AD | Belemmeringen uitbreiding belastingverdragen in kaart gebracht

Dienst Buitenlandse Betrekkingen (DBB): ‘Wat zijn de obstakels?’

Willemstad – Het feit dat Curaçao in de afgelopen jaren met meerdere partnerlanden heeft onderhandeld over een belastingverdrag, laat zien dat het niet of nauwelijks hebben van economische betrekkingen geen obstakel hoeft te zijn om zogeheten DTA’s (Double Taxation Agreements) te sluiten.

Dat betoogt Germaine Rekwest in een recente bijdrage ‘Curaçao en haar beperkte belastingverdragennetwerk, wat zijn de obstakels?’. Rekwest was onlangs een van de sprekers tijdens het symposium over fiscaliteit dat werd georganiseerd door de Centrale Bank (CBCS) en University of Curaçao (UoC).

,,In enkele gevallen hebben onderhandelingen zowaar geleid tot ondertekening van een volwaardig belastingverdrag, zoals in 2015 met Malta. Dat dit verdrag nog niet geratificeerd is, ligt aan het feit dat de Raad van State vragen heeft gesteld aan Curaçao, die zij nog niet heeft beantwoord.”

Ook in het geval van Qatar, San Marino, Seychellen en de Verenigde Arabische Emiraten is volgens Rekwest sprake van volledig uitonderhandelde teksten waarover vragen door Buitenlandse Zaken zijn gesteld en die niet zijn beantwoord.

,,De reden hiervoor lijkt te zijn dat Curaçao te kampen heeft met een beperkte menskracht en fiscale kennis.”

Een andere mogelijke verklaring voor het niet kunnen afsluiten van verdragen is het feit dat potentiële partnerlanden de noodzaak van een DTA met Curaçao niet onderkennen, vervolgt de deskundige.

,,Immers, het beperkte verdragennetwerk van Curaçao is voor deze landen een aanwijzing dat zich geen situaties voordoen waar dubbele belastingheffing plaatsheeft.”

Een andere dimensie die telkens opduikt, is een politieke. Aldus Rekwest die er onderzoek naar deed. Als gevolg van (tussentijdse) verkiezingen in een land komen verdragsonderhandelingen stil te liggen, die daarna niet meer worden opgepakt. Het feit dat de eilanden de LGO-status (Landen en Gebieden Overzee ten opzichte van de Europese Unie, red.) hebben, speelt volgens de respondenten overigens ‘geen enkele rol van betekenis’.

De auteur concludeert: ,,Er zijn diverse oplossingen denkbaar om een aantal obstakels weg te nemen. Idealiter zou de onderhandelingsprocedure vanuit Curaçao centraal en wellicht steviger gecoördineerd kunnen worden.”

Belangrijke rol voor DBB

Op Curaçao speelt de Dienst Buitenlandse Betrekkingen (DBB), die onder leiding staat van een directie, een belangrijke rol bij de verdragsrelaties. De taken van de directie zijn onder andere het initiëren en coördineren van de landelijke beleidsvorming met betrekking tot internationale en regionale verdragen, alsmede het beheer van de centrale verdragsadministratie.

In het laatste decennium heeft Curaçao met circa dertien landen onderhandelingen geïnitieerd om een verdrag te sluiten.

Opmerkelijk genoeg is de DBB van slechts zes initiatieven op de hoogte gesteld, namelijk van de landen die op de lijst van de ‘verdragen in voorbereiding’ zijn opgenomen: Cuba, Jamaica, Qatar, San Marino, Seychellen en de Verenigde Arabische Emiraten.

Uit het overzicht van Rekwest wordt duidelijk dat van de dertien landen in vier gevallen de onderhandelingen afgebroken zijn vanwege politieke situaties zoals nieuwe verkiezingen in het partnerland. In nog eens vier gevallen zijn de onderhandelingen afgerond, maar ligt het proces stil vanwege vragen vanuit het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken aan het Land Curaçao.

,,Dit lijkt erop te duiden dat de politieke situatie en vragen van Buitenlandse Zaken de twee voornaamste redenen zijn dat lopende onderhandelingen niet tot een geratificeerd belastingverdrag leiden.”

Curaçao is een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Op basis van zijn fiscale autonomie onderhandelt Curaçao zelfstandig met partnerlanden om een belastingverdrag te sluiten. In het verleden hebben diverse onderhandelingen plaatsgevonden en in enkele gevallen hebben deze onderhandelingen zelfs tot ondertekening van een verdrag geleid. Echter, deze verdragen zijn nimmer geratificeerd.

,,Wat is de achterliggende reden hiervoor?” wil Rekwest weten.

In haar bijdrage geeft ze inzicht in de knelpunten die Curaçao ervaart om zijn belastingverdragennetwerk uit te breiden. In november 2018 heeft Rekwest uitgebreid aandacht besteed aan de verdragsstatus van Curaçao en is toen tot enkele conclusies gekomen ten aanzien van de mogelijke oorzaken van zijn beperkte belastingverdragennetwerk. Curaçao heeft momenteel één belastingverdrag, met Noorwegen.

,,Naar voren is gekomen dat het een combinatie van factoren lijkt te zijn, zoals de internationale status van het eiland als belastingparadijs en het gebrek aan een economisch belang.”

In haar jongste bijdrage maakt zij op basis van een kwalitatief onderzoek inzichtelijk in hoeverre deze factoren de facto een rol spelen bij het sluiten van een belastingverdrag.

,,Ik maak een analyse, gebaseerd op een veldonderzoek dat ik in 2018 en 2019 zowel in Nederland als op Curaçao heb verricht.”

Dit onderzoek bestaat uit semigestructureerde diepte-interviews met personen die bij de verdragsonderhandelingen met Curaçao nauw betrokken waren. Na bespreking van de wijze waarop verdragsrelaties van het Koninkrijk der Nederlanden over het algemeen tot stand komen, gaat Rekwest in op hoe het proces van de onderhandelingen op Curaçao verloopt bij het aangaan van belastingverdragen ter voorkoming van dubbele heffing van directe belastingen, de zogeheten Double Taxation Agreements (DTA). Ook bespreekt zij de overwegingen die verdragspartners in het algemeen hanteren bij de beslissing om een DTA te sluiten.

,,Op basis van analyse van het veldonderzoek zal ik inzichtelijk maken in hoeverre deze overwegingen voor Curaçao een rol van betekenis spelen.”

Verder bespreekt de auteur de obstakels zoals die door Curaçao worden ervaren bij het sluiten van belastingverdragen. De verdragen met betrekking tot de fiscale informatie- uitwisseling (TIEA’s ofwel Tax Information Exchange Agreements), invorderingsverdragen, scheeps- en luchtvaartverdragen en de miniverdragen blijven in deze bijdrage buiten beschouwing. ,,Ik richt mij uitsluitend op de DTA’s.”

Strategieën

Een eerste strategie die Curaçao heeft toegepast om belastingverdragen te sluiten is om na de onderhandelingen voor een verdrag inzake informatieuitwisseling, de Tax Information Exchange Agreements (TIEA), een DTA te sluiten.

Verschillende respondenten gaven tegenover Rekwest aan dat deze strategie niet werkte. ,,Wij hebben met Spanje en Mexico (…) de afspraak toentertijd, eerst een TIEA onderhandelen en dan na inwerkingtreding van de TIEA zouden de onderhandelingen beginnen voor de DTA’s. (…) Wanneer zij eenmaal de TIEA’s hadden, kregen wij geen gehoor meer over de DTA’s.”

En zoals een respondent in Nederland aangaf:

,,Wat de eilanden als bezit hadden, namelijk informatie, zijn ze gedwongen om weg te geven met de TIEA’s. Het had een drukmiddel kunnen zijn.” In een aantal gevallen heeft Curaçao met een land afgesproken DTA overeen te komen, waarbij als voorwaarde werd gesteld om eerst een TIEA te sluiten.

Een respondent zei hierover: ,,Die (landen) zijn gaan klagen bij de Oeso en toen kregen we (Curaçao) een brief dat we dat niet als voorwaarde mochten stellen.” Een andere strategie die Curaçao hanteerde om met grote landen een DTA te sluiten, betrof het uitbreiden van het verdragennetwerk met economisch minder interessante landen.

Deze strategie was ingegeven door het feit dat partnerlanden meestal informeren naar het aantal verdragen dat Curaçao heeft, en dat dat kennelijk een indicatie is of je al dan niet interessant bent als partnerland.

Bron: Antilliaans Dagblad van 28 januari 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *