AD | Nieuwe wet dekt offshore

Wet voor rust en zekerheid trustkantoren

Willemstad – Met de nieuwe belastingwetgeving ten gunste van de offshore wil de regering bereiken dat met het aflopen van het offshoreregime in 2019, bedrijven gebruik kunnen maken van deze nieuwe wetgeving die nu al ingevoerd wordt.

De wettekst werd deze week in de centrale commissievergadering van de Staten definitief vastgesteld. Een openbare Statenvergadering moet hier nog op volgen. Op dit moment vallen offshoremaatschappijen onder een belastingtarief van tussen de 2,4 en 3,4 procent. De voorgestelde nieuwe regeling biedt een effectieve belastingdruk van ongeveer 3,4 procent. Het directe belang van dit voorstel is dat offshoremaatschappijen tijdig kunnen anticiperen en erop kunnen vertrouwen dat ze bij het aflopen van de offshoreregeling op deze fiscale faciliteit kunnen terugvallen. De bedrijven in de e-zone betalen op dit moment 2 procent winstbelasting. Voor bedrijven die nu niet voor de ezonestatus in aanmerking komen, kan de nieuwe wetgeving een alternatief bieden.

Naar aanleiding van opmerkingen van de Sociaal Economische Raad (SER) stelt de regering in de Memorie van Toelichting (MvT) op de wet dat het de bedoeling is dat de nieuwe regeling zo spoedig mogelijk in werking treedt.

,,De reden hiervoor is dat bestaande offshoremaatschappijen dan de zekerheid hebben, dat ze na het laatste boekjaar onder het huidige offshoreregime kunnen overstappen op de mogelijkheden die de voorgestelde regeling biedt. Het is echter ook de bedoeling dat bestaande offshoremaatschappijen al eerder kunnen kiezen om het bestaande offshoreregime te verlaten en over te stappen naar de nieuwe regeling. Een andere reden om de nieuwe regeling zo spoedig mogelijk te laten ingaan, is om bedrijven die de in het voorstel genoemde activiteiten verrichten en nu nog niet op Curaçao gevestigd zijn, op basis van de nieuwe regeling ertoe te bewegen om zich zo spoedig mogelijk op Curaçao te vestigen”,

zo wordt nader uitgelegd. Om te voldoen aan de criteria van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), heeft de regering in overleg met de SER en de financiële sector besloten in de regeling op te nemen dat er minstens één werknemer in dienst moet zijn, waarbij het wel moet gaan om een ‘gekwalificeerde werknemer die daadwerkelijk voltijds en blijvend in dienst is en zich bezighoudt met werkzaamheden die direct gerelateerd zijn aan de kernactiviteit van de onderneming’.

,,Om de regeling uitvoerbaar te houden, wordt ook de som voor goederen en diensten aangepast. Naar aanleiding van de opmerkingen vanuit de financiële sector wordt het bedrag van de loonsom nader vastgesteld op 150.000 gulden, in plaats van de oorspronkelijke 180.000 gulden.”

Wet voor rust en zekerheid

De regeling is volgens de Memorie van Toelichting primair gericht op het verschaffen van zekerheid en rust binnen de sector van de internationale financiële dienstverlening. De regering wil door het bieden van zekerheid aan de sector bewerkstelligen, dat offshoremaatschappijen niet besluiten vroegtijdig te repatriëren en dat de sector internationale financiële dienstverlening behouden blijft voor de Curaçaose economie. De SER gaat uitvoerig in op de achtergrond van de nieuwe wetgeving:

,,Vóór de inwerkingtreding van het Nieuw Fiscaal Raamwerk hadden de Nederlandse Antillen een bijzonder gunstige positie in de internationale financiële dienstverlening, voornamelijk door de lage winstbelastingtarieven (2,4- 3,0 procent) voor offshorevennootschappen die zich hier wilden vestigen. De fiscale entiteit van de Nederlands-Antilliaanse offshore-vennootschap is echter met de introductie van het Nieuw Fiscaal Raamwerk per 1 januari 2000 feitelijk afgeschaft. De Landsverordening van de 8ste maart 1995, houdende de garantie, dat op bepaalde winsten van de in de Nederlandse Antillen gevestigde naamloze vennootschappen gedurende een tijdvak van twintig jaren geen belastingverhoging zal worden toegepast, zorgt er echter voor dat de offshore belastingtarieven onder bepaalde voorwaarden nog gelden tot het jaar 2019. Deze overgangsregeling loopt echter met ingang van 2019 definitief af, waardoor een definitief einde komt aan de offshoreregeling. De ontwerp- Iandsverordening tot wijziging van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 beoogt te bewerkstelligen dat ook na het definitief aflopen van de offshoreregeling de sector van de internationale financiële dienstverlening een fiscale faciliteit kan bieden met een met de offshoreregeling vergelijkbare effectieve belastingdruk.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *