AD | Ophef over Eilandsraadvergadering Bonaire

PBD-fractievoorzitter Clark Abraham

Kralendijk – In een brief van 4 december vraagt waarnemend Rijksvertegenwoordiger Jan Helmond aan gezaghebber Edison Rijna om samen te kijken naar wat er precies is gebeurd tijdens de eilandsraadsvergadering van 28 november 2019.

Helmond doelt hierbij op de ophef die is ontstaan bij de behandeling van een wijziging van de Eilandsverordening opcenten vastgoedbelasting Bonaire.
Twee amendementen die waren ingediend door oppositiepartij Partido Democratico Boneriano (PDB) werden tijdens de vergadering niet behandeld.

In zijn antwoord aan Helmond concludeert Rijna dat dit inderdaad is gebeurd, dat het onjuist is geweest en dat hij dit betreurt. PBD-fractievoorzitter Clark Abraham vraagt de waarnemend Rijksvertegenwoordiger dan ook om het besluit aan de minister ter vernietiging voor te dragen.

Jan Helmond begint zijn brief aan Rijna met de mededeling dat hij uit een aantal berichten op sociale media en uit de krant heeft vernomen dat er ophef was ontstaan tijdens de eilandsraadsvergadering. ,,Ik heb getracht dit aan de hand van het conceptverslag vast te stellen maar daarin kan ik niet terugvinden wat de gang van zaken precies geweest is”, aldus Helmond.

Omdat hij de verantwoordelijkheid heeft goed bestuur te bevorderen vraagt hij Rijna om uitleg hoe het proces tijdens de vergadering van de eilandsraad precies gelopen is. ,,Is het juist dat één van de eilandsraadsleden voornemens was amendementen in te dienen maar daarvoor niet de gelegenheid heeft gekregen omdat besloten was geen beraadslagingen te laten plaatsvinden over dit onderwerp?”

In zijn antwoord van 9 december schetst gezaghebber Rijna de gang van zaken omtrent het wijzigen van de eerdergenoemde eilandsverordening. ,,Het was van belang dat de Eilandsraad een besluit zou nemen voor 1 december. De desbetreffende stukken zijn later dan het Bestuurscollege (BC) gewenst had in de richting van de Eilandsraad gestuurd.” Rijna geeft toe dat de korte tijd (15 dagen) tussen het toezenden van de stukken en de besluitvorming geen schoonheidsprijs verdient.

Na een korte uiteenzetting over het verloop van de vergadering stelt Rijna vast dat het met de twee amendementen van de PDB ‘niet goed is gegaan’. Nadat de fractievoorzitter van PDB de stukken bij de voorzitter (Rijna) had neergelegd, heeft hij er tijdens het debat ook nog naar verwezen.

,, Maar kort door de bocht kan gesteld worden dat er inhoudelijk geen principieel verschil bestaat over de beleidsterreinen die versterkt zouden moeten worden met deze gelden maar wel een verschil over hoe het besluit van de Eilandsraad precies zou moeten luiden.”

Volgens de gezaghebber hebben de Eilandsraad, griffier en voorzitter binnen de hectiek en dynamiek van de vergadering onvoldoende beseft dat het niet in behandeling nemen van amendementen onjuist is. Hierbij heeft, volgens Rijna, ook een rol gepeeld dat de raad, griffier en voorzitter nauwelijks ervaring hebben met amendementen.

,,Dit is geen excuus voor de omissie, maar wel een feit.”

Rijna zegt toe om te bespreken hoe de Eilandsraad het verzuim kan herstellen. De PDB-fractie kan wat hem betreft aangeven of ze alsnog de amendementen in stemming willen brengen.

Clark Abraham schetst in zijn brief van 10 december aan Jan Helmond een ander beeld. Volgens hem heeft Rijna, als voorzitter van de eilandsraad, ten eerste niet voldaan aan de wettelijke bepalingen voor openbare kennisgeving in één of meerdere nieuwsbladen waarmee een Eilandsraad dient te worden aangekondigd.

Ten tweede zijn de amendementen volgens Abraham niet in behandeling genomen noch in stemming gebracht met als argument dat de meerderheid geen beraadslagingen wenste. ,,Dit snijdt geen hout want behandeling, beraadslaging en stemming zijn volstrekt afzonderlijke zaken.”

Dat de gang van zaken te wijten is aan onervarenheid van betrokkenen noemt Abraham alarmerend. ,,Kennis en een juiste toepassing van wet- en regelgeving is een kerncompetitie voor de functie van gezaghebber en voorzitter van de raad. Bovendien is Rijna vergeten te melden dat er tijdens een raadsvergadering van 29 januari 2019 maar liefst vier amendementen zijn ingediend, behandeld én in stemming gebracht.”

Tot slot geeft Abraham aan dat Rijna een inhoudelijk waardeoordeel geeft over de ingediende amendementen. ,,Het is aan de Eilandsraad om een inhoudelijke beoordeling te geven en niet aan de gezaghebber. Hij is geen gekozen lid van de raad en dient terughoudend te zijn om zijn persoonlijke politieke mening te geven.”

Abraham vraagt Helmond het besluit tot vaststelling van de verordening ter vernietiging aan de minister aan te bieden waarna het BC er volgens hem voor kan kiezen deze opnieuw ter behandeling aan de raad aan te bieden.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *