AD | Douaneverdrag naar parlementen

De gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten is gevraagd het naar de Staten te sturen, zodat het verdrag voor het hele Koninkrijk zal gelden.

Den Haag – De al tientallen jaren bestaande samenwerking tussen de douanes in het Caribisch gebied wordt binnenkort formeel geregeld in een verdrag.

Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken heeft het verdrag voor stilzwijgende goedkeuring naar de Tweede Kamer gestuurd. De gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten is gevraagd het naar de Staten te sturen, zodat het verdrag voor het hele Koninkrijk zal gelden.

De Caribbean Customs Law Enforcement Council (CCLEC) zet zich al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw op initiatief van de Verenigde Staten (VS) in voor de bestrijding van drugssmokkel. Bijna alle Caribische landen en landen die daar banden mee hebben zitten in deze raad. Deze informele samenwerking wordt nu de Caribische Douane Organisatie (Caribbean Customs Organisation, CCO). Hiervoor is op 22 mei 2019 in Havana een verdrag gesloten over wederzijdse administratieve bijstand.

De op Saint Lucia gevestigde CCLEC is geen volwaardige internationale organisatie, waardoor de raad vaak naast financieringsmogelijkheden grijpt, zoals door het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en de Inter-American Development Bank. In 2014 werd daarom besloten de samenwerking in een verdrag te regelen. De Raad van State zag daarin geen problemen voor het Koninkrijk, waarna minister Blok het verdrag gisteren naar de Tweede Kamer stuurde.

Voor het Koninkrijk is het verdrag vooral van belang voor de Caribische delen, aldus de toelichtende nota. Het belang van een ‘deugdelijke juridische basis’ is toegenomen sinds 2010, omdat er nu vier landen van het Koninkrijk bij zijn aangesloten. Het CCO-verdrag treedt in werking zodra tien landen het hebben geratificeerd.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *