw van Sint-Maarten’ aan de Tweede Kamer. Daaruit blijkt dat Sint-Maarten meer nodig heeft dan alleen financiële ondersteuning en dat de samenwerking met de Wereldbank door velen als belastend en vertragend wordt ervaren.

Onze Sint-Maartense columnist Naeem Juliana woont tegenwoordig in Utrecht, maar volgt de situatie op zijn eiland nauwlettend en deelt zijn mening.

Uit het rapport van de Algemene Rekenkamer rijst het beeld op van een stagnerend wederopbouw proces, deels te wijten aan de ondoelmatigheid en tegenstrijdigheid van sommige Wereldbank procedures. Zo liggen herstelwerkzaamheden aan de stroom- en watervoorziening van Sint-Maartenaren momenteel stil omdat de Wereldbank voor het lokale nutsbedrijf een Catch-22 creëert: De Wereldbank wil pas met geld over de brug komen als externe financiers het nutsbedrijf van een lening voorzien, maar diezelfde financiers wachten juist af tot de Wereldbank geld overmaakt.

‘Dit scenario is ook een ramp voor de Nederlandse belastingbetaler’

Het is neoliberalisme op zijn slechtst; een noodlijdend land pas helpen wanneer het zich volledig aan gestelde eisen conformeert. Tijdens het wachten op de hulp neemt de economische schade toe en wordt het alsmaar moeilijker om aan die eisen te voldoen. Zo ook op Sint-Maarten, waar met elke maand dat de vitale infrastructuur niet op orde is, economische groeimogelijkheden verloren gaan. Zo krimpt uiteindelijk de economie en wordt het land structureel armer, precies datgene dat door de hulp van de Wereldbank voorkomen zou moeten worden.

Dit scenario zou niet alleen een ramp zijn voor de Sint-Maartense bevolking, maar ook voor de Nederlandse belastingbetaler. De 470 miljoen euro die Nederland uiteindelijk in het trustfonds van de Wereldbank zal storen komt namelijk direct uit de rijksbegroting. Het is daarom van groot belang dat de Algemene Rekenkamer onderzoek doet naar de werkwijze en de doelmatigheid van de Wereldbank procedures.

‘De manipulatie van de eigen methodologie lijkt politiek gemotiveerd te zijn geweest’

In haar eerste poging hiertoe kon niet op de medewerking van de Wereldbank gerekend worden, zo blijkt uit het onlangs verschenen rapport: “In het beleid van de Wereldbank staat het standpunt centraal dat een unilateraal onderzoek door een rekenkamer van een individueel land zich niet goed verhoudt tot de governancestructuur van een multilateraal instituut als de Wereldbank. Bovendien wordt gesteld dat de Wereldbank zelf een robuust integriteitsbeleid heeft, waar ook van buitenaf op vertrouwd zou kunnen worden.”

Met andere woorden, deze slager kan prima zijn eigen vlees keuren. Dat juist de Wereldbank zich op dit standpunt stelt is opvallend, gelet op een groot integriteitsschandaal waar de organisatie recent mee te maken kreeg. De Wereldbank brengt periodiek een Doing Business rapport uit waarin het landen rangschikt op aantrekkelijkheid voor buitenlandse investeerders. Op 12 januari 2018 berichtte The Wall Street Journal dat de Wereldbank waarschijnlijk de methodologie heeft gemanipuleerd bij het opstellen van het rapport, met vertekening van de ranking van tenminste één land als gevolg. Kort samengevat lijkt de manipulatie van de eigen methodologie politiek gemotiveerd te zijn geweest, waardoor de ranking van Chili daalde als er een socialistische regering was en steeg als er een conservatieve regering was.

‘Het is de vraag of het integriteitsbeleid van de Wereldbank inderdaad zo robuust is als het zelf beweert’

Het is dus zeer de vraag of het integriteitsbeleid van de Wereldbank inderdaad zo robuust is als het zelf beweert. De Nederlandse staat moet dus wel toezicht organiseren, en dit niet aan de Wereldbank overlaten. Volgens het rapport van de Algemene Rekenkamer heeft de Nederlandse regering “het recht om op elk moment en zonder opgave van reden de stortingen aan het trustfonds op te schorten of te staken of zelfs het trustfonds in zijn geheel op te heffen”. Dan heeft het ook het recht om een voorwaarde te stellen aan verdere samenwerking, te weten medewerking van de Wereldbank aan periodiek unilateraal onderzoek door de Algemene Rekenkamer.

Naeem Juliana (29) vertrok op zijn zeventiende van Sint-Maarten naar Nederland om daar te gaan studeren. Inmiddels is hij arts en psychiater in opleiding. Op Caribisch Netwerk lees je zijn ervaringen en visie als young professional in Nederland.

Bron: NTR/CaribischNetwerk

4 Reacties op “Opinie | Is de Wereldbank wel integer genoeg om toezicht te houden op Sint-Maarten?

  1. Abraham Mossel

    Geld komt never nooit te recht bij Theo. SXM krijgt nada nopes niks. gaat terug in de pot waar het wel goed verdeeld kan worden, klijne kinderen in Afrika die met dikke op geblazen buikjes lopen van de honger, daaag Theo SXM/

  2. “…een noodlijdend land pas helpen wanneer het zich volledig aan gestelde eisen conformeert.” De eilanden hebben dit al eerder meegemaakt onder Pourier met de IMF. Vele niet functionerende overheidsnv’s aan overgehouden.

    @Brain S:
    De Wereldbank is ‘als intermediair’ tussen geschoven daar de vorige draaideur constructie ((U)SONA), waarbij het merendeel van het geld via Nederlandse consultants terug naar Nederland vloeide, opzij is gezet.
    De Wereldbank moet maatschappelijke waarde creêren. Daarvoor (economisch en maatschappelijk herstel) is vertrouwen nodig. De Wereldbank hanteert t.a.v. SXM een referentiekader dat niet bij de situatie past. Het geld dat voor de wederopbouw bestemd zijn, vallen niet in een stramien van een private instelling dat opzichzelf staat. Voorts moet er ‘oog’ zijn m.b.t. het maatschappelijk welzijn en/of publieke belangen. Ook is er binnen de organisatie geen ‘natuurlijke tegengeluid’. I.p.v. een professionele organisatie heeft SXM te maken met een clubje amateurs dat heel veel geld kost.

  3. Sint Maarten

    Er wordt een politiek spelletje gespeeld. De Nederlandse politiek is niet eenduidig wat de voormalige Antillen betreft. Dat Nederland zich zorgen maakt over slechte besteding is duidelijk. Dat Nederland niet beschuldigd wil worden van inmenging is ook duidelijk. Ja de wereldbank heeft strenge regels die vaak omslagtig zijn, maar meestal wel heel duidelijk. Het grootste probleem op dit moment is het nog steeds ontbereken van de NRPB en het evaluatie raamwerk waar projecten beoordeeld worden en resultaten gemeten kunnen worden. De verantwoordelijkheid hiervoor heeft altijd bij de lokale regering gelegen en het feit dat deze twee benodigdheden er nog niet zijn is kwalijk. Nu heeft het allemaal te lang geduurd en gaat de politiek met haast noodsprongen maken. Het argument dat er geen capaciteit aanwezig is, is niet meer dan een smoesje. Er is genoeg capaciteit aan mensen die ervaring hebben met orkanen en wederopbouw en dat geld ook voor het structurenen van een fonds en zorgen dat het deugdelijk besteed wordt. Opmerkelijk is dat dat laatste niet genoemd wordt in het rapport van de rekenkamer, en dan moet je je afvragen hoe zorgvuldig die te werk zijn gegaan.
    Alles wat er tot nu toe op papier staat stamt van een damage & loss assesment van ECLAC. En hoewel damage te meten is/was, blijven de losses toenemen door het uitblijven van projecten die duurzame groei op gang kunnen krijgen.
    De vraag is dus niet waarom er voor dit model is gekozen, Dat is niet meer belangrijk. Binnen het gekozen model is meer dan genoeg ruimte om deugdelijk met de wederopbouw bezig te gaan. Het probleem is dat de lokale prive-sector geheel buiten het process gehouden wordt. Daar draagt zowel de Locale als de Nederlandse politiek verantwoordelijkheid voor. Die twee kunnen daar samen heel snel verandering in brengen, als ze dat zouden willen en de wereldbank zal dit niet in de weg staan.

  4. Kan Naeem Juliana ook uitleggen waarom er voor deze constructie is gekozen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *