Hof: ‘uitlatingen Sulvaran laakbaar’

Hofpresident Lisbeth Hoefdraad: 'gedrag Sulvaran laakbaar'

Hofpresident Lisbeth Hoefdraad: ‘gedrag Sulvaran laakbaar’

Willemstad – Dat de rechtercommissaris handelt alsof hij zelf officier van justitie is, is niet juist. Dat stelt Hofpresident Lisbeth Hoefdraad in reactie op de uitlatingen van advocaat Eldon ‘Peppie’ Sulvaran. Sulvaran beweerde dat de rechter-commissaris onder één hoedje speelt met de officier van justitie en partijdig is.

,,Dat mr. Sulvaran een andere mening heeft over de rol van de rechtercommissaris betekent nog niet dat die rechter-commissaris partijdig is door niet te handelen zoals mr Sulvaran dat zo graag wenst”, aldus Hoefdraad.

,,De rechter-commissaris bespreekt immers de gronden met de verdachte en de raadslieden krijgen de gelegenheid om hierop te reageren, voordat de rechter-commissaris een beslissing neemt. In de zaak waar mr. Sulvaran op doelt is dat ook zo gebeurd en de rechter-commissaris heeft zijn beslissing uitvoerig op die punten gemotiveerd.”

Sulvaran stelde bovendien dat de Rechtercommissaris valsheid in geschrifte zou hebben gepleegd bij een beschikking gevangenhouding. Hoefdraad:

,,Mr. Sulvaran heeft meerdere malen bij het Hof geklaagd over de werkwijze, omdat hij kennelijk denkt dat de rechter-commissaris de verdachte zal vasthouden omdat de conceptbeschikking toch al opgemaakt is. Die gedachte is wel erg simplistisch en is ook niet in overeenstemming met de waarheid.

Het komt immers met enige regelmaat voor dat de rechtercommissaris een andere beslissing neemt dan blijkt uit de conceptbeschikking. Het Hof heeft tot op heden geen aanleiding gezien in deze werkwijze verandering te brengen.”

Over de beschuldiging van valsheid in geschrifte stelt Hoefdraad:

,,In de zaak waar mr. Sulvaran op doelt heeft de rechtercommissaris op 28 februari 2012 de verdachte gehoord en gezegd dat hij op 29 februari 2012 een beslissing zou nemen. In het dossier bevond zich zoals gebruikelijk een conceptbeschikking gedateerd 28 februari 2012, die anders dan mr. Sulvaran stelt, niet was ondertekend.

De rechter-commissaris heeft vervolgens op 29 februari 2012 besloten dat de verdachte 60 dagen langer gevangen moest worden gehouden. De rechter-commissaris heeft vervolgens de datum van 28 februari op de conceptbeschikking doorgestreept en vervangen door 29 februari, de datum waarop hij zijn beslissing heeft genomen, en vervolgens heeft hij de beschikking ondertekend.”

Per ongeluk echter, aldus Hoefdraad, is aan de verdachte een afschrift uitgereikt waarop de datum van 28 februari 2012 niet was verbeterd in 29 februari.

,,Dit afschrift bevat geen handtekening van de rechtercommissaris maar alleen van de griffier. Waar mr. Sulvaran beweert dat er twee door de rechter-commissaris ondertekende beschikkingen zijn, een van 28 februari en een van 29 februari 2012, berust dat dus niet op waarheid. Er bestaat geen door de rechter-commissaris ondertekende beschikking van 28 februari 2012, enkel van 29 februari 2012.

Ook de conclusie van mr. Sulvaran dat er sprake is geweest van valsheid in geschrifte is dus nergens op gebaseerd. Overduidelijk is dat sprake is geweest van een vergissing, doordat op het aan de verdachte uitgereikte afschrift de datum van 28 februari 2012 niet was vervangen door 29 februari 2012. Dit is aan mr. Sulvaran uitgelegd, maar hij heeft desondanks gemeend zich met aantijgingen tegen rechters tot de media te moeten wenden.”

De Hofpresident gaat ook in op de beschuldiging van Sulvaran dat het Hof verdachten die in hoger beroep gaan bedreigt met de mogelijkheid dat hun straf wordt verhoogd.

,,Een zakelijke mededeling is geen bedreiging. De strafrechter voelt het als zijn taak en verantwoordelijkheid om in voorkomende gevallen de verdachte erop te wijzen dat de kans bestaat dat de straf in hoger beroep wordt verhoogd.
Dit is met name het geval als de verdachte niet in hoger beroep gaat omdat hij het strafbaar feit ontkent, maar alleen omdat
hij bijvoorbeeld zijn straf te hoog vindt en kennelijk ervan uit gaat dat zijn straf in hoger beroep alleen maar lager kan worden.”

De mededeling dat de straf ook hoger kan uitvallen wordt volgens Hoefdraad gedaan ‘in het belang van de verdachte’ en
betekent niet dat de straf ook daadwerkelijk wordt verhoogd.

,,Van een bedreiging is dan ook geen sprake. Anders dan mr. Sulvaran doet voorkomen wordt de bedoelde mededeling niet in alle strafzaken in hoger beroep gedaan, maar slechts zelden en dan alleen wanneer de zaak daartoe aanleiding geeft.”

Dat de rechters die het Hof inzet in strafzaken geen kennis van zaken zouden hebben, weerspreekt Hoefdraad eveneens.

,,In ons wettelijk stelsel bestaat de mogelijkheid om die kwaliteit te toetsen en wel door de vonnissen van het Hof voor te leggen aan een hogere rechter en wel de Hoge Raad. Die toetst als strikt neutrale en hoogste rechter de kwaliteit van de vonnissen van het Hof. Advocaten hier te lande maken ook vaak van die mogelijkheid gebruik.”

Ze wijst in dit verband op 24 strafzaken van het Hof in 2011 waarin de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. ,,Hiervan zijn slechts twee uitspraken vernietigd, een inhoudelijk en een wegens overlijden van de door het Hof veroordeelde verdachte.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *