AD | Internationale bankiersverenging IBA doet beklag

MCB kondigt sluiting rekeningen deel ‘offshore’ banken aan en wijst op poortwachtersfunctie | Extra

Willemstad – De internationale bankiersverenging IBA is ernstig bezorgd en heeft zich er bij de Centrale Bank CBCS over beklaagd dat de lokale bank MCB de relatie met verscheidene internationale banken op Curaçao beëindigt.

,,Dit zal het erg moeilijk, zo niet onmogelijk, maken voor onze leden om te blijven opereren op Curaçao”, schrijft het IBA-bestuur aan waarnemend president Leila Matroos-Lasten van de Centrale Bank. Wat vooral ook steekt, is de soms bijzonder korte termijn die een deel van deze gedupeerde IBA-leden wordt gegund om op zoek te gaan naar een alternatief (lees: andere lokale bankinstelling); in sommige gevallen is tot uiterlijk deze maand de tijd gegeven.

Daar komt bij, zo schrijven voorzitter Franklin Girigori en secretaris Jonathan Luckmann, dat veel overige lokale banken ook géén belangstelling hebben of niet bereid zijn om rekeningen te openen voor deze IBA-leden. Daardoor komt een deel van hen flink in de knel te zitten.

Hoewel de klachtbrief aan de CBCS geen naam noemt van de betreffende lokale bank die de bankrelatie met sommige IBA-leden opzegt, betreft het Maduro & Curiel’s Bank (MCB), de grootse binnenlandse bank van Curaçao en de Dutch Caribbean. Dat verneemt deze krant uit diverse bronnen.

De directie van MCB – overigens zelf lid van de Association of International Bankers (IBA) – verklaart desgevraagd: ,,Wij hebben een goede relatie met al onze cliënten, inclusief de ‘offshore banken’. Wij hebben tot nu toe geen enkele bankrekening zo maar gesloten of geen gehoor gegeven aan verzoeken tot langer openlaten. De meeste cliënten aan wie wij hebben gevraagd de rekeningen te sluiten, hebben wij drie maanden of meer gegeven. Dit ging gepaard met gesprekken en daarna schriftelijk.” Zie elders in deze editie de uitvoerige toelichting van MCB, die benadrukt zeer overwogen te handelen en zeker niet over één nacht ijs te gaan.

Uit de brief van de internationale bankiersvereniging van Curaçao blijkt dat naar het oordeel van IBA ‘geen dwingende redenen’ zijn aangedragen voor het afsluiten, en zeker niet dat dit op zulk een korte termijn dient te gebeuren, behalve dat de MCB zou hebben medegedeeld dat de ‘risk appetite’ is gewijzigd.

Met andere woorden: MCB heeft een andere inschatting gemaakt van het risico om zaken te doen met sommige op Curaçao gevestigde internationale banken en op basis daarvan is geoordeeld dat MCB dit risico niet langer wenst te nemen.
De MCB-directie hierover: ,,Wat betreft ‘risk appetite’, die varieert van instelling tot instelling. Wat voor de een niet acceptabel is, kan voor de ander – tegen overeengekomen tarieven – wel acceptabel zijn.

Uiteindelijk zijn alle financiële instellingen er om zaken te doen en niet om cliënten weg te houden of rekeningen te sluiten, maar een cliënt of zaak mag nimmer de integriteit van de instelling of van de sector in gevaar brengen. Daar wordt tegenwoordig veel strenger naar gekeken. Ook door de samenleving, getuige de reacties naar aanleiding van de ING-affaire. Dus wij houden juist rekening met de maatschappelijke en economische gevolgen van het (niet) kordaat handelen wat betreft de AML/CFT- en KYC-regelgeving.”

AML staat voor Anti-Money Laundering en CFT staat voor Combatting the Financing of Terrorism, KYC voor Know Your Customer.

 ‘Gevolgen zijn verreikend’

MCB-directeur Michael de Sola (links) en president-directeur Lionel
‘Chicu’ Capriles | Foto archief Antilliaans Dagblad

De IBA-leden nemen het standpunt in dat zelfs áls een lokale bank de contractuele mogelijkheid heeft om een overeenkomst met een van haar klanten te beëindigen er getwijfeld wordt aan de waarde van deze opzegging, die ook getoetst zou moeten worden aan principes als redelijkheid en billijkheid. En indien dit als uitgangspunt wordt genomen dan is de beëindiging volgens de IBA niet van kracht.

Het IBA-bestuur spreekt in dit verband zelfs van ‘onzorgvuldig handelen’ waarbij geen rekening wordt gehouden met de belangen van de klanten. De gevolgen zijn dan ook ‘verreikend’, aangezien de leden de lokale bankrekening gebruiken om salarissen van personeel uit te betalen, belastingen en sociale premies af te dragen en betalingen te verrichten aan lokale leveranciers. De korte termijn die gegeven wordt, in de meeste gevallen tot eind deze maand, kan volgens het bestuur niet als redelijk worden beschouwd, gezien de vaak langdurige contractuele relaties.

De reden waarom de IBA de Centrale Bank hierover aanschrijft is om de toezichthouder te verzoeken zijn gezag uit te oefenen om – ‘in het belang van het financiële stelsel en veilig en efficiënt betalingsverkeer’ – de sluiting van deze bankrekeningen te voorkomen totdat een alternatieve oplossing is gevonden.

De IBA geeft desgevraagd aan dat er 27 internationale banken op het eiland zijn, waarvan dertien gerelateerd aan Venezolaanse moederbedrijven of eigenaren in Venezuela. Vanwege de kritieke politieke situatie in Venezuela met de door steeds meer landen niet-erkende president Nicolás Maduro, alsmede de opeenvolgende sancties tegen het land, zijn banken al tijden bezig met sluiting van de rekeningen van Venezolaanse cliënten. Dit gebeurt in het kader van ‘risk and compliance’. Bankinstellingen die hier niet aan meewerken lopen het risico zelf uitgesloten te worden van het internationale bancaire verkeer en zogeheten correspondentbankrelaties kwijt te raken, waardoor isolement dreigt.

Veel lokale banken hebben een nauwe relatie met buitenlandse banken. In de Curaçaose situatie met veel Canadese bankgiganten.

De MCB is voor 49 procent in handen van de Scotiabank. RBC Royal Bank Dutch Caribbean is, de naam zegt het al, van de Royal Bank of Canada. FirstCaribbean International Bank is onderdeel van Canadian Imperial Bank of Commerce (CIBC).

Andere banken zijn in handen van Amerikaanse eigenaren, zoals Banco di Caribe. Orco Bank heeft een Nederlandse aandeelhouder, terwijl Vidanova Bank eigendom is van het lokale Vidanova Pensioenfonds. Deze en andere lokale bankinstellingen zijn lid van de Curaçao Bankers’ Association (CBA), terwijl een deel hiervan en de internationale banken zijn verenigd in de Association of International Bankers (IBA) of Curaçao. Voor meer informatie over de IBA zie onderstaande website: www.iba.cw

MCB wijst op poortwachtersfunctie

Het is naar de mening van de MCB-top onder andere zeer belangrijk dat alle financiële instellingen weten wat voor cliënten, inclusief achterliggers/UBOs (ultimate benefial owners, zij in hun portefeuille hebben.

,,In het Antilliaans Dagblad van 29 december 2018 schreef de redactie er al over: ‘MCB scherpt derisking aan’”, zegt directeur Michael de Sola naar aanleiding
van vragen van deze krant over de klacht van de Association of International Bankers (IBA).

“Feitelijk gaat het nog steeds om de strekking van dat verhaal, namelijk ‘Hoe waarborgen wij de integriteit van de financiële sector van Curaçao in het algemeen en in ons geval ook van MCB-Groep in het bijzonder?’.” De Sola neemt er uitgebreid de tijd voor om de kwestie goed en nauwgezet toe te lichten.

Daaruit blijkt dat hij en president- directeur Lionel ‘Chicu’ Capriles het onderwerp zeer serieus nemen en het ook goed willen uitleggen. ,,Die integriteit moeten wij met alle actoren in de sector – inclusief toezichthouders – tezamen waarborgen en het behelst diverse factoren, zoals managers van onbesproken gedrag, tot solide en liquide instellingen die hun korte- en langetermijnverplichtingen kunnen nakomen en nog veel meer.

Per slot van rekening werken bijna alle financiële instellingen zoals banken en verzekeraars met ‘other people’s money’ en dat brengt zekere verplichtingen, voorzichtigheid en ethiek met zich mee.”

Daartoe is het naar de mening van de MCB-top onder andere zeer belangrijk dat alle financiële instellingen weten wat voor cliënten, inclusief achterliggers/ UBOs (ultimate benefial owners, zij in hun portefeuille hebben – De Sola verwijst naar het KYC-principe: Know Your Client. Maar ook wat die cliënten doen aan ‘business’ en dat de banken kunnen monitoren dat de transacties over de rekeningen overeenkomen met de business waarin die cliënten hebben opgegeven zich te begeven.

,,Er moet logica zijn, dus een kapsalon met enkele internationale inkomende betalingen zou niet logisch zijn en dan moeten alarmbellen afgaan en onderzoek door de financiële instelling is dan nodig. Het alleen maar melden van die transacties bij de FIU, vroeger MOT, is niet (meer) voldoende.” De FIU is de Financial Investigation Unit, opvolger van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties van voorheen.

De werkzaamheden behorende bij onder andere het monitoren van transacties wordt ook wel AML/CFT-compliance-activiteiten genoemd. AML staat voor Anti-Money Laundering en CFT voor Combatting the Financing of Terrorism. ,,De laatste twintig jaar, maar vooral de laatste vijf jaren is het veld van AML/CFT en KYC binnen de financiële sector wereldwijd veel strenger en misschien ook nauwer geworden, omdat de wereld erachter is gekomen dat veel ‘verkeerde’ geldstromen de oorzaak zijn van armoede en ook van oorlogen, terrorisme, drugshandel en dergelijke.

Belastingontwijking en ‘asset protection’, wat op zich niet illegaal is, worden nu ook in een verkeerd daglicht bezien, getuige de publicaties van de laatste tijd; zie Panama Papers en andere.”

Aldus de directeur van MCB, de grootste bank van het Caribisch deel van het Koninkrijk. ,,Waar vroeger het tegengaan van witwassen vooral werd gezien om de drugshandel te bestrijden en de ‘drugsbazen’ te pakken, is het nu ook om ‘belastingparadijzen’ te ‘exposen’ en belastingontduiking tegen te gaan. Verder zijn er ook verschillende sancties tegen landen, bedrijven en personen opgelegd waar een financiële instelling ook rekening mee moet houden.

Wordt er per ongeluk geld overgeboekt van/naar één van die gesanctioneerden, kan dat het vertrouwen in die financiële instelling een flinke deuk geven. Op z’n minst zal er getwijfeld worden aan haar monitoringcapaciteiten voor transacties.”

Voor Curaçaose instellingen betekent dit dat de ‘correspondent banks’ ook meekijken, vervolgt De Sola, omdat al onze internationale betalingen via een dergelijke bank naar het buitenland gaan of er vandaan komen. Indien zo’n bank erachter komt dat een gesanctioneerde een rekening heeft bij een lokale instelling en ook nog geld ontvangt, dan valt er veel uit te leggen. De Sola tegenover het Antilliaans Dagblad:

,,In tegenstelling tot wat er soms wordt beweerd, doen wij dit niet om de correspondentbanken te plezieren, maar voor ons eigen financieel stelsel. Het gaat om ónze integriteit. De correspondentbanken spelen natuurlijk wel een rol, maar wij hebben als Curaçao onze éigen verantwoordelijkheid en daarin speelt MCB als grootste speler natuurlijk ook een belangrijke rol.”

De directeur vervolgt: ,,Het gevolg van dit alles is dat wat vroeger of niet eens zo lang geleden oogluikend werd toegestaan, deels geaccepteerd was of niet goed werd bekeken of werd gemonitord, nu veel strenger wordt bekeken door alle partijen in de sector of gewoon niet meer kan. Vandaar dat financiële instellingen ook bepaalde cliënten of groepen cliënten niet meer in hun portefeuille hebben. Dat kan omdat de sector te riskant is of dat de (aandeelhouders)structuur van die cliënt – soms nodeloos – te ingewikkeld is of dat er bij bepaalde specifieke cliënten transacties zijn geobserveerd die de cliënt zelf ook niet naar tevredenheid kan uitleggen. Dat betekent dat er geen rekeningen meer voor worden geopend of dat er gevraagd wordt de rekeningen te sluiten. Dat is het ‘derisken’ geworden.”

De Sola verwijst naar de situatie elders in het Koninkrijk: ,,In Nederland zegt men dat de financiële instellingen een ‘poortwachtersfunctie’ hebben; in het Engels: gatekeeper. De financiële instellingen moeten de ‘foute zaken’ buitenhouden.”

De MCB-directeur wijst er voorts op dat de regels voor het monitoren van transacties van bepaalde type cliënten ‘zodanig scherp zijn geworden dat het heel veel geld kost om die rekeningen in portefeuille te houden’. Ook omdat er voor bepaalde type cliënten op z’n minst éénmaal per jaar een volledige due diligence dient plaats te vinden. ,,Ons is door een trustkantoor verteld dat in Nederland voor alleen het openen van rekeningen voor trustcliënten soms 5.000 euro wordt gevraagd en daarna per jaar voor het monitoren nog eens enkele duizenden euro’s.

In die gevallen zijn ze niet weggestuurd, maar zijn de tarieven voor het hebben van die rekeningen danig opgeschroefd. Dit betekent dus niet dat het gaat om ‘foute’ sectoren of bedrijven of personen, maar dat een financiële instelling niet bereid is al die kosten van monitoren en risico’s te dragen, tenzij er flink voor wordt betaald. Anders wegen de baten gewoon niet tegen de kosten op.” De Sola voegt eraan toe dat het bij financiële instellingen niet alleen gaat om banken en verzekeraars, maar onder meer ook om notarissen, trustkantoren, accountants en meer.

,,Allemaal dienen ze de rol van poortwachter op zich te nemen. Wij hopen dat begrepen wordt waarom wij de vragen van het Antilliaans Dagblad niet zo simpel kunnen beantwoorden. Dit gaat niet om het sluiten van wat rekeningen van ‘offshore banken’.

Zij hebben als actoren in de financiële sector van Curaçao ook een belangrijke rol te spelen. En zoals eerder vermeld, wij sluiten niet zomaar rekeningen en wij behandelen elke zaak ‘case by case’. U begrijpt dat wij niet op specifieke zaken kunnen ingaan.”

‘Complexe problematiek’

,,Hoewel ik een groot voorstander ben om vragen zo simpel en direct mogelijk te beantwoorden, is dat in dit geval niet zo eenvoudig”, zegt Michael de Sola, directeur van de MCB in gesprek met deze krant. ,,Dat heeft te maken met het feit dat deze problematiek niet simpel is uit te leggen en dat er diverse interpretaties mogelijk zijn. Wij geven daarom een antwoord over de situatie in de financiële sector in het algemeen betreffende dit onderwerp zodat de context duidelijker is.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *