AD | ‘Akkoord ontslag leden FWNK’

SBTNO akkoord met ontslag FWNK-bestuursleden

SBTNO akkoord met ontslag FWNK-bestuursleden

Willemstad – De Stichting Bureau Toezicht en Normering Overheidsentiteiten (SBTNO) heeft geen bezwaar tegen het ontslag van Tariq Abraham en Randall Brute, beiden bestuursleden van de Fundashon Wega di Number Kòrsou (FWNK).

Volgens het adviesorgaan is er uiteindelijk sprake geweest van hoor en wederhoor. Daarbij heeft de minister van Economische Ontwikkeling, Stanley Palm (PAIS), voldoende beargumenteerd waarom hij toch wil overgaan tot ontslag.

Voor het adviesorgaan genoeg reden om hier goedkeuring aan te geven. Het advies is uitgebracht op basis van een regeringsbesluit van 7 januari 2015. De minister stelde de heren al op 25 november vorig jaar in een brief op de hoogte van hun schorsing en het voornemen tot ontslag.

De regering baseert zich op het onderzoek van de Stichting Overheidsaccountantsbureau (Soab) naar de financiële bedrijfsvoering bij FWNK dat op 23 oktober 2014 uitgekomen is.

Op grond van dat verslag is de minister van mening dat de heren hun bestuurstaken niet naar behoren hebben uitgevoerd. De namen in het advies zijn geanonimiseerd maar in de pers is in december al uitvoerig verslag gedaan van de brief van 25 november waarbij de namen van beide bestuurders genoemd zijn.

Het tweetal werd ook de toegang tot het kantoor van FWNK ontzegd.

,,Dalende opbrengsten in combinatie met sterk stijgende exploitatiekosten, hebben met name de afgelopen twee jaar tot een significante verslechtering van de financiële resultaten geleid”,

zo heeft de minister in zijn brief aan Abraham en Brute gesteld. De brief vervolgt:

,,Door uw handelen, dan wel nalaten heeft u de op u als bestuurder rustende zorgplicht geschonden en heeft u zich jegens FWNK niet gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.”

‘Schuld bij dagelijkse bestuur’

In december hebben de twee bestuursleden in een gezamenlijke brief gereageerd op het schrijven van de minister en gesteld dat zij er als leden vanuit gingen en erop vertrouwden dat het dagelijks bestuur, bestaande uit de voorzitter, de secretaris en de penningmeester, de voorgenomen bestuurshandelingen in de vergaderingen van het voltallige bestuur bespraken zodat het voltallige bestuur daarover kon beslissen. Zo voeren zij bijvoorbeeld ten aanzien van post ‘overige lasten’ aan: ,,Zoals hiervoor is aangehaald maakten ondergetekenden geen (vast) onderdeel uit van het dagelijks bestuur van FWNK. Het is aan het dagelijks bestuur om ervoor zorg te dragen dat voorgenomen verplichtingen vooraf in het bestuur worden besproken en geaccordeerd en dat betalingen die in verband daarmee worden gedaan voldoende in de administratie zijn onderbouwd met de relevante stukken. Van handelingen die aan ondergetekenden niet bekend waren, kan aan hen geen verwijt worden gemaakt.” Waar het gaat om de verhoging van de maandelijkse bestuursvergoeding, stellen de heren dat zij ten tijde van de goedkeuring van de verhoging van de maandelijkse bestuursvergoeding nog geen lid van het bestuur van FWNK waren. En verder ten aanzien van het uitbesteden van administratieve werkzaamheden: ,,Met betalingen hebben ondergetekenden geen bemoeienissen gehad. De uitkomsten van het Soab-onderzoek betreffende de kwaliteit van de geleverde diensten en de staat van de administratie van FWNK is ook voor ons onbevredigend. Wij merken hierbij op dat wij regelmatig vanwege het uitblijven van toegezegde financiële informatie in bestuursvergaderingen erop hebben aangedrongen om na te gaan waarom deadlines niet werden gehaald.” Het tweetal vindt verder dat de minister een te eenzijdig beeld geeft van de situatie. Zo zijn de verminderde inkomsten ook het gevolg van toegenomen illegale loterijen. Het bestuur heeft dit volgens hen regelmatig onder de politieke aandacht gebracht, maar er is weinig actie op ondernomen. Brute en Abraham stellen verder dat hun uitslag zuiver politiek is ingegeven. Zij vinden dat zij ook na het benoemen van nieuwe bestuursleden gewoon en naar eer en geweten hebben gefunctioneerd binnen het bestuur. Daarom is volgens het tweetal de schorsing disproportioneel en onnodig diffamerend. Zij zouden allebei het werk binnen het bestuur willen voortzetten en eindigen hun brief met te stellen dat zij verwachten dat zolang hen dat wordt belet, de aan hen toekomende vergoeding zal worden doorbetaald. Ook de minister heeft weer op dit verweer gereageerd met te stellen dat het tweetal niet op alle punten heeft gereageerd, zoals bijvoorbeeld de verslechterde liquiditeitspositie. Ook kunnen de twee de verantwoordelijkheid niet zonder meer afschuiven op het dagelijks bestuur. En alleen vragen waarom een administratiekantoor het werk niet goed aflevert, is onvoldoende.

Bron: Antilliaans Dagblad
Dossier: Gokken – casino’s & loterijen (FWNK, GCB & illegale loterijen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *