80/20-regeling voortgezet in nieuwe kabinet

WILLEMSTAD — De Pueblo Soberano (PS) volhardt in de introductie van de 80/20-regeling. Onder hoofdstuk 7 van het regeerakkoord ‘Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn’ (een post die is toebedeeld aan de PS) staat vermeld dat de wet 80/20 zal worden uitgevoerd om deelname van Curaçaoënaars op de arbeidsmarkt te garanderen. Maar er is een goede afstemming nodig tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt, constateert PS-leider Helmin Wiels.

Tijdens de onderhandelingen tussen de vertegenwoordigers van de partijen PS, Pais en PNP is afgesproken dat de wet aangepast zal worden.
Hoe dit zal gebeuren is nog niet bekend.
Onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran was niet aanwezig bij deze besprekingen.
In haar advies van begin mei constateert de RvA dat de wet, die ernaar streeft dat 80 procent van de werknemers op het eiland van lokale komaf is, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, zoals onder meer verwoord in de Staatsregeling van het land Curaçao.
De PS is het niet eens met het advies en heeft in de onderhandelingen om tot een nieuwe regering te komen weer bedongen dat de regeling er komt.
Het staat in welgeteld een zin genoemd.
Er is geen verdere onderbouwing over de vorm waarin de regeling er komt.

In de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel dat de PS eerder dit jaar naar de Staten heeft gestuurd, probeert zij de conclusie van de RvA te weerleggen.
De indieners verwijzen in dit verband naar artikel 22, lid 3 van de Staatsregeling, die stelt:

‘Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens landsverordening gesteld’.

Personen, die van rechtswege tot het eiland zijn toegelaten en voor wie geen tewerkstellingsvergunningen zijn vereist, zijn volgens de indieners vrij om deel te nemen aan de lokale arbeidsmarkt, mits de regels die hiervoor van toepassing zijn worden gerespecteerd.

“In dit geval zullen deze personen deel kunnen nemen aan de lokale arbeidsmarkt voor zover de daarmee toelaatbare verhouding (dus maximaal 20 procent) niet wordt overschreden.
Zoals nadrukkelijk in de Staatsregeling van Curaçao is opgenomen, wordt het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid erkend, behoudens bij of krachtens landsverordening mogelijk te stellen beperkingen.
In deze zin is dus geen sprake van strijd met de Staatsregeling”

, aldus de PS in de memorie van toelichting.

Maar een heikel punt is dat het onderwijs op Curaçao niet aansluit op de vraag op de arbeidsmarkt.
Wiels belichtte tijdens zijn presentatie vorige week voor de Vereniging Bedrijfsleven Curaçao aan de hand van cijfers van het Secundair Beroeps Onderwijs dat er weinig diversificatie is in de studierichtingen van studenten.

  • 24 procent van de leerlingen studeren voor een een baan in de sector verzorging,
  • 23 procent voor administratie,
  • 17 procent voor techniek/ bouwkunde,
  • 14 procent voor toerisme/hospitality
  • en 10 procent voor ICT/Telecom.

Intussen investeert Curaçao in de upgrading van de dokmaatschappij maar is er geen enkele leerling die een richting studeert om in de metallurgische sector te kunnen werken.
Vandaar zijn conclusie, dat er geen goede afstemming is tussen wat nodig is op de arbeidsmarkt en wat het onderwijs biedt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *