AD | KFO-advocaten winnen

Berisping voor advocaat Eldon ‘Peppie’ Sulvaran voor uitlatingen over Tromp.
Met uitspraken (onder)

Berisping voor Eldon 'Peppie' Sulvaran (midden) voor uitlatingen over Tromp

Berisping voor Eldon ‘Peppie’ Sulvaran (midden) voor uitlatingen over Tromp | Persbureau Curacao

Willemstad – De advocaten Eldon ‘Peppie’ Sulvaran, Chester Peterson en Anthony Eustatius van Fundashon Kòrsou Fuerte i Outónomo (KFO) hebben in twee van de drie tegen hen ingebrachte klachten aan het langste eind getrokken.

In de derde klacht, tegen alleen Sulvaran, oordeelde de Raad van Toezicht op de Advocatuur dat een berisping op zijn plaats was wegens onnodig grievende uitlatingen over Centrale Bankpresident Tromp.

De klachten gingen over het optreden van de advocaten in de rechtszaal tegenover rechters en uitlatingen in de media die als grievend of kwetsend werden ervaren door de toenmalige deken van de Orde van Advocaten Caroline Fiévez.

Volgens de raad was de klacht van burger Nardy Cramm niet-ontvankelijk omdat ze ‘niet op enige wijze betrokken’ is bij de aangelegenheden waarom het ging. In de zaak van een viertal advocaten tegen KFO ging de raad uitgebreid in op de mate waarin voor advocaten vrijheid van meningsuiting geldt.

Over Fiévez zei Sulvaran op Radio Mas onder andere dat ze ‘een miserabele, racistische en corrupte makamba’ is voor wie ‘geen plek op Curaçao’ moet zijn. Soortgelijke uitlatingen hebben de advocaten in verschillende media gedaan, onder andere in deze krant. Volgens de klagers waren uitlatingen als ‘voor racisten zoals jij hebben we op Curaçao geen plaats (…) Rot op!’ discriminerend en onbetamelijk.

In hun verweer hebben de KFO-advocaten een beroep gedaan op artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens over het recht op vrijheid van meningsuiting. Volgens de raad is dat recht niet absoluut, een advocaat kan dus niet alles zeggen. In de rechtszaal kan een advocaat ver gaan, maar daarbuiten is de vrije meningsuiting beperkter. De uitlatingen moeten een legitiem doel dienen.

Een van de doorslaggevende argumenten om de klacht ongegrond te verklaren is volgens de Raad van Toezicht dat de deken zelf niet zorgvuldig heeft gehandeld. Fiévez heeft Sulvaran voor zij een klacht indiende niet gehoord. Bovendien heeft ze via een e-mail aan collega-advocaten gesuggereerd om de KFO-advocaten uit te sluiten van stemming op de Algemene Ledenvergadering van de Orde.

,,Minder kwetsende bewoordingen zouden beter op zijn plaats zijn geweest”,

stelt de raad, maar daarmee zijn ze niet zonder meer onjuist of onnodig.

,,De uitlatingen van de verweerders zijn naar het oordeel van de raad niet zozeer om tweespalt te zaaien, maar zijn deze ingegeven door de gedachte dat in de samenleving een ongerechtvaardigde tweedeling bestaat.”

Bovendien dienen de politiek ideologische opvattingen van de advocaten te worden gerespecteerd.

Meer problemen heeft de raad met de opmerkingen van KFO aan het adres van rechters van Europese afkomst dat zij ‘als juristen met hun koloniaal karakter’ altijd in de bres zullen springen voor hun Europese collegarechters. Dit verhoudt zich niet met de door een advocaat in acht te nemen eerbied voor de rechterlijke macht.

Toch verbindt de raad daar geen consequenties aan, omdat de uitspraken zijn gedaan als partij in het conflict. In de derde klacht wordt advocaat Sulvaran berispt voor zijn uitlatingen over president Emsley Tromp van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten.

De deken van de Orde van Advocaten had drie maanden schorsing geëist. Hij werd er in de rechtszaal van beschuldigd betrokken te zijn bij de moord op politicus Helmin Wiels en werd onder andere ‘de spin in het web van corruptie’ genoemd.

Ook werd Sulvaran verweten dat hij een rechter de woorden ‘sodemieter op’ toevoegde. Volgens de advocaat had de rechter hem bij het indienen van een wrakingsverzoek uitgelachen. Hoewel de uitlating een advocaat niet past wordt hem dit vanwege de omstandigheden niet verweten.

Anders ligt dat bij de opmerkingen over Tromp. Die waren ‘zonder feitelijke onderbouwing’ en onnodig grievend. Het opleggen van een straf is daarom op zijn plaats.

De raad merkt daar nog bij op dat Sulvaran in 2000 al eens tuchtrechtelijk is veroordeeld voor door hem gedane uitlatingen. Van een zwaardere straf wordt afgezien, omdat de vorige overtreding al vrij lang is geleden en omdat van de klachten tegen de advocaat slechts één onderdeel gegrond is verklaard.

Maar, waarschuwt de raad tot slot, niet uitgesloten kan worden ‘dat in een toekomstig geval tot een andere straf’ zal worden besloten.

Bron: Antilliaans Dagblad
Dossier: Fundashon Kòrsou Fuerte i Outónomo (KFO/FKO)

Uitspraken Orde van Advocaten op 19 december 2014
Beslissing RVT (Burger Cramm)
Beslissing RVT  (Pais, in t Veld, Burgers en Nagelmakers)
Beslissing RVT (Dekenklacht)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *