Actie Wilsoe uitermate onverstandig

 

Voormalig advocaat-generaal: Openbaar Ministerie moet zaak ‘Bientu’ voortzetten

Willemstad – Het is ‘buitengewoon onverstandig’ dat minister van Justitie Elmer Wilsoe (PS) zich mengt in een individuele strafzaak. Dat stelt Ben Swagerman, die van 2000 tot 2003 advocaat-generaal was bij het Openbaar Ministerie (OM) op Curaçao.

Wilsoe schreef een brief aan Washington met het verzoek de beslaglegging op de gelden van loterijbaas Robbie dos Santos op bankrekeningen in de Verenigde Staten op te heffen. Om dit te doen trok hij het mandaat in dat sinds 1993 aan de procureur-generaal (PG) en het OM was gegeven om rechtshulpverzoeken te doen. Bovendien pleitte Wilsoe in een brief aan de Staten dat het ‘illegale strafrechtelijk onderzoek’ en de vervolging van Dos Santos stopgezet zou moeten worden. ,,Dit soort acties kunnen niet bestaan in een rechtstaat”, aldus Swagerman. ,,Het is zeer ongeloofwaardig dat de minister hier aan algemeen beleid werkt. De minister hoort terughoudend te zijn in acties tegen het OM. Het argument dat de PG of het OM een rechterlijke beslissing aan de laars lapt, is nog maar de vraag.” Het feit dat Wilsoe het mandaat heeft ingetrokken naar aanleiding van dit ene specifieke geval en nu zelf als minister van Justitie als enige nog rechtshulpverzoeken kan doen, duidt volgens Swagerman niet op goed bestuur. ,,Je zou kunnen zeggen dat de minister het mandaat, dat ooit door de toenmalige minister van Justitie is verstrekt, kan intrekken. Maar ik vind dat de minister dat alleen kan doen op basis van een stevige motivering. Je kunt niet zeggen dat je er geen zin meer in hebt dat de PG rechtshulpverzoeken doet.” Tevens is het geen taak van de minister om persoonlijk in te grijpen in een individuele strafzaak, aldus Swagerman. ,,Het strafvorderlijk systeem heeft ‘checks and balances’. De advocaten van Dos Santos hebben, als zij menen dat de procureurgeneraal in strijd met het recht handelt, voldoende mogelijkheden om daartegen in het geweer te komen. Dat is geen taak van de minister.” Tussen 1994 en 1997 was Swagerman voor het eerst werkzaam bij het Openbaar Ministerie op Curaçao, toen als officier van justitie. In die periode werkte Swagerman bovendien als projectcoördinator aan het nieuwe wetboek van Strafvordering, dat nog altijd van kracht is. Tijdens zijn ambtstermijn als advocaat-generaal, tussen 2000 en 2003, was de toenmalige procureur- generaal, Frits Goedgedrag, vaak in Nederland ter voorbereiding van zijn gouverneurschap, waardoor Swagerman zijn taken regelmatig waar moest nemen. In die hoedanigheid kreeg Swagerman het zelf tweemaal aan de stok met de toenmalige ministers van Justitie, Norberto Ribeiro (PAR) en Rudsel Martha (PNP). In het eerste geval besloot Swagerman aan een buitenlandse roofovervaller vervroegde invrijheidsstelling toe te kennen, in overeenstemming met het toen geldende beleid, hoewel de minister hem dat verbood. ,,Ik kreeg een zogenaamde gele kaart, maar daar bleef het bij. Het liep dus met een sisser af.” In de tweede zaak kampte het OM met een ondercapaciteit van de gevangenis. Daarop werd besloten drugskoeriers de drugs af te nemen en ze gelijk heen te zenden. Voorheen werden ze aangehouden, in bewaring gesteld en kregen ze een gevangenisstraf. Vanwege de enorme toevoer besloot Swagerman tot het heenzenden van de drugskoeriers. De minister van Justitie schreef daarop een brief naar alle diensthoofden van politie en douane om de koeriers toch te arresteren, maar zij steunden uiteindelijk toch het beleid van de procureur-generaal. ,,Ik kreeg toen een waarschuwing van de minister, omdat ik niet in overeenstemming met het beleid zou handelen. Maar van een vertrouwensbreuk was toen geen sprake.” Wilsoe gaf eerder aan dat er tussen hem en procureur-generaal Dick Piar een vertrouwensbreuk zou zijn ontstaan. ,,Ik ken Piar persoonlijk zeer goed en al heel erg lang, en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het opzeggen van het vertrouwen in de PG ongefundeerd lijkt. Uit alle informatie die beschikbaar is blijkt niet dat de PG een fout heeft gemaakt. Hij heeft niets verkeerd gedaan of gelogen of de minister op het verkeerde been gezet”, aldus Swagerman. Volgens hem doet Piar er verstandig aan om de zaak ‘Bientu’ gewoon te continueren. ,,Hij moet gewoon zijn werk blijven doen, het dossier moet worden afgerond. Mocht de minister de zaak willen eindigen, zal hij dat aan het Gemeenschappelijk Hof moeten voorleggen. Ondertussen zou je het gebrek aan vertrouwen moeten proberen op te lossen door bemiddeling.” Hoewel de actie van Wilsoe in de ogen van Swagerman niet wettelijk strafbaar lijkt, zal hij toch politieke verantwoording moeten afleggen. ,,Is de oppositie sterk genoeg om de vinger op de zere plek te leggen? In feite moet dit geschil langs politieke lijnen worden opgelost.” Dat ook de Rijksministerraad zich deze zaak aantrekt, is volgens Swagerman niet vreemd. ,,Dit raakt het Koninkrijk. In beginsel is het een interne aangelegenheid van Curaçao, maar de complexiteit zit hem in de consensusrijkswetten. Daarin is geregeld dat de PG ook verantwoording schuldig is aan de Nederlandse en Sint Maartense ministers van Justitie.” Bovendien kan de brief van Wilsoe aan de Verenigde Staten in de toekomst consequenties hebben voor het imago van het Koninkrijk, meent Swagerman. ,,We zijn een bevriende rechtstaat van Amerika, zij kijken naar de betrouwbaarheid van Curaçao als land van het Koninkrijk der Nederlanden. Als de politiek zich met een strafzaak bemoeit, kan dat op interne spanningen duiden. Dit zal misschien in een volgende zaak repercussies hebben, omdat de Verenigde Staten in een toekomstige zaak wellicht meer vragen zullen stellen. Deze actie kan wel degelijk schade opleveren.” Tot slot benadrukt de oud-advocaat- generaal dat het OM alleen haar werk kan doen als de politiek ver van individuele strafzaken blijft.

Bron: Antiliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *