AD | Premier: Geen garanties

Premier in brief aan Isla-bonden: sommige dingen buiten eigen invloedssfeer | Extra

Willemstad – Er is geen enkele garantie dat het Office of Foreign Assets Control (Ofac) ook dit keer zal instemmen met het verzoek van de Curaçaose regering voor de uitbreiding van de speciale ‘license’ voor vrijwaring in verband met de VS-sancties tegen PdVSA.

Dat schreef premier Eugene Rhuggenaath (PAR) gisteren in een brief aan de vakbonden Apri en PWFC. Hoewel Curaçao in het verleden een speciale license van Ofac – de financiële inlichtingen- en handhavingsinstantie van het Amerikaanse ministerie van Financiën – heeft weten te bemachtigen, is er nu geen zekerheid.

,,Dit heeft te maken met het feit dat de situatie in Venezuela, maar ook de relatie tussen Venezuela en de VS, heel dynamisch is en de ontwikkelingen buiten onze invloedssfeer liggen. Als regering gaan we tot het uiterste om in de gespannen situatie te voorkomen dat ons land het slachtoffer wordt van een geopolitieke situatie”, aldus Rhuggenaath in zijn schrijven.

Net als Marcelino ‘Chonky’ de Lannoy, de waarnemend directeur van Refineria di Kòrsou (RdK) eerder, benadrukt de premier nu ook dat een eventuele instemming met het verzoek van Curaçao door Ofac evenmin garantie zal zijn dat Refineria Isla de salarissen aan het personeel zal uitbetalen en dat andere financiële verplichtingen worden nagekomen.

In de brief, waarmee Rhuggenaath reageert op een schrijven van de bonden op 21 augustus 2019, geeft de premier namens de regering een update en uitleg aan de bonden over de stappen die genomen moeten worden om negatieve effecten van de sancties voor de gemeenschap te elimineren. In dit kader vertelt de premier wederom over de vrijwaring die bij Ofac is gevraagd om onder andere problemen bij de uitbetaling van salarissen van het Isla-personeel te voorkomen en legt hij de rol van de regering hierin uit.

,,De regering stimuleert door middel van contacten en diplomatieke druk dat Ofac positieve adviezen krijgt van het State Department en het Treasury Department (waar Ofac deel van uitmaakt) om akkoord te gaan met een uitgebreidere vrijwaring voor Curaçao”, aldus de premier.

Rhuggenaath vertelt dat RdK in het kader van het verzoek aan Ofac samenwerkt met een advocaat in Washington DC die gespecialiseerd is in de materie en goede contacten heeft bij Ofac. ,,Dit is een garantie dat ons verzoek aan alle eisen van Ofac zal voldoen en dat we optimaal contact hebben met Ofac in Washington om onze situatie op gedetailleerde wijze uit te kunnen leggen”, aldus de premier, die de bonden eraan herinnert dat RdK de baseline voor het verzoek aan Ofac reeds op 22 augustus naar de vakbonden heeft gestuurd.

De minister-president geeft tot slot aan dat de regering het indienen van verzoeken monitort en diplomatieke en politieke stappen onderneemt – zowel op Curaçao als in Washington – om de goedkeuring van het verzoek te bevorderen.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *