AD | Eindverslag van formatieopdracht

Formateur Eduardo ‘Dito’ Mendes de Gouveia: ,,Het spreekt uiteraard voor zich dat het kabinet daarnaast naar beste vermogen alle lopende zaken van het bestuur van ons eiland zaI dienen af te handelen.” | AD

De waarnemend gouverneur van Curaçao, Adèle van der Pluijm-Vrede, kreeg uit handen van formateur Eduardo ‘Dito’ Mendes de Gouveia het eindverslag van zijn formatieopdracht, gedateerd vrijdag 28 september 2012. Hieronder publiceert het Antilliaans Dagblad integraal het eindverslag:

,,Excellentie,

Zoals ik in mijn tussenverslag al berichtte, heb ik in het kader van de bij brief van 24 september 2012 kenmerk BU- 12/0102ILW/JW aan mij gegeven formatieopdracht, gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van een meerderheid van twaalf Statenleden. Zij hebben zich op 25 september 2012 bereid verklaard mee te werken aan de formatie van een in omvang beperkt interim-kabinet voor ons land dat de door u bij uw opdracht genoemde taken zal uitvoeren en de lopende zaken van het bestuur van ons land naar beste kunnen zal behartigen. Het origineel van deze bereidwilligheidsverklaring deed ik u als bijlage van mijn tussenverslag al toekomen, evenals het verslag van de bespreking met een meerderheid van de Statenleden gevoerd.

Een meerderheid van twaalf leden van de Staten heeft aangegeven hun steun te zullen geven aan een interim-kabinet, dat – zoals in de formatieopdracht aan mij verzocht – in omvang bescheiden zal zijn. Daarbij is gedacht aan een kabinet van vijf ministers.

Gezien de korte tijd die het interim-kabinet naar alle waarschijnlijkheid zal zitten en gezien de urgentie om op zo kort mogelijke termijn een aantal zaken aan te pakken die de rust, het vertrouwen en de democratie in ons land moeten herstellen, is ervoor gekozen ervan af te zien een uitgebreid regeerprogramma op te stellen en in plaats daarvan het interimkabinet op te dragen om – zoals in uw formatieopdracht werd omschreven – de nadruk te leggen op de volgende punten:

  • a. het wederom doen terugkeren van bestuurlijke rust in Curaçao en in de relatie van Curaçao met de overige landen van het Koninkrijk;
  • b. het voorbereiden van de Statenverkiezingen op 19 oktober aanstaande;
  • c. het initiëren van maatregelen die leiden tot een herstel van het functioneren van het democratisch bestel van Curaçao;
  • d. het initiëren van maatregelen die leiden tot een herstel van het financieel en economisch vertrouwen in Curaçao, binnen en buiten het Koninkrijk;
  • e. het voorbereiden van maatregelen die een ordentelijk verloop van het proces ‘screening’ van kandidaat-bewindspersonen na de verkiezingen van 19 oktober 2012 verzekeren.
  • Het spreekt uiteraard voor zich dat het kabinet daarnaast naar beste vermogen alle lopende zaken van het bestuur van ons eiland zaI dienen af te handelen.

In overleg met de beoogde minister-president is een aanzet opgesteld voor een door het te benoemen interim-kabinet nader uit te werken regeerprogramma. Deze aanzet sluit ik eveneens als bijlage bij deze brief in. Door een meerderheid van twaalf Statenleden is een vijftal personen voorgedragen als kandidaat voor het vervullen van ministersfuncties in het te installeren interim-kabinet.

Gevolg gevend aan de bepalingen van het Landsbesluit van de 10e februari 2010, no. 10/0385, heb ik – alvorens deze kandidaat-ministers aan u voor te leggen – betrokkenen verzocht een questionnaire met betrekking tot hun omstandigheden in te vullen, zoals dat in het verleden steeds gebruikelijk is geweest. Deze questionnaires doe ik u als bijlage toekomen, inclusief curricula vitae van alle kandidaat-ministers.

Bij brief van 27 september 2010 heeft het Openbaar Ministerie mij bericht dat ten aanzien van de vijf door mij aan het OM voorgelegde kandidaatministers uit het onderzoek naar eventuele strafrechtelijke antecedenten en lopende of recent afgesloten strafrechtelijke onderzoeken niets ten nadele van deze personen is gebleken. De brief van het OM doe ik u als bijlage toekomen. Ook heb ik de crisismanager van de Veiligheidsdienst Curaçao, de heer M. Römer, benaderd met het verzoek een feitenonderzoek te willen verrichten naar de vijf kandidaten. De heer Römer was echter van mening dat een dergelijk onderzoek zoals in het verleden gebruikelijk was, naar de huidige inzichten niet stoelt op een wettelijke basis, reden waarom hij het verzoek niet kon honoreren en verwees mij naar de procureurgeneraal.

Gezien de maatschappelijke discussie over de integriteit van het zittende kabinet, ben ik echter van mening dat bij het formeren van een (interim- )kabinet niet volstaan kan worden met uitsluitend een justitieel onderzoek door het OM conform de vigerende regelgeving. Ik heb dan ook – met de volledige medewerking van de betrokken kandidaat-ministers – de medewerking verzocht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten voor het uitvoeren van een betrouwbaarheidsen deskundigheidstoetsing zoals dat gebruikelijk is bij (kandidaat-) (mede)beleidsbepalers van onder toezicht van de CBCS staande instellingen.

De door de kandidaat-ministers voor dit onderzoek ingevulde questionnaires doe ik u eveneens als bijlage bij dit verslag toekomen. Uit het onderzoek van de Centrale Bank zijn geen nadelige feiten of omstandigheden aan het licht gekomen betreffende de vier onderzochte kandidaat- ministers. Voor zover de kandidaten mij hebben geïnformeerd, baart de gezondheidstoestand van geen van hen noemenswaardige zorgen en kunnen zij allen geschikt worden geacht voor het uitvoeren van hun – zeker onder de huidige omstandigheden – zware taak als bewindvoerder in het interim-kabinet. Met deze onderzoeken meen ik aan de wettelijke en maatschappelijke vereisten van een ‘screening’ van de kandidaatministers te hebben voldaan.

In mijn tussenverslag noemde ik u de namen van de vijf door de gezamenlijke twaalf Statenleden aan mij voorgedragen kandidaat-ministers en gaf ik ook de portefeuilles aan die elk der kandidaten zou bezetten. Het ging daarbij om:

– Mr. S.M. Betrian: minister van Algemene Zaken, minister van Justitie;

– Dr. J.M.N. Jardim: minister van Financiën, minister van Economische Ontwikkeling;

– S. Bodok, MHA: minister van Gezondheid, Milieu en Natuur, minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en WeIzijn;

– Drs. lng. C.G. Smits: minister van Onderwijs, Wetenschap, CuItuur en Sport, minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening;

– H.G.M. Jourdain, Msc RA: minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning en Energiesector.

Met de kandidaten heb ik besprekingen gevoerd, waarvan de verslagen van vier van de kandidaten al in uw bezit zijn. Met de heer Smits heb ik eenzelfde gesprek gevoerd en ook hij verklaarde zich bereid zijn medewerking te verlenen aan de vorming van het interimkabinet conform de aandachtspunten zoals in de opdracht aangegeven. Sindsdien echter heeft de heer Jourdain te kennen gegeven vanwege door hem ontvangen bedreigingen met fysiek geweld tegen hemzelf en zijn familieleden zich genoodzaakt te zien zich terug te trekken als kandidaat-minister. Zijn brief hieromtrent sluit ik als bijIage in.

Ten einde onnodig uitstel van de benoeming van een interimkabinet te voorkomen wil ik u in overweging geven in eerste instantie een kabinet van vier ministers te benoemen en de invulling van de vijfde ministerspost en de voorlopige waarneming van de aan de heer Jourdain toebedachte taken in handen te geven van de te benoemen minister-president van het kabinet.

Gezien het bovenstaande meen ik te mogen opmerken dat ik meen voldaan te hebben aan de opdracht zoals omschreven in uw eerder genoemde brief, reden waarom ik besloten heb de formatieopdracht te aanvaarden in het belang van het herstel van de democratie op Curaçao, onder uitdrukkelijke dankzegging voor het door u in mij gestelde vertrouwen.

Tevens spreek ik mijn dank uit voor de medewerking die ik heb mogen ontvangen van de meerderheid van de Staten, de kandidaat- ministers, het Openbaar Ministerie en de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Tot slot merk ik ten aanzien van de heer Jardim op dat hem – alvorens tot minister te worden benoemd – bijzondere vrijstelling van dienst zonder behoud van inkomen voor de duur van zijn ministerschap moet worden verleend. Een conceptlandsbesluit doe ik u als bijlage toekomen.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *