AD | Brede steun dollar

Deel lokale bankiers nog niet overtuigd

Willemstad – Er lijkt zich op Curaçao een meerderheid af te tekenen vóór dollarisatie, zoals begin juni ‘als donderslag bij heldere hemel’ voorgesteld door president Emsley Tromp van de Bank van de Nederlandse Antillen (BNA).

Alleen een deel van de lokale bancaire sector is niet bepaald enthousiast, omdat gevreesd wordt voor een forse terugval van de inkomsten. Vandaag vindt gedurende de hele dag een conferentie plaats in het gebouw van de Centrale Bank over de voor- en nadelen van de Amerikaanse dollar als wettig betaalmiddel in plaats van de Antilliaanse gulden, die – als het voorstel van Tromp doorgaat – verhuist naar het iets verderop gelegen Muntenmuseum.

De Vereniging Bedrijfsleven Curaçao (VBC) is vóór. Zo heeft de grootste werkgeversorganisatie nog niet formeel bekend gemaakt, maar was wel tussen de regels te lezen in een recente persverklaring, waarin vrijwel alle argumenten van Tromp werden overgenomen. Die houden vooral verband met de geweldige toename van het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans (een schuld van de private sector) en de kwetsbaarheid van de lokale economie, die met de ontmanteling van de Nederlandse Antillen alleen maar kleiner wordt.

De Chata en de hotelsector doen al vrijwel alles in dollars en zijn het op hoofdlijnen ook eens met dollarisatie. De Cifa en de IFG in de internationale financiële dienstensector schrijven in dollars en hebben evenmin principiële bezwaren. Dat geldt al helemaal voor de International Bankers Association (IBNA).

Het bestuur van de Kamer van Koophandel (KvK), dat géén belangenvereniging is, ziet naar verluidt ook meer voordan nadelen. Alleen binnen de Curaçao Bankers Association (CBA) – de vereniging van lokale bankiers – bestaat nog twijfel, die eerder werden verwoord door voormalig MCB-topman Lionel Capriles.

De angst is dat dollarisatie inkomstenderving voor de banken tot gevolg heeft. En dat vrijwel gelijktijdig met sanering van de overheidsschulden, waardoor banken hun gelden niet meer weg kunnen zetten in goedrenderende overheidsobligaties; maar nu op zoek moeten naar projecten, terwijl de rente steeds verder daalt.

BNA-top was in 2006 nog tegen dollarisatie

Een ander deel van de CBA is echter van oordeel dat wat goed is voor het algemeen belang van Curaçao, op termijn ook goed is voor de commerciële banken. Dezelfde redenering die er uiteindelijk toe leidde dat de bankiersvereniging vóór de schuldsanering was en dus ‘sí’ bij het referendum. Belangrijkste is echter – blijkt als informeel de meningen worden gepeild – dat de overgang van gulden naar dollar niet mag worden misbruikt en niet mag leiden tot prijsstijgingen, zoals de consument dat in Nederland ervoer toen de euro werd ingevoerd.

Terwijl dollarisatie nu brede(re) steun lijkt te hebben, was dat in het recente verleden nog heel anders. BNA-president Tromp zelf was – als hoeder van de Antilliaanse gulden – geen voorstander van de Amerikaanse munt als betaalmiddel op de eilanden. Zijn mededirecteur – financieel-economisch directeur Alberto ‘Chos’ Romero van de Centrale Bank – noemde dollarisatie drie jaar geleden zelfs nog het ‘toedienen van een verkeerd medicijn’.

,,Mijn conclusie is dat in een dollareconomie de Antilliaanse eilanden nog steeds dezelfde rationele economische keuzes moeten maken ten aanzien van het oplossen van de arbeidsmarktproblemen, het versterken van de budgettaire discipline en het tegengaan van de verspillingen van publieke goederen.

It only takes courage to do that,” schreef hij op 6 september 2006 in een opiniebijdrage naar aanleiding van een door de Vereniging Bedrijfsleven Curaçao (VBC) gehouden lunchbijeenkomst en de daaropvolgende discussie rondom het thema dollarisatie en de opties in een nieuw monetair era. Zijn stellingen hadden echter vooral betrekking op de budgettaire en financiële problemen van de landelijke en eilandelijke overheden ,,Want”, zei Romero: ,,Laten wij niet het verkeerde medicijn toedienen voor een uit de hand gelopen budgettair probleem.

Budgettaire discipline kan je alleen afdwingen door stringent toezicht op het hele begrotingsproces – van voorbereiding tot en met de uitvoering – en door begrotingsnormen vast te leggen in onze wetten en de wetsovertreders forse sancties op te leggen. Dit laatste heeft niets van doen met een dollareconomie.”

Inmiddels ís er toezicht op het begrotingsproces, namelijk door het College financieel toezicht (Cft), waar Romero nota bene zelf deel van uitmaakt. Wat zei de financieel-economisch directeur in 2006 verder over dollarisatie? ,,De kern van de discussie is de vraag of de introductie van de dollar in het dagelijkse financiële verkeer op onze eilanden meer voor- dan nadelen met zich meebrengt.” Een voordeel dat genoemd wordt bij dollarisatie is een verwachte daling van het prijs- en interestniveau. Bovendien zou dollarisatie het kostbare apparaat van een monetaire autoriteit overbodig maken. Eerst over het prijs- en renteniveau.

,,Internationaal onderzoek heeft onomstotelijk vastgesteld dat landen die voor dollarisatie kiezen bijna allemaal – zelfs binnen een korte periode na de introductie van de vreemde valuta als betaalmiddel, oppotmiddel en rekeneenheid – zien dat het prijs- en interestniveau dalen en convergeren naar het niveau van de ankervaluta.”

Dat dollarisatie een kostbare monetaire autoriteit overbodig maakt, vond Romero drie jaar geleden ‘niet correct’. ,,De ‘seignorage- winst’ (winst van een monetaire autoriteit als gevolg van het monopolie voor de uitgifte van geld) is in de Antilliaanse situatie jaarlijks tussen de 15 en 20 miljoen gulden. Dit is meer dan voldoende om het zuiver monetaire apparaat (de uitgifte van bankpapier, het organiseren van een efficiënt betalingsverkeer en de belegging van de deviezenvoorraad) in stand te houden. Het is zelfs voldoende om de kosten van het toezichtsapparaat deels te subsidiëren.

Bij een dollarisatie zullen in ons geval de hele ‘seignorage winst’ en de beleggingsrendementen van de deviezenvoorraad toevallen aan de Amerikaanse overheid. Daardoor zal een bron van inkomsten voor de centrale overheid (of elk toekomstige overheid) van circa 50 miljoen gulden per jaar wegvallen.” Aldus Romero in 2006. Intussen stelt de BNA – begin juni 2009 bij de presentatie van het jaarverslag 2008 – dat het overgrote deel van de winst (in 2008 was dat 97 miljoen, red.) van de Antilliaanse Centrale Bank uit licentierechten bestaat en dat die bij de door de BNA voorgestelde dollarisatie nog steeds zullen worden gegenereerd.

,,Doordat bovendien de betalingsbalansrestrictie bij dollarisatie niet meer bindend is, hoeven er geen deviezenreserves meer te worden aangehouden om de koppeling aan de dollar te waarborgen. Het kapitaal en de reserves van de BNA kunnen hierdoor geïnvesteerd worden, waardoor de winstgevendheid van de bank kan worden gegarandeerd,” aldus de BNA (lees: Tromp) twee maanden geleden.

Romero probeerde in zijn opiniebijdrage van drie jaar terug ‘mee te denken met de voorstanders van dollarisatie’, maar kwam tot de conclusie dat zelfs indien de Antilliaanse (of een eilandelijke) overheid kiest voor dollarisatie ‘wij nog steeds een aantal economische en praktische vragen moeten oplossen’. Bijvoorbeeld de problemen op de arbeidsmarkt. Die los je niet op met dollarisatie.

Een goed voorbeeld binnen het Antilliaanse staatsbestel van een niet-officiële dollarisatie is het eiland Sint Maarten. Ondanks de hoge circulatie van dollars in de economie van dat eiland is de werkloosheid toch relatief hoog. ,,Op onze eilanden kan alleen door gerichte sturing en met onderwijs- en trainingsprogramma’s op middellange termijn het werkloosheidsprobleem het hoofd worden geboden.

Conclusie: dollarisatie is geen substituut voor een slecht functionerende arbeidsmarkt.” Ook zullen in een dollareconomie de problemen rond de voorziening van publieke goederen (utiliteitsbedrijven) niet tot het verleden gaan behoren ‘omdat de bestuurlijke en politieke beslissingen om publieke goederen (lees in dit geval water en elektra, benzine, gezondheidszorg) tegen een lagere prijs dan de kostprijs te offreren aan het publiek een zuiver politieke beslissing is.

Dit probleem wordt niet opgelost door een dollareconomie’. Romero ging drie jaar geleden – tot slot – ook in op de functie van de Centrale Bank als zogeheten ‘lender of last resort’. ,,Indien financiële instellingen die onder toezicht staan van de BNA tijdelijk in de problemen geraken, is het de rol en de taak van de Centrale Bank om deze instellingen tijdelijk uit de brand te helpen.

Zal deze taak in een dollareconomie of in een willekeurig nieuw monetair era een overheidstaak moeten worden of zal een speciaal daartoe door de overheid in het leven geroepen instituut – met publieke middelen gefinancierd – deze rol moeten vervullen?”

Romero’s conclusie was dat ‘met dollarisatie wij onze seignorage-winst weggeven aan de VS om weer een toezichtinstituut op te zetten dat door de overheid gesubsidieerd dient te worden uit publieke middelen’.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *