AD | Het gezicht van DBB

Door Ellen Evenhuis

‘De ambassades zijn onze ogen en oren in het buitenland.’ | Ellen Evenhuis

,,Wij zijn de enigen die sinds kort een spreekuur hebben. Alles wat te maken heeft met dienstverlening direct aan de burger doen wij. Wij zijn het contact, dat maakt het verschil met de andere afdelingen.”

Rieke May en Saresca Nicolaas, respectievelijk junior beleidsmedewerker en beleidsmedewerker, vormen tezamen de ‘afdeling’ consulaire zaken: het gezicht van de Directie Buitenlandse Betrekkingen (DBB).

De werkzaamheden van May en Nicolaas zijn te verdelen over grofweg vier terreinen. Zo zijn zij – als DBB – samen met de Directie Justitiële Zaken verantwoordelijk voor het opstellen van het visumbeleid van de Nederlandse Antillen. Dit beleid werd met het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag vastgelegd in een handboek. Het handboek is te gebruiken als instructie voor de Koninkrijksvertegenwoordigingen in het buitenland.

De medewerkers op deze posten weten op die manier hoe zij visumaanvragen voor de Antillen kunnen beoordelen. Ook voor de juiste uitvoering van het beleid is DBB verantwoordelijk. ,,Wij bemiddelen”, vertelt Nicolaas. ,,Wij komen om de hoek kijken bij visumaanvragen voor bijvoorbeeld diplomaten, staatshoofden en zakelijke bezoeken. Als er groepen bezoekers van verschillende nationaliteiten naar de Antillen komen in het kader van een handelsmissie, expo of seminar, dan kunnen we de posten vooraf berichten, omdat het om een groep bezoekers gaat.”

Dit betreft ook religieuze activiteiten waarvoor bezoekers naar de Antillen komen of sport- en cultuurevenementen. Overigens kunnen visa niet bij DBB worden aangevraagd, dat gebeurt bij de Koninkrijksvertegenwoordigingen in het desbetreffende land.

,,De ambassades zijn onze ogen en oren in het buitenland”, aldus May. ,,We zitten in een regio waar veel nationaliteiten een visum nodig hebben om ons land binnen te komen. Dat is zo sinds 2005”, leggen May en Nicolaas uit.

,,Dat komt door de terroristische aanslagen van 11 september. Het aantal landen dat nu visumplichtig is, werd verhoogd van 3 naar pakweg 120. Dat is binnen het Koninkrijk zo afgesproken.

Ten opzichte van Nederland (en dus het Schengengebied) bestaat er nog een verschil van 9 nationaliteiten die voor Nederland wel een visum nodig hebben maar voor de Antillen niet. Sommige landen daar hebben we een geschiedenis mee, zoals met Suriname. Het zou niet goed zijn als dat soort landen, waar wij een culturele en sociale band mee hebben, ineens visumplichtig zouden zijn. We moeten rekening houden met onze geografische ligging.”

Verder verzorgen de twee medewerkers van consulaire zaken bemiddelingen van humanitaire aard. Aanvragen hiervoor kunnen rechtstreeks bij DBB worden gedaan, vandaar er sinds 1 februari een spreekuur werd ingesteld. Hier valt te denken aan buitenlanders die snel moeten overkomen naar de Antillen omdat hun familielid, die op de Antillen woont maar niet genaturaliseerd is, terminaal ziek is of is komen te overlijden. DBB bemiddelt in dit soort gevallen zodat familieleden snel kunnen overkomen. Aanvragen betreffen vaak landen als Colombia of Santo Domingo.

,,We regelen alles met de ambassade. Een gewone visumaanvraag duurt minimaal drie werkdagen, maar in gevallen van humanitaire aard krijgt de kwestie prioriteit zodat de aanvraag sneller kan worden afgehandeld. Ook geven we tips als er voor het desbetreffende land geen vertegenwoordiging op de Antillen is.”

Een ander terrein waar May en Nicolaas zich over buigen zijn de gedetineerden in het buitenland. Het is moeilijk om het aantal Antilliaanse gedetineerden dat in het buitenland vast zit precies aan te geven. Wereldwijd zitten ongeveer 3.000 personen met de Nederlandse nationaliteit vast in het buitenland.

,,Maar wat is nu precies een Antilliaanse gedetineerde? Als je als uitgangspunt neemt dat een Antilliaanse gedetineerde iemand is die hier is geboren of een kind is van iemand die op de Antillen is geboren, dan kun je stellen dat wereldwijd ongeveer 350 Antillianen vastzitten.”

De meeste Antilliaanse gedetineerden zitten een straf uit in Colombia, Cuba, de Dominicaanse Republiek, Venezuela of Spanje en werden veroordeeld wegens drugssmokkel. DBB staat rechtstreeks in contact met de familieleden die hier wonen. Nicolaas:

,,De drempel voor familie is vaak hoog om naar een ander land of een ambassade te bellen, vanwege de kosten of een taalbarrière. Wij kunnen de familieleden van de gedetineerde helpen door informatie te verschaffen over bijvoorbeeld het posten van brieven en hoe zij geld kunnen overmaken. Ook kunnen we de familie informeren over hoe het met hun gedetineerde familielid gaat.”

DBB bezoekt gemiddeld een keer per jaar zelf de gedetineerden.

,,Niet vaak genoeg, maar er hangt een kostenplaatje aan. We proberen het te combineren als we op werkbezoek in een bepaald land zijn of onze vertegenwoordigers in het buitenland doen dit. Het is fijn voor de gevangenen. Kunnen ze even in hun eigen taal spreken. Het is een morele ondersteuning.”

In principe worden de Antilliaanse gevangenen één keer per maand bezocht door het ambassadepersoneel in het desbetreffende land. Zitten zij gevangen in een niet-Europees land dan krijgen zij maandelijks een schenking van 35 euro die het personeel voor hen meeneemt. Deze schenking hebben de gevangenen vaak nodig zodat zij vers water en voedsel kunnen kopen. In deze landen zijn de omstandigheden in de gevangenissen vaak erbarmelijk en zelfs gevaarlijk.

,,Je gouden tand wordt er bij wijze van spreken ‘s nachts uitgerukt.”

Straffen vallen meestal erg hoog uit. Nicolaas herinnert zich nog goed haar gedetineerdenbezoek in de gevangenis van Bogotá, Colombia.

,,Dat was erg. Het meeste indruk op mij maakte een Antilliaanse jongen van 17 jaar die wegens drugssmokkel vastzit. In deze gevangenis konden de gevangenbewaarders niet in de blokken waar de gedetineerden verblijven. Deze zijn namelijk zwaarder bewapend dan zij. Er zijn allerlei ‘gangs’. Die jongen moet daar dus zien te overleven. Hij heeft zijn eigen cel moeten kopen zodat hij alleen zit. Anders zou hij buiten op de patio, in de kou, moeten slapen. Gedetineerden kunnen in dit soort gevangenissen eenmalig hun eigen cel kopen voor de duur van hun straf. Soms kopen zij een cel samen met een andere gedetineerde.”

In veel gevallen betaalt de familie voor de cel. De overheid betaalt dit niet.

,,Dat is het standpunt. De gevangenen moeten dit zelf oplossen.”

Dat geldt ook in geval van ziekte of overlijden van de gedetineerde. Of als deze een medische ingreep nodig heeft. DBB kan bemiddelen en samen met de ambassade de overtocht regelen, maar de familie moet zelf de kosten dragen.

,,Wij fungeren vooral om iedereen wegwijs te maken.”

Soms, als de familie financieel geen mogelijkheden heeft, loopt dit uit op trieste situaties zoals het moeten begraven van de gedetineerde in het land van detentie. De jongen maakt het gezien de omstandigheden redelijk.

,,Hij houdt zich groot, maar heeft wel heimwee. Hij brengt de meeste tijd door in zijn cel en probeert zich afzijdig te houden van wat er zich om hem heen afspeelt. Toen hij werd bezocht door DBB zat hij al 1 jaar en 9 maanden vast, zonder veroordeling. Toegewezen advocaten in deze landen vragen geld aan de familie van de gedetineerden, maar er gebeurt niets.”

In de Dominicaanse Republiek is naast de bestaande gevangenissen een nieuwe gevangenis gebouwd en daar is de situatie redelijk. May:

,,Maar dat is meer uitzondering dan regel.”

Colombia, Cuba en de Dominicaanse Republiek zijn landen waar geen verdragen mee zijn voor overbrenging van gevonniste personen. Dat betekent dat de gedetineerden hun volledige straf daar uit moeten zitten en er geen mogelijkheden zijn om het laatste deel van hun straf hier uit te zitten. Verder zijn May en Nicolaas belast met legalisaties van documenten die in het buitenland moeten worden gebruikt en verificaties van persoonsgegevens.

Voor gebruik van notariële aktes en brondocumenten als geboorte-, huwelijks- of overlijdensakte in het buitenland is het noodzakelijk dat deze op echtheid zijn gecontroleerd. Hiervoor bestaat met sommige landen een zogenaamd apostilleverdrag (verdrag tot afschaffing van de vereiste van legalisatie voor buitenlandse openbare akten). Bij Kranshi kan een apostille worden verkregen.

Voor het gebruik van de documenten in landen die niet zijn aangesloten bij het apostilleverdrag geldt een legalisatieprocedure waarbij diverse handtekeningen moeten worden geverifieerd. Hiermee wordt bedoeld dat een hogere instantie steeds de handtekening van een lagere instantie accordeert.

DBB is de laatste schakel in de keten voor wat betreft de Antilliaanse autorisatie.

,,Wij krijgen die documenten hier en legaliseren de handtekening van notarissen en overheidsinstanties. Daarna gaat het document naar de consul van een vreemde mogendheid en dan is het gereed om in het buitenland te worden gebruikt.”

Is er hier geen vertegenwoordiging van een land, zoals met Peru het geval is, dan gaat het document naar de dichtstbijzijnde vertegenwoordiging in de regio: in dit geval de ambassade van Peru in Caracas, Venezuela.

,,Het brengt in ieder geval heel veel verwarring met zich mee”, lacht Nicolaas. ,,Soms komen klanten voor een legalisatie bij DBB terwijl ze bij de Kranshi moeten zijn om een apostille te halen.”

Onder deze werkzaamheden vallen verder de verificaties van paspoorten. Er wordt dan gekeken of het paspoort daadwerkelijk hier is afgegeven. Dat kan nodig zijn bij verlies of bij diefstal van een paspoort in het buitenland waardoor er een noodpaspoort uitgeven moet worden. Ook van de gedetineerden die recht hebben op de schenking van 35 euro worden de persoonsgegevens geverifieerd. Dit om te kunnen bepalen of zij daadwerkelijk de Nederlandse nationaliteit bezitten. Tot slot zijn er nog diverse andere werkzaamheden voor May en Nicolaas die zij voor het gemak maar even onder de noemer ‘restcategorie’ scharen. Deze betreffen het verstrekken van informatie in geval van vermissing, ziekenhuisopname, overlijden of (kinder)ontvoering in het buitenland.

,,De familie komt naar ons toe en wij treden vervolgens in contact met de vertegenwoordiging in het betreffende land. Dat doen wij ook als de familie bijvoorbeeld al lang niets meer heeft gehoord van iemand die in het buitenland verblijft of woont. Wij nemen contact op met de ambassade en proberen informatie te krijgen over de persoon. Dat geldt natuurlijk alleen voor mensen met de Nederlandse nationaliteit. Als zij in het buitenland zijn genaturaliseerd kunnen wij geen informatie meer opvragen.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *