AD | CBSC: Banken VS huiverig

Door Michael Willemse

CBSC: Banken VS huiveri

CBSC: Banken VS huiverig

Willemstad – Banken in de Verenigde Staten (VS) zijn niet meer zo happig op het aangaan of onderhouden van correspondentbank-relaties met kleinere banken in het buitenland, waaronder de Caribische regio, vooral als deze landen in relatie worden gebracht met een verhoogd risico.

Vandaar dat met name kleine banken steeds meer moeite ondervinden bij het aangaan of behouden van correspondent-bankrelaties in Amerika. ,,Ook ervaren sommige banken dat hun correspondentbank-relaties met de VS beperkt of zelfs beëindigd worden”, aldus de Centrale bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) op vragen van het Antilliaans Dagblad.

De Centrale Bank probeert deze negatieve ontwikkeling tegen te gaan met, naar eigen zeggen, ‘gerichte communicatie met correspondentbanken’. Dat gebeurt door daarbij nadrukkelijk te wijzen op de doorgevoerde aanscherping in de wet- en regelgeving ter voorkoming en bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering, het toezicht van de CBCS op de naleving hiervan en de grondige CFATF-evaluatie die Curaçao als jurisdictie succesvol heeft doorstaan. CFATF staat voor Caribbean Financial Action Task Force, onderdeel van de veel grotere internationale FATF.

In een presentatie onlangs voor de Staten spraken de voorzitters van de Curaçao Banker’s Association (CBA) en International Banker’s Association of Curaçao (IBA), Daniel Hodge en Arthur Adams, over deze problematiek en vroegen hier – mede in verband met de Sanctieverordening, die noodzakelijk wordt geacht om internationaal mee te blijven doen – met klem aandacht voor. Het hebben van voldoende correspondentbank-relaties is een must voor niet alleen de internationale financiële dienstverlening, maar ook voor het lokale bankwezen. Anders dreigt isolement.

Voor betalingen naar andere landen, meestal in andere valuta dan de eigen valuta, dient gebruik te worden gemaakt van een zogenaamde ‘correspondent bank’. Dit houdt in dat voor betalingen naar bijvoorbeeld een ingezetene van een land met de euro als munteenheid, gebruikt dient te worden gemaakt van een in dat land gevestigde bank. En zo moeten betalingen in Amerikaanse dollars in principe door een bank gevestigd in de VS worden afgehandeld.

Gevraagd om een toelichting, verklaart de Centrale Bank het volgende tegenover het AD:

,,Om diverse redenen zijn de banken in de VS die als ‘correspondent banks’ fungeren voor buitenlandse banken, hun relatie met deze buitenlandse banken tegen het licht gaan houden.”

Eén van de voornaamste redenen die genoemd kunnen worden is de toegenomen zogeheten ‘regulatory scrutiny’ door toezichthouders. Dat wil zeggen: de toegenomen strengheid in de regels die (correspondent-)banken opgelegd krijgen. Ook de fors hoge boetes die in gevallen van overtredingen worden gegeven. De CBCS vervolgt:

,,Een direct gevolg hiervan is dat correspondent-banken sommige relaties of gebieden waar deze relaties zijn gevestigd aanmerken als gebieden met verhoogd risico waar het gaat om know-your-customer & money-laundering aangelegenheden.”

Voor correspondent-banken wordt het verder ook steeds minder rendabel om nog relaties met relatief kleine banken te onderhouden, omdat de inkomsten die worden gegenereerd uit de verwerking van een beperkt aantal transacties ten behoeve van die banken steeds minder opwegen tegen de lasten van de toegenomen administratieve – ‘compliance’ – rompslomp.

‘Zonder correspondent banken geen economie’

Het is eigenlijk geen probleem, maar het kan wel een probleem worden indien wij – lees: Curaçao – in de toekomst als een zogenoemd ‘non-cooperative’ of ‘high-risk jurisdiction’ worden aangemerkt of aangezien.” Dat zegt Daniel Hodge, voorzitter van de Curaçao Banker’s Association (CBA), in het dagelijkse leven directeur van postspaarbank PSB Bank.

Vandaar dat het wél erg belangrijk is, in tegenstelling tot de opinie van enkele fracties in het parlement (vooral regeringspartij PS en oppositiepartij MFK en na de presentatie in de Staten in mindere mate de MAN, eveneens oppositie) dat Curaçao instemt met de eigen vernieuwde Sanctieverordening. De aangepaste Sanctiewet komt er overigens toch wel, maar anders als opgelegde Rijkswet.

Hodge legt het allemaal eenvoudig uit: ,,Curaçao importeert praktisch alles. Dit betekent dat wij dagelijks een stroom van buitenlandse betalingen aan bijvoorbeeld buitenlandse leveranciers moeten verrichten. Deze betalingen worden doorgaans via de lokale banken gedaan. Om een leverancier in het buitenland te kunnen betalen, houden de lokale banken rekeningen aan bij buitenlandse banken, vaak in de Verenigde Staten (in Amerikaanse dollars) en Nederland (in euro’s), maar vaak ook in andere landen (Groot Brittannië, Japan, China).”

Deze rekeningen bij de buitenlandse banken, worden ‘correspondent accounts’ of ook ‘nostro rekeningen’ genoemd, vervolgt de voorzitter van de bankiersvereniging zijn uitleg.

,,De bank in het buitenland waar de rekening wordt aangehouden is dan de ‘correspondent bank’ van de lokale Curaçaose bank. De relatie tussen de lokale bank en de correspondent bank is gebaseerd op een ‘agreement’, waarin alle voorwaarden staan.”

Hodge legt verder ook de achtergrond uit: ,,Het Caribische gebied wordt doorgaans als een verhoogd risicogebied gezien, zeker in vergelijking met Noord-Amerika en West-Europa. Curaçao ligt in het Caribische gebied.” En: ,,Sinds de aanslagen van 9-11 hebben de Verenigde Staten de wetgeving aangescherpt zeker voor wat betreft terrorismefinanciering en witwassen van gelden. De ‘USA Patriot Act’ is een goed en bekend voorbeeld hiervan.”

Maar er is méér: ook Amerikaanse agencies als de Ofac, Office of Foreign Assets Control, die onder de US Treasury vallen, monitoren alle ontwikkelingen en kunnen indien nodig sancties uitvaardigen. De voorzitter van de lokale bankiersverenging:

,,De Amerikaanse banken zijn hierdoor veel voorzichtiger geworden met wie ze wel of geen zaken doen ter voorkoming dat ze allerlei boetes en of sancties worden opgelegd of dat ze hun licentie verliezen.”

De banken in de VS zijn niet alleen veel zorgvuldiger, maar ‘ook huiverig geworden’ met het aangaan van nieuwe correspondentbank- agreements. De grote hoeveelheid compliance-vereisten waar de banken in dit geval op Curaçao aan moeten voldoen om een correspondent-agreement met een Amerikaanse bank te mogen aangaan, is flink toegenomen.

Ook bestaande correspondent- relaties worden regelmatig getoetst aan de (verscherpte) compliance-eisen. Hodge: ,,En als een lokale bank niet aan de vereisten voldoet, dan loopt deze het risico dat de Amerikaanse bank de correspondent-relatie met de lokale bank verbreekt. Zeker de Amerikaanse banken willen geen risico’s lopen!”

Verder moet volgens de CBA ook rekening gehouden worden met het feit dat Curaçao een zeer kleine markt is. ,,Het betreft hier een markt van amper 150.000 inwoners, waar naar ‘global’ normen, niet veel geld valt te verdienen. De vraag voor een grote buitenlandse, bijvoorbeeld Amerikaanse, bank is dan of het wel de moeite waard is om zoveel risico – Caribisch gebied, veel drugs en zwart geld – te lopen voor zo weinig baten. Het is eigenlijk niet de moeite waard.”

Het voorgaande is de kern van het probleem. Hier komt naar het oordeel van bankier Hodge nog bij dat Curaçao haar Sanctielandsverordening niet wil moderniseren op grond van de aanbevelingen van de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF) uit 2012.

,,Daarmee lopen wij het risico om als ‘noncooperative’ te worden aangemerkt en op een zwarte of grijze lijst terecht te komen, met alle negatieve gevolgen van dien. Dit willen wij als sector coûte que coûte voorkomen.”

Tot slot namens de bankiersverenging: ,,Aangezien Curaçao bijna alles importeert, zullen wij er dus voor moeten zorgen dat wij ons niet isoleren en te allen tijde een goed netwerk van correspondent banken behouden.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *