AD Commentaar | Keihard aan de slag

AD Commentaar
AD Commentaar

Er is onmiskenbaar reden voor optimisme: het Curaçaose toerisme, een belangrijke pijler van de economie – zo niet langzaam aan dé belangrijkste sector – groeide het afgelopen jaar weer gestaag; voor 2015 verwacht de doorgaans strenge Centrale Bank (CBCS) eindelijk de langverwachte reële groei van het bruto binnenlands product (bbp); en de belastingherziening, die nog vlak voor de jaarwisseling werd goedgekeurd, beoogt een lastenverlichting, althans gedeeltelijke teruggave van wat de voorgaande jaren aan hogere premies en belastingen werd ‘afgepakt’. De bankiersvereniging CBA had een opvallend positieve boodschap. Ook is het nieuwe jaar begonnen met iets goedkopere stroom en water en is vooral de benzineprijs ‘historisch’ laag. Tegelijkertijd is de verwachting dat de wereldeconomie aantrekt, waar Curaçao – als het goed is en het eiland zich ervoor openstelt – van kan meeprofiteren.
Toch is het allemaal nog erg broos. Een groei van amper een half procentje is goed beschouwd géén echte toename van het bbp. Het zet geen (of onvoldoende) zoden aan de dijk. Daarvoor zijn groeicijfers van minstens enkele procentenpunten nodig. De lastenverlichting met 40 miljoen dit jaar en nog eens 40 miljoen in 2016 zal zeker helpen met een verbeterde koopkracht, de echte waarde is vooral het signaal dat ervan uitgaat: namelijk dat er een overheid zit die bereid is te bezuinigen op het eigen apparaat en tegelijk belofte houdt om ‘terug te geven’. De vraag is of het effect voldoende is, maar tevens of het niet te vroeg is omdat er nog altijd aanzienlijke risico’s zijn voor de landsbegroting – niet in de laatste plaats de noodlijdende, de afgelopen jaren door de politiek zwaar verwaarloosde en soms zelfs geplunderde overheids-nv’s. Bij tegenslag zou dat dan weer kunnen leiden tot belastingverhoging. Niet alleen de situatie bij de overheidsbedrijven als Aqualectra, UTS, CPost, laboratorium ADC en Dokmaatschappij CDM is uitermate zorgelijk, dat geldt óók (beter: nog steeds) voor de sociale fondsen die de almaar stijgende ziektekosten van vandaag en de pensioenen van morgen moeten kunnen blijven ophoesten.
Minister Jardim van Financiën heeft nu de weg ingeslagen naar meer bestedingsruimte voor de burgers en een aantrekkelijker tarief winstbelasting voor (buitenlandse) ondernemingen. Een weg terug, ook al komt er tegenwind uit de publieke sector met een eventueel begrotingstekort, is er niet. Dat zou het sprankje vertrouwen dat langzaamaan terugkeert direct weer de kop indrukken. Het komt nu aan op groei, aangedreven door vertrouwen. Vertrouwen van de particuliere sector in een overheid die doet wat zij zegt en consistent en transparant is; en ook vertrouwen van het bedrijfsleven in zichzelf en onderling. De lokale commerciële banken bulken van het geld – de verplichte reserves bij de CBCS niet eens meegerekend. Ook het Algemeen Pensioenfonds en andere beleggingsinstellingen zijn vaak overliquide. Wat ze binnen de eigen grenzen missen zijn goede, productieve en duurzame projecten én een verdere horizon dan pakweg één, twee of drie jaar. Banken en investeerders houden tot nu toe vaak hun kruit liever droog, spelen het bij voorkeur op safe omdat gevreesd werd en nog steeds wel wordt dat de toestanden van de controverse rond ‘si’ en ‘no’ – die voor diepe verdeeldheid heeft gezorgd – en politiek wanbestuur in de eerste twee jaar na 10-10-’10 zich zo wéér zouden kunnen herhalen; met volstrekte verlamming tot gevolg.
Het punt daarbij is dat in zo’n situatie de kloof tussen haves en have nots alleen maar groter wordt: degene met kapitaal redt zich wel en zingt het uit of investeert in het buitenland en wijkt uit. Maar gebrek aan vertrouwen en een stagnerende economie gaan uiteindelijk ten koste van de werknemers, die verliezen hun banen en daarmee hun inkomen. Ook is sociaal beleid vaak het eerste slachtoffer van een neerwaartse economische spiraal, waar het eiland een decennium aan lijdt. Als er daarom één ding is waar Curaçao grote behoefte aan heeft, is dat wel het opkrikken van sociale zorg en algehele ontwikkelingsniveau. De sociale nood is in vele tientallen buurten vaak schrijnend. Achtergebleven wijken en gebroken gezinnen zijn funest voor de opgroeiende jeugd en daarmee de burger (vaders en moeders) van de toekomst. Normen vervagen, onderwijs wordt verwaarloosd en de samenleving raakt uit balans. Nog grotere materiële maar met name geestelijke armoede en toegenomen isolement van grote groepen mensen en daarmee per saldo van het eiland zijn het resultaat. Waarmee het fundament om de economie en het levenspeil op te krikken kleiner wordt. Enzovoort.
Deze redactionele analyse eindigt waarmee het begon: dat er ondanks achterstanden wel degelijk reden is voor een positieve kijk op 2015 en de jaren daarna. Maar voor niets gaat de zon op. Wil de economie en daarmee de (financiële) ruimte voor gezondheidszorg en sociale zorg voor jongeren, ouderen en andere hulpbehoevenden echt groeien, dan moet er weer duurzaam worden geïnvesteerd. Minder consumptieve investeringen, meer productieve investeringen. Minder angst en aarzeling van financiers en entrepreneurs, meer durf. Minder klagen, harder werken. Minder inzichzelfgekeerdheid, meer de blik op de buitenwereld en (internationale) samenwerkingsverbanden (zoals met regio en overige koninkrijkspartners). Minder wantrouwen jegens de ander, meer vertrouwen. Minder uitsluiten en discrimineren, meer participatie en tolerantie. Minder gemakzuchtig door de vingers kijken, meer orde en discipline. Minder verkwisting van gemeenschapsgeld, een meer effectieve en efficiënte publieke sector. Minder individualisme, (veel) meer collectivisme. Minder verdeeldheid, meer eenheid. Minder solistisch gedrag van regering, bedrijfsleven en bonden, meer continue sociale en nationale dialoog. Niet alleen een juiste mindset is vereist, maar bovenal gewoon méér de handen uit de mouwen steken en keihard aan de slag.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *