AD | ‘Wel eens gehoord van sexting?’

Mediawijsheid belangrijk voor school, ouders en kinderen
Door Martha van Bergen

Nationaal MediaCoach Ted Hövelmann

Nationaal MediaCoach Ted Hövelmann

Wel eens gehoord van sexting? Het is een van de gevaren waar de jeugd van tegenwoordig aan blootgesteld wordt waar het gaat om gebruik van de veelal de smartphone. Sexting is het sturen van seksueel getinte berichten of pikante foto’s of video’s, meestal via de mobiele telefoon.

Het is natuurlijk best spannend om aan sexting te doen met je vriend of vriendin. Maar, na de daad volgt de spijt!” zo houdt mediacoach Ted Hövelmann zijn toehoorders, een klas vol ouders, voor in een lezing op het Albert Schweitzer College havo/vwo.

Het is een van de voorbeelden in zijn voordracht over ‘de gevaren van nu op het internet’ waarvan hij de ouders in elk geval bewust wil maken. Want wat is mediawijsheid en hoe moet je kinderen hier nu in opvoeden?

Het antwoord kan niet eenduidig gegeven worden, want vanaf het twaalfde jaar laten kinderen ouders steeds minder toe tot hun belevingswereld. En toch is het doel van de lezing wel om in elk geval bewustwording bij zowel ouders als school te bewerkstelligen, hen te laten aansluiten bij de belevingswereld van hun kinderen, begrip op te brengen en als het even kan zorgen weg te nemen, beleid te maken en te leren hoe regels te stellen.

De mediacoach benadrukt dat de cijfers in zijn presentaties gebaseerd zijn op Nederland. Hövelmann:

,,Ik zou heel graag de Curaçaose politiek een beetje willen aanspreken en willen vragen ook onderzoek op Curaçao (financieel) mogelijk te maken. Er zijn volgens mij geen of weinig gegevens over mediagebruik op Curaçao, wel heel veel verhalen en problemen op scholen.

Maar ook onder volwassenen zou een goed en gedegen onderzoek naar het gebruik van sociale media en veelvoorkomende problemen helpen om gedegen en gemakkelijker de problemen aan te kaarten en te voorkomen.”

,,Een derde van de jongeren wordt uitgedaagd om naaktfoto’s of -filmpjes van zichzelf op te sturen. En niet alle leerlingen zijn in staat om bij sexting een weloverwogen afweging te maken.”

,,Een derde van de jongeren wordt uitgedaagd om naaktfoto’s of -filmpjes van zichzelf op te sturen.
En niet alle leerlingen zijn in staat om bij sexting een weloverwogen afweging te maken.”

Ten aanzien van sexting legt Hövelmann uit:

,,Een derde van de jongeren wordt uitgedaagd om naaktfoto’s of -filmpjes van zichzelf op te sturen. En niet allemaal zijn ze in staat om bij sexting een weloverwogen afweging te maken. Uit (Nederlands) onderzoek blijkt dat op 52 procent van middelbare scholen naakfoto’s en seksfilmpjes van leerlingen rondgestuurd worden en dat 25 procent dit vervelend of raar vindt. Van de ontvangers stuurt 84 procent de foto’s of het filmpje door en 18 procent heeft daar achteraf spijt van.”

Voorkomen is beter dan genezen, zo luidt het devies en dan niet alleen aandacht hebben voor het slachtoffer, maar ook voor de dader en de gevolgen voor beiden.

Enkele redenen waarom jongeren aan sexting doen zijn omdat ze aan het experimenteren zijn met seksualiteit, vanwege groepsdruk, omdat ze bevestiging zoeken in het mooi, sexy en leuk zijn, om aandacht te trekken van leeftijdsgenoten, om de relatie extra spannend te maken en om status binnen een groep te krijgen of deze te verhogen.

Raad geeft Hövelmann ook, mocht het een jongere overkomen:

,,Het allerbelangrijkste is om je schaamte te overwinnen. Dat is moeilijk maar probeer het toch! Vertel het aan iemand die samen met jou naar een oplossing kan zoeken. Kies iemand die je vertrouwt zoals je ouders, vertrouwenspersoon op school, je mentor, begeleider of beste vriend.

Hoe sneller je in actie komt, hoe beter. Probeer dit discreet te doen zonder dat het extra publiciteit oplevert. Ben je jonger dan 18 jaar, dan vallen de foto’s of filmpjes onder kinderporno, en bij wet ook onder smaad. Je imago wordt geschaad. Het is dus strafbaar.

Als de verantwoordelijke voor het doorsturen bekend is, moet deze aangesproken worden en moet hij of zij de foto of het filmpje verwijderen zo goed als het kan. Je kan zelfs eventueel juridische stappen ondernemen. Laat de dader een oproep doen om aan te geven dat dit fout was en om eventuele schade voor het slachtoffer te voorkomen vragen om alle kopieën te verwijderen en niet door te sturen.

Het slachtoffer kan ook naar de Kinder- en Zedenpolitie gaan. En om er zeker van te zijn dat alle foto’s verwijderd zijn, kan je jezelf regelmatig opzoeken via een zoekmachine en alsnog foto’s laten weghalen.”

Naast deze adviezen geeft Hövelmann aan jongeren mee hoe ze met sexting om moeten gaan als ze dit toch willen doen. Zo moeten de jongeren elkaar goed vertrouwen en kan ervoor gezorgd worden dat het gezicht onherkenbaar is.

Verder kan een jongere een zelftest doen en door middel van het beantwoorden van enkele vragen zicht krijgen op zijn of haar eigen wens wel of niet mee te doen aan sexting.

Digitaal pesten

Naast sexting, gaat de mediacoach ook dieper in op digitaal pesten. Enkele cijfers: 98 procent van de kinderen gebruikt internet, waarvan 88 procent dagelijks. Op de basisschool zegt 27 procent van de kinderen gepest te worden.

Eén op de vijf kinderen wordt wel eens digitaal gepest, voor één op de tien kinderen heeft dit verregaande gevolgen.

Eén op de vijf kinderen wordt wel eens digitaal gepest, voor één op de tien kinderen heeft dit verregaande gevolgen.

Op de middelbare school is dit meer dan 40 procent. Eén op de vijf kinderen wordt wel eens digitaal gepest, voor één op de tien kinderen heeft dit verregaande gevolgen.

Eén op de tien kinderen krijgt te maken met seksuele opmerkingen tijdens het chatten, meisjes worden vaker digitaal gepest dan jongens en 33 procent pest terug.

Het grote gevaar van digitaal pesten is dat je thuis ook niet meer veilig bent, zo stelt Hövelmann. Daarnaast is het zo dat ouders en leerkrachten minder bedreven zijn met internet en zij dus vaak pas laat achter het pesten komen. De pesterijen houden dus langer aan en zijn soms ook anoniem.

Daar komt bij dat cyberpesten niet terug te draaien is. Gegevens op internet blijven daar staan. De gevolgen werken dus ook veel langer door. Het devies:

,,Gebruik altijd schuilnamen als je aan het internetten bent. Gebruik nooit je eigen naam en geef nooit persoonlijke gegevens weg. Vul nooit zomaar je e-mailadres ergens in op internet. Geef dit alleen aan mensen die je kent en kunt vertrouwen.

Accepteer alleen mensen binnen je chatomgeving die je kent en vertrouwt.

Blokkeer de persoon die je pest meteen op al je sociale media. Hou je wachtwoorden geheim, zo maak je het een ander moeilijk om je account te hacken. Als je wordt gepest, bewaar dan alles. Maak zo veel mogelijk printjes, zodat je bewijs hebt van hoe je wordt gepest, of sla het op op je harde schijf.

Praat erover. Vertel je ouders of leerkracht erover. Soms begrijpen volwassenen niet altijd hoe het internet werkt, maar leg het ze dan uit. Laat ze de printjes zien, dan begrijpen ze je beter.”

Ook ouders krijgen advies:

,,Hou toezicht op je internettend kind. Zorg dat je ziet op welke sites ze komen en met wie ze chatten. Maak afspraken met uw kind over hoe lang ze internetten, maar verzin ook samen een ‘nickname’ die uw kind kan gebruiken bij het internetten.

Maak ook duidelijke afspraken over wat ze wel en niet mogen doen, en leg ook uit waarom. Leer zelf over het internet. Hoe meer je zelf weet, hoe beter je je kind kunt beschermen en helpen. Als het kind al wordt gepest, praat met uw kind, en probeer erachter te komen wie de pester is. Het bewaren van de pesterijen is hierbij erg belangrijk. Schakel de mediacoach of de mentor in van de school (objectief), of anders de leerkracht. Deze kan u wellicht helpen bij het uitzoeken wie de dader is.

Pesten alleen is niet strafbaar, maar bedreigen, discrimineren en intimidatie wel. Schakel in dat geval de politie in. Voorheen kon men terecht bij de Curaçaose organisatie Dare van de politie.

Op Curaçao zijn er echter geen gespecialiseerde agenten die met de sociale media-problematiek om kunnen gaan, terwijl hier wel een taak voor de politie is weggelegd. De politie kan in gevallen van pesten bijvoorbeeld gemakkelijker de identiteit van de pester achterhalen.

Praat sowieso eens wat vaker met uw kind over het internet en hoe het daar gaat. Weet u wie de pester is? Neem contact op met de mentor of de school of neem contact op met de ouders van de pester en laat hun het bewijsmateriaal zien. Is de pester een volwassene? Schakel meteen de politie in.”

Wat de school kan doen is bekendmaken dat de leerkrachten heel goed weten wat er zich afspeelt op school. Want, als de leerling dit weet, zal er meer vertrouwen zijn om hulp te vragen. De eventuele pester zal eerst nadenken, ook zijn bijstander, omdat ze weten wat de impact en de consequentie kunnen zijn.

Hövelmann nog over de rol van de school:

,,Het zou goed zijn als de school uitdraagt veel over sociale media te weten. De school moet bijblijven! Sociale media die jongeren gebruiken moeten bij de school bekend zijn om adequaat in te spelen of in te grijpen. De school moet uitstralen dat zij op de hoogte is van wat er zich afspeelt op het internet. Dit geeft de leerling vertrouwen en ze zullen zich veiliger voelen. Een echte mediacoach op school of het vak mediawijsheid is daarbij zeer nuttig.”

Andere vaardigheden

Bovenstaande aspecten vallen onder de titel ‘netiquette’; hoe gedraag je je op internet en hoe maak je er veilig gebruik van? Daarnaast is het van belang dat betrokkenen vaardigheden leren met betrekking tot het gebruik van internet. Informatievaardigheden zijn vaardigheden die helpen bij het zoeken, vinden, beoordelen en verwerken van informatie op internet.

Iemand die mediavaardig is weet waar hij moet zoeken, kijkt kritisch naar (alle) media en voorkomt dat hij verdrinkt in het enorme aanbod aan informatie. Informatievaardigheden zijn een onderdeel van mediawijsheid.

Keurmerk

Sinds 2007 zijn er in Nederland meer dan 650 Nationaal Media- Coaches opgeleid, die in de praktijk daadwerkelijk de mediawijsheid van jeugd verbeteren.

Organisaties waar een gecertificeerd Nationaal MediaCoach werkzaam is, hebben het recht het officiële Nationale Keurmerk Mediawijsheid te voeren. Ted Hövelmann is naast Nationaal MediaCoach ook leerkracht aan de Schroederschool.

Einstein sprak begin 20e eeuw al zeer wijze en misschien wel voorspellende woorden.

Einstein sprak begin 20e eeuw al zeer wijze en misschien wel voorspellende woorden.

De kinderen krijgen in alle groepen minimaal drie keer per jaar voorlichting over mediawijsheid. Dat kan in de lagere groepen gaan over de vraag of een foto echt is of niet tot en met de hogere groepen waarbij men de kinderen leert om kritisch en bewust naar media te kijken.

Voor elke school geldt dat iedere leerkracht lespakketten kan downloaden en aanvragen en deze in de klas kan aanbieden. De school of leerkracht kan mediawijsheid dus ook zelf oppakken en hoeft niet per se te wachten op een mediacoach.

Mediawijsheid is belangrijk voor jong en oud, maar niet alleen belangrijk in het onderwijs. Elk bedrijf en elke instantie krijgt te maken met hoe je bijvoorbeeld omgaat.

Weetjes

  • – In Nederland hebben kinderen al vanaf groep vijf (8 jaar) internet op hun mobiel.
  • – Kleuters van 4 jaar zijn gemiddeld 27 minuten per dag op internet.
  • – 48 Procent van jongens en meisjes vanaf 9 jaar zegt gepest te zijn via internet, 10 procent vertelt dat ook aan ouders.
  • – 26 Procent van meisjes tussen de 11 en 16 jaar zegt wel eens naaktfoto’s of video’s gestuurd te hebben via internet.
  • – Meer dan 41 procent vanaf 12 jarigen vindt het moeilijk om zichzelf mooi te vinden.
  • – 40 Procent van de jongens vanaf 11 jaar en 57 procent van de meisjes, heeft wel eens het verzoek gekregen om iets uit te trekken voor de webcam of iets seksueels te doen.
  • – 81 Procent van de ouders van online-tieners stelt bezorgd te zijn over hoeveel informatie online adverteerders kunnen afleiden uit het onlinegedrag van hun kind. 46 Procent is hierover ‘zeer’ bezorgd.
  • – 72 Procent van de ouders van online-tieners is bezorgd over hoe hun kind online omgaat met mensen die ze niet kennen. 53 Procent is zeer bezorgd.
  • – 69 Procent van de ouders van online tieners is bezorgd over hoe de onlineactiviteiten van hun kind hun academische en werktoekomst kunnen beïnvloeden. 44 Procent is zeer bezorgd.
  • – 69 Procent van de ouders van online-tieners is bezorgd over hoe hun kind zijn of haar online-reputatie aanpakt, zo’n 49 procent is zeer bezorgd.
  • – Opvallend is dat de bezorgde reacties vooral matchen met de ouders van jongere tieners van 12 en 13 jaar.
  • – Door de nieuwe media lezen kinderen steeds minder, schrijven zij steeds minder en anders, communiceren zij anders en leren kinderen meer na schooltijd dan op school.
  • – Kenmerken van de wifi– generatie: 100 procent privacy, autonoom, altijd en overal online, continu traceerbaar, technisch razendsnel, downloadt niet, wil gratis content, legt alles vast, wisselt uit en reflecteert niet.
  • – De ‘Homo Zappiens’ is de generatie die games speelt, 24 uur per dag, 7 dagen per week communiceert via sms, pingchat, whatsapp, chatrooms, mobieltjes, vine, instagram, Facebook, Twitter, Snapchat et cetera, virtuele vrienden integreert in netwerken, nooit een handleiding leest, altijd het internet kiest boven een telefoon of krant, url’s wel kent maar geen onregelmatige werkwoorden, een virtueel tweede leven heeft met meerdere avatars en geen leuke vakantie heeft als er geen wifi is.

Bron: Antilliaans Dagblad

www.nationalemediacoach curacao.yurls.net
www.nomc.nl
www.mediacoachinbeeld.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *