AD commentaar | ‘Off balance’ financieren op Aruba

AD commentaar | ‘Off balance’ financieren op Aruba

De Arubaanse openbare financiën staan er (veel) slechter voor dan tot nu toe werd gedacht, althans dan hoe het tot voor kort aan het grote publiek werd ‘verkocht’. Zeker ten tijde van het kabinet-Mike Eman I, onmiddellijk gevolgd door Mike Eman II – waarbij de AVP telkens de meerderheid had in het parlement – was het doorgaans public relations met veel goedweerpraatjes.

Het zou allemaal reuze meevallen met de begrotingstekorten en als gevolg daarvan de snel oplopende staatschuld en, bovendien, de regering gaf zelf ook toe er bewust voor te kiezen de terugval van de economie op te vangen door meer overheidsinvesteringen en -bestedingen. Hoewel de Keynesiaanse benadering – anticyclisch geld in de economie pompen, juist in mindere tijden, om grote schokken op te vangen – is het in het geval van Aruba doorgeschoten. Dat tonen de meest recente cijfers van het College Aruba financieel toezicht (CAft) aan, maar ook het onthutsende rapport van de Algemene Rekenkamer Aruba (ARA) over het omvangrijke programma Bo Aruba.

De AVP-regering is na acht jaar weggestemd en sinds november zit het nieuwe kabinet-Wever-Croes in het zadel. Deze coalitie van MEP/POR/RED zit, zogezegd, met de gebakken peren. Er is sprake van ‘ontsporing van de overheidsfinanciën’, zowel ten aanzien van het begrotingsjaar 2017 maar ook in 2018.

Het voorbije jaar wordt naar verwachting afgesloten met een financieringstekort van 3,2 procent bbp (bruto binnenlands product), terwijl volgens de destijds door Den Haag aan Oranjestad opgelegde wet – de Landsverordening Aruba tijdelijk financieel toezicht (LAft) – over genoemd jaar maximaal -0,5 procent bbp is toegestaan.

Om toch aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen, heeft Aruba aanvullende leningen van 130 miljoen florin afgesloten, waardoor het leenbedrag is uitgegroeid tot 569 miljoen. Als gevolg hiervan stijgt de schuldquote naar verwachting tot 87 procent bbp ultimo 2017.

Dat betreft de landsbegroting of, zoals het CAft dat liever breder in kaart brengt, de collectieve sector. Maar de Rekenkamer geeft in het Rapport Bo Aruba aan dat er omvangrijke, tot nu toe min of meer verholen, uitgaven voor projecten zijn waarvan de rekening pas in de komende jaren wordt gepresenteerd.

,,Niet bij alle projecten is vooraf duidelijk wat de totale financiële gevolgen zullen zijn voor het Land en hoe deze bekostigd zullen worden. Bij diverse projecten wordt als argument onder andere het ‘off balance’ financieren genoemd. De financiële gevolgen komen in die gevallen niet tot uitdrukking in de Landsbegroting, maar worden pas verantwoord in het jaar dat het Land de kosten betaalt”, zo schrijft de Rekenkamer.

Elders in het rapport signaleren de rekenmeesters bijvoorbeeld dat ten aanzien van de nieuwbouw en uitbreiding van het Horacio Oduber Hospitaal (HOH) is gekozen voor een ‘alternatieve financieringswijze’, die de Arubaanse burger de komende 29 jaar overigens 653 miljoen gaat kosten. Want kosten kun je handig vooruitschuiven, maar eens zullen ze toch moeten worden betaald. In het geval van het ambitieuze Bo Aruba gaat het maar liefst om 1,6 miljard, waarvan al ruim 1 miljard gegund. Onafgedekte risico’s noemt de Rekenkamer het.

Het programma Bo Aruba werd in 2009 opgestart door het kabinet-Mike Eman I. De regering gaf destijds te kennen dat Aruba een macro-economische verbetering behoefde en dat zowel de infrastructuur als de ruimtelijke ontwikkeling onlosmakelijk verbonden zijn met de economische ontwikkeling.

Door het opstarten van een aantal grote projecten wenste de regering de economie een extra impuls te geven. Deze investeringen waren bedoeld om de economie te stuwen en ook de toeristische industrie een impuls te geven. ‘E Producto Aruba’, de allesomvattende term die werd gebruikt voor het economisch stimuleringsplan, mag inderdaad zijn verbeterd, maar wel tegen een prijs die voor rekening komt van komende generaties.

Bron: Antilliaans Dagblad

Een Reactie op “AD commentaar | ‘Off balance’ financieren op Aruba

  1. Renée van Aller

    Alle regeringen hebben de laatste decennia, – zodra ze aan de macht kwamen – hun eigen mensen overal geplaatst. Dat is gigantisch duur en onnodig. Vooral door degenen die worden weggezet en ook betaald moeten worden, want ze kunnen niet worden ontslagen. Al die brandnieuwe pluimstrijkers zijn niet vóór goed bestuur, maar zij willen degenen die hen een sinecure heeft bezorgd in een positieve stemming houden, zodat nog meer familieleden en bekenden worden aangesteld. Waarom geen ambtenaren aanstellen die elke regering even goed bedienen? Wij hebben dat altijd gedaan en werden door alle regeringen naar huis gestuurd. Maar nooit voor lang. Over de overheidsfinanciën schrijven we al jaren. Niet dat het hielp. Op grote schaal gebruikt de overheid de ingehouden pensioenpremies van de eigen ambtenaren en SVB premies als kasgeld in plaats van het af te dragen aan de SVB en de APFA. Overgenomen van Curaçao. Dat gaat al decennia zo. Geen enkele overheid kan onbeperkt legaal blijven stelen.
    Veel ernstiger is, dat het Land uitstekende adviesorganen heeft. Zoals de Raad van Advies, het CBS, de CAD, soms de Centrale Bank als het mag van de regering, de SER en vooral de Algemene Rekenkamer. Het is meer dan opvallend, dat de deskundige adviezen van die instanties structureel nauwelijks worden opgevolgd. De politieke wil blijkt allesoverheersend. Meestal ten detrimente van het Land. Waarom? Zolang de regering alleen politiek mooi weer wil spelen en patronage en misleiding oppermachtig zijn, wordt het nooit wat met de overheidsfinanciën. Er is zo bovenmatig uitgegeven door de laatste regering, dat nu de wal het schip gekeerd heeft. Het Land is zo goed als bankroet, dank zij de regeringen van de afgelopen decennia. Wij hopen dat met een verstandige vrouw aan het regeringsroer, die negatieve tendens kan worden beëindigd, om nog erger te voorkomen. Maar alle regeringen hebben de staatskas gebruikt ten eigen bate. Zou de MEP thans ten slotte een lichtend voorbeeld kunnen worden voor deugdelijk bestuur? Ergens moet de victorie beginnen toch? Renée van Aller & John de Vries

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *