AD commentaar | Moedig besluit; common sense bonden vereist

AD commentaar | Verzuim Amparo

De regering-Rhuggenaath (PAR/MAN/PIN) van Curaçao heeft een moedig besluit genomen, misschien wel het moedigste in vele jaren. Een moeilijk besluit ook. Op zondag 29 december 2019 is besloten om afscheid te nemen van PdVSA als operator van de Curaçaose petroleumindustrie. En tegelijkertijd om de raffinaderij en olieterminal de komende zes maanden zelf te runnen, althans door overheids-nv Refineria di Kòrsou (RdK).

Daarmee neemt Curaçao voorlopig het heft in eigen hand, het zogeheten Plan B, zonder nog langer afhankelijk te zijn van het Venezolaanse staatsoliebedrijf. Totdat met Klesch Group, de in Zwitserland gevestigde onderneming van de Amerikaan Gary Klesch – waarmee vorige week een belangrijke overeenkomst is getekend – de exploitatie overneemt, zullen de ruim 900 Isla-werknemers op de payroll komen te staan van RdK en RdK-dochter Curaçao Refinery Utilities (CRU). Daar is ruim 43 miljoen dollar (ruim 77 miljoen gulden) mee gemoeid. Gemeenschapsgeld welteverstaan.

Het eerder al ten tijde van het kabinet van premier Ben Whiteman (Pueblo Soberano) niet verlengde leasecontract met PdVSA loopt daarmee vandaag, 31 december 2019, daadwerkelijk af en wordt niet verlengd; ook niet voor de zogeheten transitieperiode. Daardoor komt niet alleen een einde aan de 34 jaar dat Isla en Bullenbaai werden gemanaged door PdVSA, maar ook aan een lange periode – ruim een decennium – waarin Curaçao volgens premier Eugene Rhuggenaath met de rug tegen de muur stond (lees: werd gehouden) en door Caracas in het ongewisse werd gelaten en daarmee in onzekerheid gehouden. In het begin bewust, gezien de grote machtspositie van buurland Venezuela, maar de laatste jaren is PdVSA danig afgezwakt (door politiek wanbeleid, astronomische schulden en internationale sancties).

De duur van de transitieperiode was uiteindelijk het breekpunt. Curaçao wilde in verband met de afspraken met Klesch terecht flexibiliteit, PdVSA wilde per se nog twaalf maanden tot 2021. Daarmee werden RdK en de regering in Fòrti echter opnieuw in een onmogelijk positie gemanoeuvreerd, want het vertrouwen van, en de deal met Klesch Group zou op het spel worden gezet.

Waarom PdVSA en Caracas op hun beurt kennelijk koste wat kost een transitie van minstens een jaar wilden, terwijl het al twee jaar eenvoudigweg niet in staat is om Isla te laten produceren, is een raadsel. Wellicht dat de Venezolanen hiermee tijd hebben willen winnen en stiekem hoopten dat er ook na 31 december 2020 vanzelf weer een nieuwe verlenging komt. Daarmee verklappen zij indirect dat Isla en Curaçao wel degelijk van groot (strategisch) belang is voor PdVSA en Venezuela.

Daar hebben zij zich echter lang niet naar gedragen; telkens gaven zij niet thuis als werd onderhandeld over de voortzetting en regelmatig keerden Curaçaose delegaties met lege handen naar huis. Speelden eerst macht en arrogantie een rol, later nam puur onvermogen het over.

Hoewel gezien de onderlinge banden en verwevenheid de deur naar het grote buurland altijd open moet staan en er ongetwijfeld betere tijden zullen aanbreken, zijn Venezuela en PdVSA gezien de diepe crisis in de huidige omstandigheden geen toegevoegde waarde voor Curaçao. Eerder is het tegendeel het geval. Dit moeten de Isla-werknemers en vooral hun vakbondsleiders óók beseffen.

Iedereen wist dat dit moeilijke moment er vroeg of laat aan zat te komen; dat er een einde zou komen aan de operatie door PdVSA en dat er een lastige tijd zou aanbreken in verband met de transitie omdat de exploitatie van de oude en de nieuwe operator niet naadloos op elkaar aan zou sluiten. Curaçao lost dit nu zélf op. Hoewel hun oude werkgever vertrekt, behouden alle Isla-personeelsleden toch hun volle salaris. Dat kan niet iedereen op het eiland zeggen.

Bovendien, echt veel werk voor alle 900 werklieden zal er niet zijn: de raffinaderij zal immers niet draaien totdat Klesch het overneemt, desondanks krijgen ze een half jaar lang vol uitbetaald zonder daarvoor arbeid te leveren.

Toch meldden de bonden PWFC en Apri dat dit Plan B niet wordt geaccepteerd en riepen hun leden alsmede de voltallige bevolking op om maandag 30 december te manifesteren. De manifestatie voor het Statengebouw en op het Wilhelminaplein kwam er, maar de opkomst moet de opposanten flink zijn tegengevallen.

Iedereen met common sense zal dan ook begrijpen dat de regering een zwaar, maar moedig besluit heeft genomen en met het aanbod aan het personeel een grootmoedig gebaar heeft gemaakt dat met beide handen moet worden aangegrepen. En dit op kosten van de overheid (lees: de gemeenschap).

Bron: Antilliaans Dagblad

4 Reacties op “AD commentaar | Moedig besluit; common sense bonden vereist

  1. Misschien dat de huidige Venezolaanse politici (kabinet) eerst met een harde bezem alle door haar gepleegde wanprestaties (welken ????) weg moet vegen alvorens plaats te maken voor mensen met verse gedachten (eerlijke). Basora bieu ta bari bon? o basora nobo lo bari bon? Feit is dat alle langzittende presidenten er moeite mee hebben plaats te maken voor veranderingen. Studia tur pais kaminda tabata tin hende ku no ke baha pa kaba i ripará ku dia a baha nan a resultá ku tabatin kestion di enrikesimentu riba lomba di pueblo. Mira Panama, Peru, Bolivia, Filipinas i e kabajero ku poko tempu pasá a bisa ku e ta nietu di defuntu lider Cu…… riba e pregunta kon bin e tin un jate, anto karu asina.

  2. @ brian, dat is al erg het word nog erger als je beseft dat er mensen zijn die verschillende baantje hebben waar ze niets doen. En als er dan iets gebeurd komt belangen verstrengeling. Doe de burger een plezier, ruim de onnodige banen op en zorg dat er gewerkt word op actieve posities, one man one job. En het begrotingstekort is opgelost.

  3. Zoveel mensen die zonder arbeid toch salaris vangen. Tel daarbij op de Tilly Pikeries en we hebben veel mensen op Curacao die gewoon salaris vangen voor niets doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *