AD | NY-rechter maant Ansary

“Hoewel het nog slechts een hoorzitting betrof, maakte de rechter naar verluidt korte metten met de argumenten die de raadslieden van Ansary aanvoerden.”

Willemstad/New York – De rechter in New York in de Ennia-zaak wil beslist niet dat de verzekeringsmaatschappij op de eilanden zonder geld komt te zitten en heeft gisteren tijdens een zogeheten ‘scheduling hearing’ aan de Amerikaanse eigenaar van Ennia, Hushang Ansary, de voorwaarde gesteld dat een substantieel bedrag van het geld bij Merrill Lynch in Amerika teruggaat naar Curaçao.

Op heel korte termijn, zo voegde de behandelend rechter van de United States Bankruptcy Court Southern District of New York daaraan toe.
Dit verneemt het Antilliaans Dagblad uit kringen rond de rechtszaak.
Ennia Caribe Holding en de overige Ennia-ondernemingen, die met ondersteuning van de Centrale Bank CBCS in Willemstad de zaak aanhangig hebben gemaakt, streven zeker niet het faillissement na, maar willen langs deze weg erkenning in de Verenigde Staten van de noodregeling die sinds begin juli op Curaçao en Sint Maarten van kracht is.

Op die manier willen zij over de ruim 500 miljoen gulden bij Merrill Lynch – veelal geld van lokale polishouders – kunnen beschikken. Het gaat om 117 miljoen dollar aan cash en waardepapieren met een waarde van circa 170 miljoen dollar op rekeningen bij de Amerikaanse bank.

De rechter in New York wilde gisteren zelf nog geen harde datum prikken, maar vroeg partijen vóór vrijdag een gezamenlijk plan in te dienen voor de timing van de behandeling van de procedure. Indien de strijdende partijen – Ennia/CBCS aan de ene kant en Ansary aan de andere kant – het daarover niet eens worden, grijpt het gerecht in. Als ze elkaar wel vinden zal, zoals het er nu naar uitziet, de zitting op 5 of 6 december kunnen plaatsvinden. Vooruitlopend daarop wil de rechter dat een flink deel van het geld bij Merrill Lynch al spoedig terugkeert naar Ennia op Curaçao.

Gisteren stonden de advocaten van Ansary tegenover de advocaten van Ennia/CBCS voor de New Yorkse rechter. Hoewel het nog slechts een hoorzitting betrof, maakte de rechter naar verluidt korte metten met de argumenten die de raadslieden van Ansary aanvoerden. Alles wat ze vroegen, vond hij onnodig. Dat moet Ansary maar op Curaçao aanvechten. In het US Court zou het enkel moeten gaan over de juridische vraag of de noodregeling wel of niet kan worden erkend.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *