AD | Nog erg veel non-compliance verhuurders vakantiehuizen

Vizier op 3.100 kamers | Antilliaans Dagblad

Willemstad – Alternatieve accommodaties (lees: appartementen en vakantiehuizen die verhuurd worden aan buitenlandse gasten) dragen nog lang niet allemaal en in de volle omvang mee aan de belastingopbrengsten.

Het in augustus aangevangen pilotproject, gericht op de registratie van deze alternatieve accommodaties, ‘verloopt moeizaam’. Zo verklaart Zulaika Mook, sectordirecteur Economische Ontwikkeling en Innovatie desgevraagd tegenover het Antilliaans Dagblad.

Chata, de belangenvereniging van bedrijven in de toeristische sector, heeft hier onlangs aandacht voor gevraagd. Het gaat erom een ‘level playing field’ te realiseren. Gelijkheid. Zolang grote delen van de alternatieve accommodatiesector niet zijn geregistreerd, dragen zij ook qua belastingen niet bij – terwijl deze inkomsten meer dan welkom zijn – en is er evenmin sprake van gelijke behandeling.

Volgens schattingen van de Curaçao Tourist Board (CTB) wordt het totaalbestand van alternatieve accommodaties voor het jaar 2020 geschat op bijna 3.100 kamers, wat dan ongeveer 30 procent vertegenwoordigt van de totale kamervoorraad op het eiland. Een substantiële hoeveelheid.

,,Het ministerie van Economische Ontwikkeling (MEO) beschikt niet over de informatie inzake ‘tax compliance’ van deze alternatieve accommodaties”, aldus Mook. Voor antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de afdeling Ontvanger ressorterend onder het ministerie van Financiën.

,,Chata heeft inderdaad een schriftelijk verzoek ingediend bij de minister van Economische Ontwikkeling en de minister van Financiën inzake de stand van zaken van het pilotproject registratieplicht accommodatiesector dat eind augustus 2019 van start is gegaan voor een periode van vijf maanden”, zegt Mook mede namens MEO-minister Giselle Mc William (MAN).

De lancering van de pilot ging destijds gepaard met een voorlichtingscampagne bestaande uit televisie- en radiospotjes (de dagbladen die van oudsher een groot bereik hebben, werden toen niet ingeschakeld, red.) en speciaal hiervoor ontwikkelde animatiefilmpjes.

,,Het pilotproject is nu 4,5 maand aan de gang en verloopt moeizaam”, aldus de sectordirecteur. ,,Eind januari 2020 zal aan de hand van de bevindingen van de evaluatie, het verloop van het pilotproject vastgesteld worden. Hierbij kan gedacht worden aan een eventuele verlenging van de pilot, waar een meer gerichte benadering naar de accommodaties toe deel van uit zal maken.”

Wijziging Vergunningenwet

Het pilotproject is in de tweede helft van vorig jaar van start gegaan, vooruitlopend op de nodige wijziging van de Vergunninglandsverordening. Mook:

,,Het wijzigen van de Vergunninglandsverordening is nodig zodat de registratieplicht voor de algehele accommodatiesector een wettelijke inbedding krijgt, die het mogelijk maakt om bij niet nakomen van deze plicht, sancties hieraan te verbinden.”

Het impliceert namelijk ook een wijziging in de huidige beschrijving van wat onder een logement valt, legt de topfunctionaris verder uit. Het wetgevingstraject is in 2019 van start gegaan en het ministerie heeft het voorstel tot wijzigen van de Vergunningslandsverordening in juni aangeboden aan de afdeling Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ), die onder het ministerie van Algemene Zaken valt.

,,Zodra de juridische toetsing door WJZ gereed is, zal het voorstel tot wijziging het verdere verloop van het wetgevingstraject doorlopen.”

Rekening houdend met de verrichte inspanningen van het ministerie van Economische Ontwikkeling inzake het bewerkstelligen van een registratieplicht voor de accommodatiesector kan er naar de mening van de sectordirecteur ‘gesteld worden dat er zeker prioriteit en aandacht hieraan wordt gegeven’.

,,Wetgevingstrajecten nemen nu eenmaal tijd in beslag.”

Het doel van het pilotproject is gericht op het kweken van de nodige bewustwording wat betreft de registratieplicht voor de accommodatiesector. De campagne daarvoor werd gelanceerd onder de naam ‘Turi’. Niet iedereen is ervan overtuigd dat ‘Turi’ effectief was. Zo is het niet bekend hoeveel alternatieve accommodaties er zijn geregistreerd. Uitvoering zal resulteren in meer inkomsten voor de overheid; geld dat goed gebruikt kan worden, gezien de precaire financiële situatie. Chata (Curaçao Hospitality and Tourism Association) heeft alle hulp en medewerking toegezegd.

Mook van MEO: ,,Naast de pilot, kan tevens gemeld worden dat er wel degelijk inspanningen verricht worden om de compliance wat betreft de belastingen van de alternatieve accommodaties te verhogen.” Dit gebeurt, licht de topambtenaar toe, door middel van een samenwerking tussen de Curaçao Tourist Board (CTB) en de Stichting Belastingaccountantsbureau (SBAB), waarbij meer mankracht bij de SBAB wordt ingezet om de compliance te monitoren en te controleren.

,,De overheid heeft ook sinds 2017 een Memorandum of Understanding (MoU) met de organisatie Airbnb om te trachten de overdracht van de belastingen voor accommodatie aan toeristen van hun klanten centraal te regelen”, aldus de MEO-functionaris tot slot.

Chata had hierover vragen gesteld aan MEO en Financiën. Minister Kenneth Gijsbertha van Financiën verwijst het Antilliaans Dagblad voor de beantwoording naar zijn collega Mc William van Economische Ontwikkeling.

Voor de toeristische belangenvereniging is de kwestie van ‘level playing field’ van essentieel belang, opdat er gelijke behandeling van accommodatieverhuur is, én er in voldoende mate gemeenschapsgelden worden opgehaald.

Definitie ‘alternatieve accommodatie’

Het ministerie van Economische Ontwikkeling (MEO) verstaat onder de term ‘alternatieve accommodatie’ elke inrichting met minder dan tien kamers die tegen vergoeding verblijf inzake vakantiebesteding aanbiedt aan personen die per keer voor een maximale periode van 90 dagen verblijven.

De componenten van de belastingverplichting zijn afhankelijk van enkele factoren, namelijk of de accommodatie werknemers in dienst heeft, of sprake is van een rechtspersoon (nv, bv, eenmanszaak of SPF) of een natuurlijke persoon en de duur van de verstrekking van logies. Met andere woorden: afhankelijk van de specifieke situatie van de alternatieve accommodatie kan vastgesteld worden welke belastingen verschuldigd zijn door de accommodatie.

Dezelfde factoren spelen een rol bij de vaststelling van de belastingverplichting van een hotel of resort. Het kan voorkomen dat hotels in aanmerking komen voor belastingfaciliteiten investeringen (Landsverordening belastingfaciliteiten investeringen); dit heeft dan ook invloed op de belastingverplichting. MEO beschikt naar eigen zeggen niet over informatie aangaande de potentiële belastinginkomsten bij volledige nakoming van alle belastingverplichtingen door de alternatieve accommodaties. Hiervoor wordt verwezen naar de Ontvanger.

Echter, MEO kan aan de hand van het Turistika-model de potentiële omzetbelastinginkomsten bij volledige nakoming van de gehele accommodatiesector schatten. Het gaat om ongeveer 50 miljoen gulden per jaar. Deze schatting is inclusief de geschatte bedragen aan omzetbelasting inzake verstrekking van logies tegen 7 procent en omzetbelasting inzake de leveringen van diensten en goederen door de accommodaties tegen 6 en 9 procent.

De inningsbevoegdheid van belastingen ligt bij de afdeling Ontvanger van het ministerie van Financiën. De omzetbelastinginkomsten inzake verstrekking van logies tegen 7 procent worden volledig bestemd voor de stimulering van de toeristische sector. Dit vloeit voort uit de afsprakenovereenkomst gesloten tussen Curaçao Tourist Board (CTB) en Land Curaçao (vertegenwoordigd door de minister van Economische Ontwikkeling en de minister van Financiën).

In het verlengde hiervan is in de afsprakenovereenkomst een inspanningsverplichting opgenomen voor CTB om verschillende projecten in gang te zetten om de tax compliance van de omzetbelasting inzake verstrekking van logies te verhogen.

In dit kader heeft CTB een project lopen waar in nauwe samenwerking met de Stichting Belastingaccountantsbureau (SBAB) en de afdeling Ontvanger gewerkt wordt aan de verhoging van de tax compliance betreffende de ob-inkomsten inzake verstrekking van logies.

Al de overige belastinginkomsten die gegenereerd worden uit de verrichte activiteiten door de accommodatiesector vloeien.

Bron: Antilliaans Dagblad

2 Reacties op “AD | Nog erg veel non-compliance verhuurders vakantiehuizen

  1. Drechi pa bosnan Tur

    @Wim:
    Een echte matennaaier!!!

  2. Kijk op Airbnb.

    En meer moeite om dit aan te pakken dan bestaande bedrijven lastig te vallen omdat jullie de papieren kwijt zijn,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *