AD | Jardim: ‘Regelgeving casinosector niet stabiel’

Jardim: Regelgeving casinosector niet stabiel

Jardim: Regelgeving casinosector niet stabiel

Willemstad – De grote hoeveelheid wijzigingen die gedurende het laatste decennium binnen de casinosector heeft plaatsgevonden, bewijst een bepaald gebrek aan stabiliteit in de wijze waarop de sector wordt gereguleerd. Dat heeft minister José Jardim van Financiën deze week in de Staten bekendgemaakt

De Financiënminister was maandag in de Staten om tijdens een centrale commissievergadering uitleg te geven over de huidige stand van zaken omtrent het Memorandum of Understanding Casinowezen uit 2011. Hij gaf in de Staten een historische samenvatting vanaf 1999 van alle aspecten die de speelvergunning regelt.

Met ingang van 1 november 1999 werd tot december 2001 gebruikgemaakt van een systeem dat alle financiële verplichtingen van de casino’s regelde.

,,Je had toen bijvoorbeeld een vastrecht van 60.000 gulden waarvan een percentage van 3,5 aan de ‘drop’ moest worden betaald”,

zo gaf minister Jardim te kennen. In 2001 werd dit systeem uitgebreid. Casino’s werden toen verplicht bij te dragen aan de financiering van toezichtkosten van de Gaming Control Board.

In 2002 werd dit vastrecht behouden, maar kwam er een andere wijziging in de wijze waarop het bedrag werd berekend dat betaald moest worden. Hierbij werd vastgesteld dat de casino’s een bedrag van 310 gulden moesten betalen voor elke speeltafel en 860 gulden voor elke speelautomaat.

Vervolgens werd in 2009 weer een wijziging geïntroduceerd. Dit keer in de wijze waarop de toezichtkosten worden gedekt.

,,Het werd toen niet langer gebaseerd op het profijtbeginsel. Het werd een percentage van 37,5 procent op de bedragen die werden geïnd”,

zo legde Jardim uit. Datzelfde jaar werd het bekende ‘entreegeld’ geïntroduceerd waarbij lokalen 10 gulden aan entree moesten betalen. Dat waren overigens niet de enige wijzigingen van 2009; er kwam ook een wijziging in het vastrecht. Dit werd verhoogd van 60.000 gulden naar 100.000 gulden en er werd onderscheid gemaakt tussen de speeltafels en de speelautomaten.

,,Speeltafels moesten voortaan 12,5 procent van de netwin (netto winst, red.) betalen en de speelautomaten moesten 13,5 procent tot 17,5 procent van de netwin betalen, afhankelijk van de hoeveelheid kamers van het hotel waarbij het casino was aangesloten”,

aldus de minister van Financiën. In 2010 volgde wederom een wettelijke wijziging waarbij een zogeheten cash-out-toeslag aan het geheel werd toegevoegd. Het betrof een percentage van 5 procent bovenop de waarde van het prijzengeld dat werd betaald.

Tevens werd het entreegeld van een jaar eerder weer ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan 3 juli 2009.

,,Ik heb de verschillende wijzigingen genoemd, juist om te illustreren hoeveel het er in het voorgaande decennium zijn geweest”,

zo gaf Jardim te kennen.

Lees ook: MoU 2011 Casinowezen bestuderen

Bron: Antilliaans Dagblad
Dossier: Gokken – casino’s & loterijen (FWNK, GCB & illegale loterijen)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *