AD | Toch zware straffen broers Grynsztein

Rechtbank Overijssel verwerpt deal OM met verdachten | ANP

Willemstad/Zwolle – De rechtbank Overijssel in Zwolle heeft de twee broers Isaac en Omer Grynsztein tot zes en vijf jaar cel veroordeeld voor het jarenlang witwassen van in totaal ruim 320 miljoen dollar op Curaçao en het leiding geven aan oplichting en het vervalsen van documenten.

Hiermee schuift de rechtbank de overeenkomst tussen het Nederlandse Openbaar Ministerie (OM) en de verdachten aan de kant. ,,De tussen partijen afgesproken lage strafeis doet op geen enkele wijze recht aan de aard en ernst van de feiten”, aldus een uitleg van de uitspraak in de zogeheten Cymbal-zaak.
Bij het gerecht op Curaçao loopt een vergelijkbare of in elk geval sterk aan Cymbal gelieerde procedure, hier de Troja-zaak genoemd.

Desgevraagd laat het gerecht in Willemstad aan het Antilliaans Dagblad weten dat in de Troja-zaak ‘het onderzoek ter terechtzitting op vrijdag 6 september zal worden gesloten’, waarna het gerecht op Curaçao op vrijdag 27 september uitspraak doet.

Conform het Zwolse vonnis van gisteren mogen de broers, 53 en 45 jaar oud, vijf jaar lang hun beroep als financiële dienstverlener niet uitoefenen. De witwaspraktijken duurden ruim dertien jaar (van juli 2004 tot en met september 2017), waarin de beide Grynszteins documenten vervalsten zoals inkoopfacturen en bonnetjes. De veroordeelden gebruikten hun bedrijf als witwasmachine voor Venezolanen die zogenaamd lingerie kochten, maar in werkelijkheid contante dollars aanschaften waarover commissie werd betaald; het zogenaamde ‘swipen’.

,,De straf zoals geëist door het OM doet in dit geval naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze recht aan de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan,” aldus het vonnis streng in de richting van de Nederlandse officieren van justitie.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank namelijk ook rekening met hetgeen wordt nagestreefd met een straf. De belangrijkste strafdoelen zijn in dit geval vergelding, algemene preventie en speciale preventie. De rechtbank overweegt dat met name het doel van algemene preventie in deze strafzaak ‘op gespannen voet’ staat met de deal tussen OM en verdachten.

,,Dit vonnis is immers niet alleen openbaar, maar zal ook door publicaties in de pers in zowel Nederland als Curaçao bekend worden. Daardoor wordt het grote publiek, bij voorkeur de gehele maatschappij, erop gewezen dat bepaald handelen strafbaar is en wordt onderstreept wat de gevolgen zijn.”

Dit is niet het enige strafdoel, maar volgens de rechtbank moet voorkomen worden dat zeker bij dit soort georganiseerde vermogensdelicten ‘het beeld ontstaat dat sprake is van klassenjustitie’.

,,Verdachten leven/leefden immers niet in armoede. Indien aan verdachten thans voor het witwassen van honderden miljoenen, valsheid in geschrifte en oplichting een overeengekomen lage straf opgelegd zou worden, dan valt niet uit te sluiten dat wordt bereikt wat haaks staat op het doel van algemene preventie.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Naschrift KKC

Uitspraak hier

Mini boetes voor KPMG en ING bank. MCB bank, Goisco, enkele E-zone bedrijven en loterijenbaas Robbie dos Santos lijken in deze zaak vrijuit te gaan. | Beeld FD

Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-960068-15 (P)

Datum vonnis: 4 september 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1966 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 september 2017, 6 november 2018, 27 mei, 2 juli, 11 juli en 19 juli 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

mrs. J.M. Mul en A.E.C. Sachs en van hetgeen door verdachte en de raadslieden

mrs. T. Lucas en H. van Aardenne, advocaten te Amsterdam, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 19 juli 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 21 juli 2004 tot en met 5 september 2017 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van schuldwitwassen;

feit 2: in de periode van 21 juli 2004 tot en met 6 juli 2015 feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen van valsheid in geschrift;

feit 3: in de periode van 21 juli 2004 tot en met 6 juli 2015 feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen van oplichting.

Voluit luidt de – gewijzigde – tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

Hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 juli 2004 tot en met

5 september 2017

– in Amsterdam en/of in Eindhoven en/of elders in Nederland; en/of

– in Boca Raton en/of Aventura en/of elders in de Verenigde Staten van Amerika; en/of

– in Willemstad en/of elders op Curacao; en/of

– in een of meer andere (buitenlandse) plaats(en),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

Sub a

van

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van USD 322.719.658; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van ANG 496.735; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van ANG 28.760; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van EUR 22.740; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van EUR 14.910; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van USD 306.365; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van USD 47.825; en/of

– een woning gelegen aan [adres 1] ,

(Vindplaats: Proces-verbaal 571 (map 25), 639 (map 25), 758 (map 11) en 1020 (map 13))

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld heeft wie de rechthebbende(n) op bovenomschreven voorwerp(en) is/was en/of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden heeft/hebben gehad,

en/of

Sub b

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van USD 322.719.658; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van ANG 496.735; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van ANG 28.760; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van EUR 22.740; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van EUR 14.910; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van USD 306.365; en/of

– een of meer geldbedrag(en) tot een bedrag van USD 47.825; en/of

– een woning gelegen aan [adres 1] ,

(Vindplaats: Proces-verbaal 571 (map 25), 639 (map 25), 758 (map 11) en 1020 (map 13))

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) redelijkerwijze moest(en) vermoeden, dat de/het bovenomschreven voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – (deels) afkomstig was/waren uit enig(e) (buitenlands) misdrij(f)(ven);

2

dat

[bedrijf 1] INC (registratienummer: [nummer 1] ); en/of

[bedrijf 2] N.V. (registratienummer: [nummer 2] ); en/of

[bedrijf 3] N.V. voorheen genaamd [bedrijf 4] N.V. (registratienummer: [nummer 3] en [nummer 4] (Kamer van Koophandel)); en/of

[bedrijf 5] N.V. (registratienummer: [nummer 5] ); en/of

[bedrijf 6] (registratienummer: [nummer 6] ); en/of

[bedrijf 7] LTD (registratienummer: [nummer 7] ); en/of

[bedrijf 8] LIMITED (registratienummer: [nummer 8] ); en/of

[bedrijf 9] LLC (registratienummer: [nummer 9] ),

op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 21 juli 2004 tot en met 6 juli 2015, –

– in Amsterdam en/of elders in Nederland; en/of

– in Boca Raton en/of Aventura en/of elders in de Verenigde Staten van Amerika; en/of

– in Willemstad en/of elders op Curacao; en/of

– in een of meer andere (buitenlandse) plaats(en),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

/////

A. Oprichten vennootschappen

1. De oprichtingsakte van [bedrijf 2] N.V., gedateerd 21 juli 2004; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20) en 83 (map 23))

2. De oprichtingsakte van [bedrijf 4] N.V., gedateerd 3 juli 2009; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 855 (map 23))

B. Inschrijven vennootschappen

3. Een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 4] N.V.,

gedateerd omstreeks 5 tot en met 17 maart 2010 (is getekend op 5 maart, maar boven document staat 17 maart vermeld) ; en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

4. Een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 3] N.V., gedateerd omstreeks 15 tot en met 21 mei 2013 (is getekend op 16 mei, maar boven document staat 21 mei vermeld); en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

C. Opzetten websites

5. De website (een verzameling van bij elkaar horende pagina’s op het World Wide Web) van [bedrijf 8] LIMITED (http://www. [bedrijf 8] .com); en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 1160 (map 15))

D. Openen rekeningen

6. Een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 4] N.V. (rekening: [rekeningnummer 1] ), gedateerd 3 december 2009; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 30 (map 18))

7. Een aanvraagformulier, althans raamovereenkomst, althans een (zogenaamde)

‘Kundenstammvertrag’ aangaande [bedrijf 3] N.V. (rekening: KK [rekeningnummer 2] ,

[rekeningnummer 2] ), gedateerd 11 juli 2013; en/of

(Vindplaats: Proces-verbaal 722 (map 9))

E. Verkrijgen pinterminals

8. Een aanvraagformulier, althans een (zogenaamd) ‘Application Form – Direct Merchants’ aangaande [bedrijf 7] LTD (Payvision), gedateerd 23 augustus 2007; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 722 (map 9))

9. Een contract aangaande [bedrijf 4] N.V. (B&S Card Service), gedateerd 19 maart 2010; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 722 (map 9))

10. Een contract aangaande [bedrijf 3] N.V. (First Cash Solutions), gedateerd omstreeks 25 tot en met 28 mei 2013; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 807 (map 2, doorgenummerde pagina 66))

11. Een aanvraagformulier, althans een (zogenaamd) ‘Merchant Application Form’ aangaande [bedrijf 8] LIMITED (Intercard Finance AD), gedateerd 12 december 2014; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 755a (map 11))

F. Inrichten (bedrijfs)administraties

12. De (bedrijfs)administratie(s) van [bedrijf 2] N.V. en/of [bedrijf 3] N.V. voorheen genaamd [bedrijf 4] N.V. en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] LTD en/of [bedrijf 8] LIMITED en/of [bedrijf 1] INC en/of [bedrijf 9] INC; en/of

G. Opstellen jaarrekeningen

13. De jaarrekening(en) van [bedrijf 2] N.V. over het/de ja(a)r(en) 2005 en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 en/of 2011 en/of 2012 en/of 2013; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 695 (map 32))

14. De jaarrekening(en) van [bedrijf 4] N.V. en/of [bedrijf 3] N.V. over het/de ja(a)r(en) 2010 en/of 2011 en/of 2012 en/of 2013; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 698 (map 32))

15. De (geconsolideerde) jaarrekening(en) van [bedrijf 5] N.V. over het/de ja(a)r(en) 2006 en/of 2007 en/of 2009 en/of 2010 en/of 2011 en/of 2012 en/of 2013, (Vindplaats: Proces-verbaal 697 (map 32))

/////

– ( telkens) zijnde (een) geschrift(en) en/of authentieke akte(n) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen –

valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken, en/of heeft vervalst en/of doen vervalsen,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) en/of authentieke akte(n) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) andere(n) te doen gebruiken

/////

bestaande dat valselijk opmaken en/of vervalsen uit

A. Oprichten vennootschappen

Het in artikel 2 aangaande het doel van de vennootschap opzettelijk nalaten te vermelden – zakelijk weergegeven – het (zogenaamde) ‘swipen’ tegen contanten (lokale en vreemde valuta), althans de handel in valuta’s; en/of

1. Het in artikel 2 aangaande het doel van de vennootschap opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Het doel van de vennootschap is het optreden als handelsagent en vertegenwoordiger, de handel in, en de distributie van pharmaceutische producten in de ruimste zin des woords’; en/of

B. Inschrijven vennootschappen

2. Het onder 2.2. aangaande de omschrijving van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Groothandel en distributie in pharmaceutische producnten’; en/of

3. Het onder 4.1 en 4.2 aangaande de omschrijving van de vervallen en/of toegevoegde bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Groothandel en distributie in pharmaceutische producten en/of ‘Groothandel in dames en hren ondergoed’; en/of

C. Opzetten websites

4. Het onder ‘About us’ aangaande [bedrijf 8] LIMITED en/of de [bedrijf 8] Store opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘www. [bedrijf 8] .com is an established distributor of popular brands, specialized manufacturer of women clothing and lingerie in the UK.’ en/of ‘For over 15 years [bedrijf 8] Store has supplied high end lingerie at affordable prices.’ en/of opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden dat het een (zogenaamde) webwinkel is waarop een product of dienst kan worden aangekocht, althans het opzettelijk in strijd met de waarheid wekken van de suggestie dat het een webwinkel is waarop een product of dienst kan worden aangekocht; en/of

D. Openen rekeningen

5. Het onder 2c aangaande de hoofdactiviteit van het bedrijf opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Handelsagent/vertegenwoordiger/distributie pharmaceutische producten’; en/of

6. Het onder ‘Branche’ aangaande de branche waarbinnen de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Grosshandel mit Textilien’; en/of

E. Verkrijgen pinterminals

7. Het onder ‘Company information’ en onder ‘Products offered’ aangaande de producten die (door de merchant zijnde de aanvrager) worden aangeboden opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Intimate wear’; en/of

8. Het onder ‘Straat’ aangaande het adres van het bedrijf (van waaruit de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd) opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘ [adres 2] ’ en/of onder ‘Branche in detail’ aangaande de branche waarbinnen de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Pharma’ en/of onder ‘BTW-nr.’ aangaande het BTW-nummer van het bedrijf opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: [nummer 10] (laatste drie karakters onleesbaar) ; en/of

9. Het onder ‘Strasse’ aangaande het adres van het bedrijf (van waaruit de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd) opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘ [adres 3] ’ en/of onder ‘Branche’ aangaande de branche waarbinnen de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Textil’; en/of

10. Het onder ‘Industry’ aangaande de industrie waarbinnen de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Online sale of women’s underwear’ en/of onder ‘Product / Service’ aangaande de producten die (door de merchant zijnde de aanvrager) worden aangeboden opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Women’s underwear’; en/of

F. Inrichten (bedrijfs)administraties

11. Het opnemen en/of doen opnemen van (een) vals(e) en/of vervalst(e) pinbon(nen) en/of verkoopfactu(u)r(en) en/of inkoopfactu(u)r(en) en/of overeenkomst(en) in (een van) die (bedrijfs)administratie(s), waaronder

F1. Pinbonnen

12a. Een pinbon ten bedrage van USD 2.500 en op naam gesteld van [bedrijf 2] N.V., gedateerd 17 februari 2008 (19.28 uur); en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 599 (map 29))

12b. Een pinbon ten bedrage van EUR 95,01 en op naam gesteld van [bedrijf 3] N.V., gedateerd 9 april 2015 (14.45 uur); en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 783 (map 30))

12c. Een pinbon ten bedrage van EUR 92,59 en op naam gesteld van [bedrijf 7] LTD, gedateerd 6 juli 2015 (17.35 uur) ; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 1225 (map 15))

12d. Een pinbon ten bedrage van EUR 351,42 en op naam gesteld van [bedrijf 8] LIMITED, gedateerd 16 april 2016 (15.52 uur); en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 1227 (map 13))

waarop (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid was vermeld – zakelijk weergegeven – dat:

(12a t/m d). De transactie heeft plaatsgevonden in Europa en/of de transactie is verricht in EUR en/of de kaarthouder een product geleverd heeft gekregen en/of de pinbon (de merchant receipt) is voorzien van een handtekening die de handtekening van de kaarthouder moet voorstellen (zijnde een valse handtekening);

F2. Verkoopfacturen (ten behoeve van het afdekken van inkomende geldstromen)

12e. Een verkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 7] LTD en gericht aan [naam 1] , gedateerd 6 1 november 2007; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 1220 (map 15))

12f. Een verkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 10] (handelsnaam voor [bedrijf 3] N.V.) en gericht aan [naam 2] , gedateerd 25 januari 2011; en/ of (Vindplaats: Proces-verbaal 883 (map 27))

12g. Een verkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 2] N.V. en gericht aan [naam 3] , gedateerd 4 juli 2015; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 871 (map 30))

waarop (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid was vermeld – zakelijk weergegeven – dat:

(12e t/m g). Er door [bedrijf 11] LTD en/of [bedrijf 2] N.V. en/of [bedrijf 10] (handelsnaam voor [bedrijf 3] N.V.) (een) goed(eren) is/zijn geleverd en/of de afnemer van dat/die goed(eren) iemand anders is dan een (Sub)agent en/of in Venezuela woonachtig is;

F3. Inkoopfacturen (ten behoeve van het afdekken van de uitgaande geldstromen)

12h. Een inkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 1] INC en gericht aan [bedrijf 12] N.V., gedateerd 15 december 2014; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 1123 (map 31))

12i. Een inkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 13] N.V. en gericht aan [bedrijf 3] N.V., gedateerd 12 februari 2015; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 1123 (map 31))

12j. Een inkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 14] INC en gericht aan [bedrijf 3] N.V., gedateerd 9 april 2015; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 1217 (map 15))

waarop (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid was vermeld – zakelijk weergegeven – dat: (12h t/m j). Er door [bedrijf 12] N.V. en/of [bedrijf 3] N.V. (een) goed(eren) is/zijn afgenomen;

F4. Overeenkomsten met (Sub)agents (ten behoeve van het afdekken van inkomende en uitgaande geldstromen)

12k. Een overeenkomst tussen [bedrijf 7] LTD en [bedrijf 1] INC en [bedrijf 6] , gedateerd 22 augustus 2008; en/of (Vindplaats: Proces-verbaal 1214 (map 15)) waarop opzettelijk in strijd met de waarheid was vermeld – zakelijk weergegeven – dat: (12k). [bedrijf 1] INC en [bedrijf 6] optreden als tussenpersoon voor [bedrijf 7] LTD bij het aanbieden van toeristische diensten;

G. Opstellen jaarrekeningen

13. Het in de toelichting op de jaarrekening onder ‘Activities of the company’ aangaande de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘The main activities are importing, exporting and distribute of all kinds of articles, in the Carribean, Latin-, North America and Europe.’ en/of (in de toelichting op de jaarrekening) aangaande de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap opzettelijk nalaten te vermelden – zakelijk weergegeven – het (zogenaamde) ‘swipen’- tegen contanten (lokale en vreemde valuta), althans de handel in valuta’s en/of het opzettelijk in strijd met de waarheid opnemen van een te laag bedrag aan winst; en/of

14. Het in de jaarrekening(en) opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘ [bedrijf 4] NV, Curacao (branch The Netherlands) ‘en/of ‘ [bedrijf 3] NV, Curacao (branch The Netherlands)’, althans het opzettelijk in strijd met de waarheid wekken van de suggestie dat de jaarrekening(en) (uitsluitend) ziet/zien op het bedrijfsresultaat van de Nederlandse vestiging en dat de bedrijfsresultaten van de Curacaose vestiging worden verantwoord in (een) afzonderlijke jaarrekening(en) en/of het opzettelijk nalaten te vermelden van rekening [rekeningnummer 1] en/of het opzettelijk in strijd met de waarheid opgeven van een te laag bedrag aan winst; en/of

15. Het (in de toelichting op de jaarrekening) aangaande de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap opzettelijk nalaten te vermelden -zakelijk weergegeven – het (zogenaamde) ‘swipen’ tegen contanten (lokale en vreemde valuta), althans de handel in valuta’s en/of het opzettelijk in strijd met de waarheid opnemen van een te laag bedrag aan winst,

/////

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

3

dat [bedrijf 1] INC (registratienummer: [nummer 1] ) ; en/of

[bedrijf 2] N.V. (registratienummer: [nummer 2] ); en/of

[bedrijf 3] N.V. voorheen genaamd [bedrijf 4] N.V. (registratienummer: [nummer 3] en [nummer 4] (Kamer van Koophandel)); en/of

[bedrijf 5] N.V. (registratienummer: [nummer 5] ); en/of

[bedrijf 7] LTD (registratienummer: [nummer 7] ); en/of

[bedrijf 8] LIMITED (registratienummer: [nummer 8] ), en/of

[bedrijf 9] LLC (registratienummer: [nummer 9] ),

op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 21 juli 2004 tot en met 6 juli 2015,

– in Amsterdam en/of elders in Nederland; en/of

– in Boca Raton en/of Aventura en/of elders in de Verenigde Staten van Amerika; en/of

– in Willemstad en/of elders op Curaçao; en/of

– in een of meer andere (buitenlandse) plaats(en),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

– de ING Groep N.V.; en/of

– de Volksbank in der Ortenau (Offenburg); en/of

– de Payment Service Provider B&S Cardservice GmbH; en/of

– de Payment Service Provider Wirecard AG; en/of

– de Payment Service Provider Telecash; en/of

(telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld, te weten

– het aangaan van een of meer overeenkomst(en) naar burgerlijk recht; en/of

– het verlenen van een of meer financiële dienst(en); en/of

hierin bestaande, dat [bedrijf 2] N.V. en/of [bedrijf 3] N.V. voorheen genaamd [bedrijf 4] N.V. en/of [bedrijf 7] LTD en/of [bedrijf 8] LIMITED en/of [bedrijf 1] INC en/of [bedrijf 9] LLC en/of een of meer van zijn medeverdachte(n), (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven

– opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

– de hiervoor genoemde financiële instelling(en) en/of payment service provider(s) in (toegezonden) een of meer oprichtingsakte(n) en/of inschrijfformulier(en) en/of uittreksels (uit de Kamer van Koophandel en/of Curacao Chamber of Commerce & Industry en/of British Chamber of Commerce) en/of website(s) (http://www. [bedrijf 7] .an en/of http://www. [bedrijf 8] .com)en/of aanvraagformulier(en) en/of contract(en) en/of overeenkomst(en) en/of pinbon(nen) en/of verkoopfactu(u)r(en) en/of inkoopfactu(u)r(en) en/of jaarrekening(en) en/of (in reactie op vragen van de hiervoor genoemde financiële instelling(en) en/of payment service provider(s)) in vragenbrieven en/of e-mail(s) heeft/hebben voorgespiegeld:

A. Omschrijving bedrijfsactiviteiten

– dat de bedrijfsactiviteiten bestaan uit de groothandel in en/of online verkoop en/of distributie van farmaceutische producten en/of (onder)kleding; en/of

B. Distributieovereenkomst Vanity Fair

– dat er sprake is van een exclusief distributierecht voor het verkopen van een of meer producten van Vanity Fair in grote delen van de Verenigde Staten van Amerika en Venezuela; en/of

C. Plaats waar de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd

– dat de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd op het opgegeven vestigingsadres en/of in Europa en/of in de E-zone; en/of

D. Plaats waar er gebruik wordt gemaakt van de financiële diensten

– dat er op het opgegeven vestigingsadres en/of op cruiseschepen gebruik wordt gemaakt van de financiële diensten waaronder het gebruik van zogenaamde POS terminals; en/of

E. Plaats waar de kaarthouder aankoop doet

– dat de kaarthouder op het op de pinbon weergegeven (vestigings)adres met zijn kaart een aankoop heeft gedaan (die verband houdt met de opgegeven bedrijfsactiviteit); en/of

F. Levering goederen

– dat aan de transacties de levering van een of meer goed(eren) ten grondslag ligt; en/of

waardoor de hiervoor genoemde financiële instelling(en) en/of payment service provider(s) werd(en) bewogen tot de afgifte van enig goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld (zoals hiervoor genoemd),

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft/hebben gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en).

3 De voorvragen

Verjaring

De rechtbank overweegt dat artikel 70, eerste lid, onder 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bepaalt wanneer het recht tot strafvordering vervalt door verjaring. Voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld, is die termijn zes jaren. Artikel 420quater Sr, dat in deze zaak onder feit 1 ten laste is gelegd, kent als maximumstraf drie jaren gevangenisstraf. De verjaringstermijn bedraagt dus ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde schuldwitwassen zes jaren.

De verjaring wordt gestuit door een daad van vervolging van het Openbaar Ministerie. Dat is bepaald in artikel 72, eerste lid, Sr. Dat betekent in deze zaak dat de verjaring van dit feit waarvoor verdachte wordt vervolgd gestuit is op 6 juli 2015, de dag waarop het bedrijfspand aan de [adres 4] te Curaçao werd doorzocht.

De conclusie van de rechtbank is daarom dat het Openbaar Ministerie gedeeltelijk niet-ontvankelijk is in de vervolging van hetgeen onder feit 1 ten laste is gelegd. De periode tot

6 juli 2009 moet bij de beoordeling van deze strafzaak buiten beschouwing blijven.

Conclusie

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat het Openbaar Ministerie (gedeeltelijk) ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Deze zaak heeft betrekking op de verkoop van contante dollars door verdachte en diens medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aan Venezolanen. Een en ander speelt zich af tegen de achtergrond van de zwarte valutamarkt in Zuid-Amerikaanse landen zoals Venezuela die is veroorzaakt door van overheidswege opgelegde valutabeperkingen.

In 2013 is door de Financial Intelligence Unit (verder FIU) onderzoek ingesteld naar meldingen door de ING BANK NV (verder ING) van ongebruikelijke transacties op een bankrekening ten name van [bedrijf 3] NV (verder [bedrijf 3] ). De ING vond de transacties qua aantallen en bedragen niet passen bij de aard en doelstelling van de onderneming. Naar aanleiding van de geconstateerde ongebruikelijke transacties is de ING vragen gaan stellen die werden beantwoord door verdachte. Omdat deze vragen niet naar tevredenheid werden beantwoord, deed de ING vervolgens melding aan de FIU.

[bedrijf 3] werd op 3 juli 2009 opgericht in Curaçao. Volgens de statuten was het doel van de vennootschap het optreden als handelsagent en handelsvertegenwoordiger, de handel in, en de distributie van pharmaceutische producten. Op 17 maart 2010 wordt [bedrijf 3] als buitenlandse rechtspersoon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Nederland als een in Amsterdam gevestigde verkoper van farmaceutische producten. Aanvankelijk luidde de naam van [bedrijf 3] voluit [bedrijf 4] NV, in 2013 wijzigde dit naar [bedrijf 3] NV. Ook de handelsdoelstelling wijzigde. Dit was niet langer de verkoop van farmaceutische producten, maar de verkoop van kleding. Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn in deze rechtspersoon aangesteld als directeur/ bestuurder. Medeverdachte [medeverdachte 3] is ingeschreven met een beperkte volmacht tot vertegenwoordiging.

Door inspecteur van politie [verbalisant] van de FIU is proces-verbaal opgemaakt op 12 juni 2014. Dit proces-verbaal vormt de eerste aanleiding voor onderzoek Cymbal. Op 6 juli 2015 heeft er een actiedag plaatsgevonden waarbij – onder meer – het bedrijfspand aan de [adres 4] te Curaçao werd doorzocht. Er zijn grote hoeveelheden pinterminals, creditcards en contante geldbedragen aangetroffen.

Raamwerkovereenkomst

Op de regiezitting van 27 mei 2019 in de zaak van verdachte heeft de officier van justitie aangekondigd dat hij in gesprek was met de verdediging over de afdoening van de zaak. De officier van justitie kondigde aan, dat dit gesprek mogelijk tot een vordering wijziging van de tenlastelegging zou leiden. Het Openbaar Ministerie heeft daarop op 19 juni 2019 een overeenkomst gesloten met verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en

[medeverdachte 2] . Deze overeenkomst is later getekend door partijen. De rechtbank heeft de ondertekende overeenkomst bij e-mail van 15 juli 2019 ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft in dit kader op 19 juli 2019 een wijziging van de tenlastelegging gevorderd, die de rechtbank op diezelfde datum heeft toegewezen. De rechtbank komt onder 7.1 terug op deze (raamwerk)overeenkomst.
4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Feit 1: witwassen

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De gehele omzet van de valutahandel (het swipen) is volgens het Openbaar Ministerie afkomstig uit misdrijven en het gronddelict betreft volgens het Openbaar Ministerie valsheid in geschrifte of oplichting van de toezichthouder in Venezuela (de CADIVI). De CADIVI is onder valse voorwendselen bewogen tot afgifte van het tegoed aan dollars op de creditcards. Verdachte is medepleger van witwassen.

Feiten 2 en 3: valsheid in geschrift en oplichting

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de door de in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen gepleegde valsheid in geschrift en oplichting.
4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde bepleit, omdat het causale verband dat voor oplichting is vereist, ontbreekt. Het oplichtingsmiddel heeft de banken en financiële instellingen er niet toe bewogen om de in de tenlastelegging genoemde handelingen te verrichten.
4.4

Het oordeel van de rechtbank

Feit 3: oplichting

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Om de illegale valutahandel mogelijk te maken werd in de sfeer van de in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen valsheid in geschrift gepleegd. Verdachte heeft dit bekend. Onder meer met behulp van die valse geschriften werden de banken en financiële instellingen er toe bewogen om overeenkomsten met de in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen te sluiten en financiële diensten aan hen te verlenen.

Dat de oplichtingsmiddelen de banken en financiële instellingen er toe hebben bewogen om de in de tenlastelegging genoemde handelingen te verrichten, blijkt uit het volgende.

Bij de doorzoeking van de archiefruimte van het bedrijfspand aan de [adres 4] te Curaçao zijn – onder meer – brieven aangetroffen van financiële instellingen waarmee de rechtspersonen contracten afsloten voor creditcardacceptatie. Uit deze brieven komt naar voren dat verdachte en/of diens medeverdachten in de periode vanaf 2007 diverse keren in persoon en schriftelijk zijn aangesproken door deze instellingen op het feit dat de contracten die door de rechtspersonen waren aangegaan voor creditcardacceptatie werden misbruikt voor de valutahandel met Venezolanen en/of dat vermoed werd dat dit het geval was. In sommige brieven wordt dit zeer expliciet toegelicht en krijgen verdachte en/of diens medeverdachten gelegenheid om met facturen/kwitanties aan te tonen dat er daadwerkelijk producten zijn verkocht. De ING Groep NV, de Volksbank Offenburg, B&S Cardservice en Wirecard AG hebben uiteindelijk – omdat de door de banken en financiële instellingen geconstateerde verdachte omstandigheden door verdachte en/of diens medeverdachten onvoldoende werden opgehelderd – elk hun diensten aan en contracten met (bedrijven van) verdachte en diens medeverdachten stopgezet. Daarnaast blijkt uit het dossier dat de ING Groep NV in 2013 en in 2014 melding heeft gemaakt van verdachte omstandigheden bij de FIU en dat B&S Cardservice en Wirecard AG een soortgelijke melding hebben gemaakt bij de Duitse FIU. Uit het vorenstaande blijkt dat de banken en financiële instellingen ten tijde van het aangaan van de contracten geen wetenschap hadden van de swipe-activiteiten.

Ook overigens is niet gebleken dat de banken en financiële instellingen wetenschap hadden van de swipe-activiteiten en dat zij daarmee instemden.
4.5.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1

Hij in de periode van 6 juli 2009 tot en met 5 september 2017

– in Nederland; en/of

– in de Verenigde Staten van Amerika; en/of

– op Curaçao; en/of

– in een of meer andere (buitenlandse) plaats(en),

tezamen en in vereniging met anderen,

Sub a

van

– geldbedragen tot een bedrag van USD 279.505.101; en

– een geldbedrag van ANG 496.735; en

– een geldbedrag van ANG 28.760; en

– een geldbedrag van EUR 22.740; en

– een geldbedrag van EUR 14.910; en

– een geldbedrag van USD 306.365; en

– een geldbedrag van USD 47.825;

(Vindplaats: Proces-verbaal 571 (map 25), 639 (map 25), 758 (map 11) en 1020 (map 13))

de werkelijke aard en herkomst heeft verhuld en/of verborgen,

en

Sub b

– geldbedragen tot een bedrag van USD 279.505.101; en

– een geldbedrag tot een bedrag van ANG 496.735; en

– een geldbedrag tot een bedrag van ANG 28.760; en

– een geldbedrag tot een bedrag van EUR 22.740; en

– een geldbedrag tot een bedrag van EUR 14.910; en

– een geldbedrag tot een bedrag van USD 306.365; en

– een geldbedrag tot een bedrag van USD 47.825;

(Vindplaats: Proces-verbaal 571 (map 25), 639 (map 25), 758 (map 11) en 1020 (map 13))

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en zijn medeverdachten redelijkerwijze moesten vermoeden, dat de bovenomschreven voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – (deels) afkomstig waren uit enig(e) (buitenlandse) misdrij(f)(ven);

2

dat

[bedrijf 1] INC (registratienummer: [nummer 1] ); en

[bedrijf 2] N.V. (registratienummer: [nummer 2] ); en

[bedrijf 3] N.V. voorheen genaamd [bedrijf 4] N.V. (registratienummer: [nummer 3] en [nummer 4] (Kamer van Koophandel)); en

[bedrijf 5] N.V. (registratienummer: [nummer 5] ); en

[bedrijf 6] (registratienummer: [nummer 6] ); en

[bedrijf 7] LTD (registratienummer: [nummer 7] ); en

[bedrijf 8] LIMITED (registratienummer: [nummer 8] ); en

[bedrijf 9] LLC (registratienummer: [nummer 9] ),

in de periode van 21 juli 2004 tot en met 6 juli 2015,

– in Nederland; en/of

– in de Verenigde Staten van Amerika; en/of

– op Curaçao; en/of

– in een of meer andere (buitenlandse) plaats(en),

tezamen en in vereniging met anderen,

A. Oprichten vennootschappen

1. De oprichtingsakte van [bedrijf 2] N.V., gedateerd 21 juli 2004; en (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20) en 83 (map 23))

2. De oprichtingsakte van [bedrijf 4] N.V., gedateerd 3 juli 2009; en (Vindplaats: Proces-verbaal 855 (map 23))

B. Inschrijven vennootschappen

3. Een inschrijvingsformulier aangaande [bedrijf 4] N.V.,

gedateerd omstreeks 5 tot en met 17 maart 2010 (is getekend op 5 maart, maar boven document staat 17 maart vermeld); en (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

4. Een wijzigingsformulier aangaande [bedrijf 3] N.V., gedateerd omstreeks 15 tot en met 21 mei 2013 (is getekend op 16 mei, maar boven document staat 21 mei vermeld); en (Vindplaats: Proces-verbaal 135 (map 20))

C. Opzetten websites

5. De website (een verzameling van bij elkaar horende pagina’s op het World Wide Web) van [bedrijf 8] LIMITED (http://www. [bedrijf 8] .com); en (Vindplaats: Proces-verbaal 1160 (map 15))

D. Openen rekeningen

6. Een aanvraagformulier aangaande [bedrijf 4] N.V. (rekening: [rekeningnummer 1] ), gedateerd 3 december 2009; en (Vindplaats: Proces-verbaal 30 (map 18))

7. Een aanvraagformulier, althans raamovereenkomst, althans een (zogenaamde)

‘Kundenstammvertrag’ aangaande [bedrijf 3] N.V. (rekening: KK [rekeningnummer 2] ,

[rekeningnummer 2] ), gedateerd 11 juli 2013; en (Vindplaats: Proces-verbaal 722 (map 9))

E. Verkrijgen pinterminals

8. Een ‘Application Form – Direct Merchants’ aangaande [bedrijf 7] LTD (Payvision), gedateerd 23 augustus 2007; en (Vindplaats: Proces-verbaal 722 (map 9))

9. Een contract aangaande [bedrijf 4] N.V. (B&S Card Service), gedateerd 19 maart 2010; en (Vindplaats: Proces-verbaal 722 (map 9))

10. Een contract aangaande [bedrijf 3] N.V. (First Cash Solutions), gedateerd omstreeks 25 tot en met 28 mei 2013; en (Vindplaats: Proces-verbaal 807 (map 2, doorgenummerde pagina 66))

11. Een ‘Merchant Application Form’ aangaande [bedrijf 8] LIMITED (Intercard Finance AD), gedateerd 12 december 2014; en (Vindplaats: Proces-verbaal 755a (map 11))

F. Inrichten (bedrijfs)administraties

12. De bedrijfsadministraties van [bedrijf 2] N.V. en [bedrijf 3] N.V. voorheen genaamd [bedrijf 4] N.V. en [bedrijf 6] en [bedrijf 7] LTD en [bedrijf 8] LIMITED en [bedrijf 1] INC en [bedrijf 9] INC; en

G. Opstellen jaarrekeningen

13. De jaarrekeningen van [bedrijf 2] N.V. over de jaren 2005 en 2006 en 2007 en 2008 en 2009 en 2010 en 2011 en 2012 en 2013; en (Vindplaats: Proces-verbaal 695 (map 32))

14. De jaarrekeningen van [bedrijf 4] N.V. en [bedrijf 3] N.V. over de jaren 2010 en/of 2011 en/of 2012 en/of 2013; en (Vindplaats: Proces-verbaal 698 (map 32))

15. De geconsolideerde jaarrekeningen van [bedrijf 5] N.V. over de jaren 2006 en 2007 en 2009 en 2010 en 2011 en 2012 en 2013, (Vindplaats: Proces-verbaal 697 (map 32))

– telkens zijnde geschriften en/of authentieke akten die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen –

valselijk heeft opgemaakt en heeft vervalst,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften en/of authentieke akten als echt en onvervalst te gebruiken

bestaande dat valselijk opmaken uit

A. Oprichten vennootschappen

Het in artikel 2 aangaande het doel van de vennootschap opzettelijk nalaten te vermelden – zakelijk weergegeven – het (zogenaamde) ‘swipen’ tegen contanten (lokale en vreemde valuta), althans de handel in valuta’s; en

1. Het in artikel 2 aangaande het doel van de vennootschap opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Het doel van de vennootschap is het optreden als handelsagent en vertegenwoordiger, de handel in, en de distributie van pharmaceutische producten in de ruimste zin des woords’; en

B. Inschrijven vennootschappen

2. Het onder 2.2. aangaande de omschrijving van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Groothandel en distributie in pharmaceutische producnten’; en

3. Het onder 4.1 en 4.2 aangaande de omschrijving van de vervallen en/of toegevoegde bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Groothandel en distributie in pharmaceutische producten en/of ‘Groothandel in dames en heren ondergoed’; en

C. Opzetten websites

4. Het onder ‘About us’ aangaande [bedrijf 8] LIMITED en de [bedrijf 8] Store opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘www. [bedrijf 8] .com is an established distributor of popular brands, specialized manufacturer of women clothing and lingerie in the UK.’ en ‘For over 15 years [bedrijf 8] Store has supplied high end lingerie at affordable prices.’ en het opzettelijk in strijd met de waarheid wekken van de suggestie dat het een webwinkel is waarop een product of dienst kan worden aangekocht; en

D. Openen rekeningen

5. Het onder 2c aangaande de hoofdactiviteit van het bedrijf opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Handelsagent/vertegenwoordiger/distributie pharmaceutische producten’; en

6. Het onder ‘Branche’ aangaande de branche waarbinnen de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Grosshandel mit Textilien’; en

E. Verkrijgen pinterminals

7. Het onder ‘Company information’ en onder ‘Products offered’ aangaande de producten die (door de merchant zijnde de aanvrager) worden aangeboden opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Intimate wear’; en

8. Het onder ‘Straat’ aangaande het adres van het bedrijf (van waaruit de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd) opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘ [adres 2] ’ en onder ‘Branche in detail’ aangaande de branche waarbinnen de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Pharma’ en/of onder ‘BTW-nr.’ aangaande het BTW-nummer van het bedrijf opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: [nummer 10] (laatste drie karakters onleesbaar); en

9. Het onder ‘Strasse’ aangaande het adres van het bedrijf van waaruit de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘ [adres 3] ’ en onder ‘Branche’ aangaande de branche waarbinnen de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Textil’; en

10. Het onder ‘Industry’ aangaande de industrie waarbinnen de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Online sale of women’s underwear’ en onder ‘Product / Service’ aangaande de producten die (door de merchant zijnde de aanvrager) worden aangeboden opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘Women’s underwear’; en

F. Inrichten bedrijfsadministraties

11. Het opnemen en doen opnemen van valse pinbonnen en verkoopfacturen en inkoopfacturen en overeenkomsten in die bedrijfsadministraties, waaronder

F1. Pinbonnen

12a. Een pinbon ten bedrage van USD 2.500 en op naam gesteld van [bedrijf 2] N.V., gedateerd 17 februari 2008 (19.28 uur); en (Vindplaats: Proces-verbaal 599 (map 29))

12b. Een pinbon ten bedrage van EUR 95,01 en op naam gesteld van [bedrijf 3] N.V., gedateerd 9 april 2015 (14.45 uur); en (Vindplaats: Proces-verbaal 783 (map 30))

12c. Een pinbon ten bedrage van EUR 92,59 en op naam gesteld van [bedrijf 7] LTD, gedateerd 6 juli 2015 (17.35 uur) ; en (Vindplaats: Proces-verbaal 1225 (map 15))

12d. Een pinbon ten bedrage van EUR 351,42 en op naam gesteld van [bedrijf 8] LIMITED, gedateerd 16 april 2016 (15.52 uur); (Vindplaats: Proces-verbaal 1227 (map 13))

waarop (telkens opzettelijk in strijd met de waarheid was vermeld – zakelijk weergegeven – dat:

(12a t/m d). De transactie heeft plaatsgevonden in Europa en/of de transactie is verricht in EUR en/of de kaarthouder een product geleverd heeft gekregen en/of de pinbon (de merchant receipt) is voorzien van een handtekening die de handtekening van de kaarthouder moet voorstellen (zijnde een valse handtekening);

F2. Verkoopfacturen (ten behoeve van het afdekken van inkomende geldstromen)

12e. Een verkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 7] LTD en gericht aan [naam 1] , gedateerd 6 1 november 2007; en (Vindplaats: Proces-verbaal 1220 (map 15))

12f. Een verkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 10] (handelsnaam voor [bedrijf 3] N.V.) en gericht aan [naam 2] , gedateerd 25 januari 2011; en (Vindplaats: Proces-verbaal 883 (map 27))

12g. Een verkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 2] N.V. en gericht aan [naam 3] , gedateerd 4 juli 2015; (Vindplaats: Proces-verbaal 871 (map 30))

waarop telkens opzettelijk in strijd met de waarheid was vermeld – zakelijk weergegeven – dat:

(12e t/m g). Er door [bedrijf 11] LTD en/of [bedrijf 2] N.V. en/of [bedrijf 10] (handelsnaam voor [bedrijf 3] N.V.) goederen zijn geleverd en/of de afnemer van die goederen iemand anders is dan een (Sub)agent en/of in Venezuela woonachtig is;

F3. Inkoopfacturen (ten behoeve van het afdekken van de uitgaande geldstromen)

12h. Een inkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 1] INC en gericht aan [bedrijf 12] N.V., gedateerd 15 december 2014; en (Vindplaats: Proces-verbaal 1123 (map 31))

12i. Een inkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 13] N.V. en gericht aan [bedrijf 3] N.V., gedateerd 12 februari 2015; en (Vindplaats: Proces-verbaal 1123 (map 31))

12j. Een inkoopfactuur uitgegeven door [bedrijf 14] INC en gericht aan [bedrijf 3] N.V., gedateerd 9 april 2015; (Vindplaats: Proces-verbaal 1217 (map 15))

waarop telkens opzettelijk in strijd met de waarheid was vermeld – zakelijk weergegeven – dat: (12h t/m j). Er door [bedrijf 12] N.V. en [bedrijf 3] N.V. goederen zijn afgenomen;

F4. Overeenkomsten met (Sub)agents (ten behoeve van het afdekken van inkomende en uitgaande geldstromen)

12k. Een overeenkomst tussen [bedrijf 7] LTD en [bedrijf 1] INC en [bedrijf 6] , gedateerd 22 augustus 2008; en (Vindplaats: Proces-verbaal 1214 (map 15)) waarop opzettelijk in strijd met de waarheid was vermeld – zakelijk weergegeven – dat: (12k). [bedrijf 1] INC en [bedrijf 6] optreden als tussenpersoon voor [bedrijf 7] LTD bij het aanbieden van toeristische diensten;

G. Opstellen jaarrekeningen

13. Het in de toelichting op de jaarrekening onder ‘Activities of the company’ aangaande de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘The main activities are importing, exporting and distribute of all kinds of articles, in the Carribean, Latin-, North America and Europe.’ en in de toelichting op de jaarrekening aangaande de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap opzettelijk nalaten te vermelden – zakelijk weergegeven – het ‘swipen’- tegen contanten (lokale en vreemde valuta) en/of het opzettelijk in strijd met de waarheid opnemen van een te laag bedrag aan winst; en

14. Het in de jaarrekeningen opzettelijk in strijd met de waarheid vermelden: ‘ [bedrijf 4] NV, Curaçao (branch The Netherlands) ‘en/of ‘ [bedrijf 3] NV, Curaçao (branch The Netherlands)’, althans het opzettelijk in strijd met de waarheid wekken van de suggestie dat de jaarrekeningen (uitsluitend) zien op het bedrijfsresultaat van de Nederlandse vestiging en dat de bedrijfsresultaten van de Curaçaose vestiging worden verantwoord in afzonderlijke jaarrekeningen en/of het opzettelijk nalaten te vermelden van rekening [rekeningnummer 1] en/of het opzettelijk in strijd met de waarheid opgeven van een te laag bedrag aan winst; en

15. Het (in de toelichting op de jaarrekening) aangaande de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap opzettelijk nalaten te vermelden -zakelijk weergegeven – het ‘swipen’ tegen contanten (lokale en vreemde valuta) en/of het opzettelijk in strijd met de waarheid opnemen van een te laag bedrag aan winst,

zulks, terwijl hij, verdachte tezamen en in vereniging met anderen, telkens feitelijk leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen;

3

dat [bedrijf 1] INC (registratienummer: [nummer 1] ) ; en/of

[bedrijf 2] N.V. (registratienummer: [nummer 2] ); en/of

[bedrijf 3] N.V. voorheen genaamd [bedrijf 4] N.V. (registratienummer: [nummer 3] en [nummer 4] (Kamer van Koophandel)); en/of

[bedrijf 5] N.V. (registratienummer: [nummer 5] ); en/of

[bedrijf 7] LTD (registratienummer: [nummer 7] ); en/of

[bedrijf 8] LIMITED (registratienummer: [nummer 8] ), en/of

[bedrijf 9] LLC (registratienummer: [nummer 9] ),

op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 21 juli 2004 tot en met 6 juli 2015,

– in Nederland; en/of

– in de Verenigde Staten van Amerika; en/of

– op Curaçao; en/of

– in een of meer andere (buitenlandse) plaats(en),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

– de ING Groep N.V.; en/of

– de Volksbank in der Ortenau (Offenburg); en/of

– de Payment Service Provider B&S Cardservice GmbH; en/of

– de Payment Service Provider Wirecard AG; en/of

– de Payment Service Provider Telecash

(telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld, te weten

– het aangaan van een of meer overeenkomst(en) naar burgerlijk recht; en/of

– het verlenen van een of meer financiële dienst(en); en/of

hierin bestaande, dat [bedrijf 2] N.V. en/of [bedrijf 3] N.V. voorheen genaamd [bedrijf 4] N.V. en/of [bedrijf 7] LTD en/of [bedrijf 8] LIMITED en/of [bedrijf 1] INC en/of [bedrijf 9] LLC en/of een of meer van zijn medeverdachte(n), (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven

– opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

– de hiervoor genoemde financiële instelling(en) en/of payment service provider(s) in (toegezonden) een of meer oprichtingsakte(n) en/of inschrijfformulier(en) en/of uittreksels (uit de Kamer van Koophandel en/of Curaçao Chamber of Commerce & Industry en/of British Chamber of Commerce) en/of website(s) (http://www. [bedrijf 7] .an en/of http://www. [bedrijf 8] .com)en/of aanvraagformulier(en) en/of contract(en) en/of overeenkomst(en) en/of pinbon(nen) en/of verkoopfactu(u)r(en) en/of inkoopfactu(u)r(en) en/of jaarrekening(en) en/of (in reactie op vragen van de hiervoor genoemde financiële instelling(en) en/of payment service provider(s)) in vragenbrieven en/of e-mail(s) heeft/hebben voorgespiegeld:

A. Omschrijving bedrijfsactiviteiten

– dat de bedrijfsactiviteiten bestaan uit de groothandel in en/of online verkoop en/of distributie van farmaceutische producten en/of (onder)kleding; en/of

B. Distributieovereenkomst Vanity Fair

– dat er sprake is van een exclusief distributierecht voor het verkopen van een of meer producten van Vanity Fair in grote delen van de Verenigde Staten van Amerika en Venezuela; en/of

C. Plaats waar de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd

– dat de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd op het opgegeven vestigingsadres en/of in Europa en/of in de E-zone; en/of

D. Plaats waar er gebruik wordt gemaakt van de financiële diensten

– dat er op het opgegeven vestigingsadres en/of op cruiseschepen gebruik wordt gemaakt van de financiële diensten waaronder het gebruik van zogenaamde POS terminals; en/of

E. Plaats waar de kaarthouder aankoop doet

– dat de kaarthouder op het op de pinbon weergegeven (vestigings)adres met zijn kaart een aankoop heeft gedaan (die verband houdt met de opgegeven bedrijfsactiviteit); en/of

F. Levering goederen

– dat aan de transacties de levering van een of meer goed(eren) ten grondslag ligt

waardoor de hiervoor genoemde financiële instelling(en) en/of payment service provider(s) werd(en) bewogen tot de afgifte van enig goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld (zoals hiervoor genoemd),

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), feitelijk leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 51, 225, 226, 420quater en 326 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van schuldwitwassen, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan die verboden gedragingen feitelijke leiding heeft gegeven en

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan die verboden gedragingen feitelijke leiding heeft gegeven;

feit 3

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan die verboden gedragingen feitelijke leiding heeft gegeven.

Zoals hierna onder 7.4 wordt overwogen had feit 1 ook tenlastegelegd en bewezen kunnen worden als gewoontewitwassen. De rechtbank overweegt dat gewoontewitwassen impliceert dat verdachte zich –vergelijkbaar met de ééndaadse samenloop- ook schuldig heeft gemaakt aan een lichtere variant van witwassen. De rechtbank is van oordeel dat feit 1 derhalve kan worden gekwalificeerd als schuldwitwassen, meermalen gepleegd.
6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel
7.1.

Inleiding

De overeenkomst

Het Openbaar Ministerie heeft op 19 juni 2019 een overeenkomst gesloten met verdachte en diens medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Partijen zijn open geweest over het gegeven dat de overeenkomst is gesloten en hebben deze ook overgelegd aan de rechtbank. De rechtbank volgt de raadslieden van verdachte niet in hun standpunt dat het onderzoek ter zitting een toetsing van deze overeenkomst zou moeten zijn. Er is geen wettelijke grondslag voor een dergelijke toetsing. Evenmin is er enig houvast in de wet- en regelgeving voor de mate van intensiteit van een dergelijke toetsing. De rechtbank is voorts geen partij bij de overeenkomst en is in die zin dus ook niet aan de overeenkomst gebonden, hetgeen door het Openbaar Ministerie is benadrukt in het requisitoir. Desalniettemin kan en wil de rechtbank haar ogen niet sluiten voor het bestaan en de inhoud van de overeenkomst.

Waar moet de rechtbank rekening mee houden

De belangrijkste reden waarom de rechtbank de overeenkomst niet kan negeren wordt gevormd door de afspraken die gemaakt zijn over het indienen van de wijzigingen tenlastelegging (artikel 313 Sv). Die wijzigingen tenlastelegging komen er, kort gezegd, op neer dat de aanvankelijke verwijten gewoontewitwassen en deelneming aan de criminele organisatie worden vervangen door schuldwitwassen. Met die gewijzigde tenlastelegging wordt de grondslag voor het onderzoek ter terechtzitting beperkt en dit heeft direct gevolgen voor het wettelijk strafmaximum. De rechtbank is hieraan gebonden.

Voorts dwingt de jurisprudentie van de Hoge Raad tot een nadere motivering indien de rechtbank een hogere straf oplegt dan geëist, ongeacht of dit een voorwaardelijke of een onvoorwaardelijke straf is. In die zin is de rechtbank gebonden aan de overeengekomen strafeis.

Tot slot is overeengekomen dat verdachten “onomwonden openheid van zaken geven” en die verklaringen, zowel schriftelijk als ter zitting door verdachten afgelegd, maken deel uit van het dossier en de rechtbank moet hier acht op slaan.

Wat levert de overeenkomst partijen op

Het belang voor verdachten om een overeenkomst te sluiten is dat de op te leggen straf zo laag mogelijk zal zijn. Dit wordt benadrukt door de discussie ter zitting over hetgeen bedoeld zou zijn met de term aanzienlijk in de zin “Het Openbaar Ministerie is voornemens een aanzienlijk deel van deze gevangenisstraffen voorwaardelijk te vorderen.”. Een ander belang dat volgt uit de overeenkomst is dat de strafzaak tegen [medeverdachte 2] , welke vervolging is geschorst als bedoeld in artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, wordt beëindigd. Het door het Openbaar Ministerie niet vervolgen van andere familieleden van verdachten is uiteraard niet enkel een belang van de familieleden, maar ook van verdachten.

Het belang van het Openbaar Ministerie, en daarmee het maatschappelijk belang, is uiteraard het afronden van een omvangrijke strafzaak. Door die afronding kan het Openbaar Ministerie zijn capaciteit, zowel qua mensen als qua geld, inzetten voor andere onderzoeken. Ook is er het belang van het niet teruggeven van het beslag dat onder [medeverdachte 2] is gelegd, waarvoor mogelijk door de schorsing van zijn vervolging geen wettelijke grond bestaat in het Wetboek van Strafvordering. Voorts is het van maatschappelijk belang dat er overeenkomsten worden gesloten met onder andere de Belastingdienst op Curaçao.
7.2

De vordering van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren, waarvan een onvoorwaardelijk deel dat gelijk is aan de reeds in voorarrest doorgebrachte periode, met een proeftijd van drie jaren. Deze vordering was aanvankelijk 3 jaar, waarvan 24 maanden voorwaardelijk, maar daarvan heeft het Openbaar Ministerie ter zitting erkend dat dit in strijd is met voornoemde overeenkomst. Gewezen op de onmogelijkheid van de aangepaste vordering die een voorwaardelijke straf van meer dan 2 jaren impliceert, heeft het Openbaar Ministerie verklaard dat het de bedoeling is dat verdachte niet terug moet naar de gevangenis. Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie een beroepsverbod om financiële diensten te verlenen en/of als zodanig actief te zijn, gevorderd voor de duur van twee jaren.
7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de door het Openbaar Ministerie gevorderde straf aan verdachte op te leggen.
7.4

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft samen met anderen gedurende een lange periode zeer aanzienlijke geldbedragen witgewassen. Verdachte heeft daarnaast als medebestuurder van meerdere rechtspersonen gedurende een lange periode feitelijk leidinggegeven aan door die rechtspersonen gepleegde valsheid in geschrift en oplichting. Dit alles om het witwassen te ondersteunen en te verhullen.

Aan verdachte is na wijziging van de tenlastelegging – zoals hiervoor al weergegeven – schuldwitwassen ten laste gelegd in plaats van gewoontewitwassen. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen had kunnen worden dat verdachte opzet had op het witwassen, zeker nu verdachte ook is veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan door de rechtspersonen gepleegde valsheid in geschrift die jarenlang werd gepleegd ter ondersteuning van het witwassen. In aanmerking nemend dat verdachte gedurende een lange periode door middel van vele creditcardtransacties tezamen en vereniging met anderen geld heeft witgewassen, is de rechtbank ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen had kunnen worden dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededaders van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank verwijst in dit kader naar het door het Openbaar Ministerie in september 2018 opgemaakte ‘Bewijsmiddelenoverzicht 140 Sr’.

Door aldus te handelen heeft verdachte er aan meegewerkt dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken. Het witwassen van criminele gelden vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Verdachte heeft louter uit winstbejag gehandeld, zonder zich rekenschap te geven van de maatschappelijke gevolgen van zijn handelwijze.

De straf zoals geëist door het Openbaar Ministerie doet in dit geval naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze recht aan de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank ook rekening met hetgeen wordt nagestreefd met een straf. De belangrijkste strafdoelen zijn in dit geval vergelding, algemene preventie en speciale preventie.

De rechtbank overweegt dat met name het doel van algemene preventie in deze strafzaak op gespannen voet staat met de hiervoor genoemde overeenkomst. Dit vonnis is immers niet alleen openbaar, maar zal ook door publicaties in de pers in zowel Nederland als Curaçao bekend worden. Daardoor wordt het grote publiek, bij voorkeur de gehele maatschappij, er op gewezen dat bepaald handelen strafbaar is en wordt onderstreept wat de gevolgen zijn. Zoals hiervoor overwogen is dit niet het enige strafdoel, maar voorkomen moet worden dat zeker bij dit soort georganiseerde vermogensdelicten het beeld ontstaat dat sprake is van klassenjustitie. Verdachten leven/leefden immers niet in armoede. Indien aan verdachten thans voor het witwassen van honderden miljoenen, valsheid in geschrifte en oplichting een overeengekomen lage straf opgelegd zou worden, dan valt niet uit te sluiten dat wordt bereikt wat haaks staat op het doel van algemene preventie.

Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de ernst van de feiten, de zeer grote schaal waarop deze feiten zijn gepleegd, de lange periode waarin verdachte zich telkens opnieuw aan strafbare gedragingen schuldig heeft gemaakt en het professionele en georganiseerde karakter van de feiten, als uitgangspunt oplegging van een gevangenisstraf van zeven jaren.

De rechtbank heeft bij de bepaling van dit uitgangspunt ook gelet op de straffen die voor soortgelijke feiten door rechters plegen te worden opgelegd, waarbij het in die vonnissen en arresten gaat om lagere witwasbedragen dan in onderhavig geval, en het signaal dat daarvan ook uit het oogpunt van speciale en algemene preventie dient uit te gaan.

Wat betreft de ernst van het feit merkt de rechtbank op dat het Openbaar Ministerie bij haar strafeisen zelden uitgaat van de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude, die overigens boven het miljoen een gevangenisstraf van 2 jaren als ondergrens noemen. De doorgaans door het Openbaar Ministerie gehanteerde richtlijn geeft bij een witwasbedrag van een miljoen als uitgangspunt een gevangenisstraf van 48 maanden, bij gewoonte te verhogen met eenderde, en daarboven substantieel te verhogen tot het strafmaximum. In dit licht bezien is de (overeengekomen) strafeis van het Openbaar Ministerie niet passend.

De rechtbank zal hierna bespreken in hoeverre de rol die verdachte had in het plegen van de feiten, diens persoonlijke omstandigheden, de omstandigheid dat de verdediging en het Openbaar Ministerie een overeenkomst hebben gesloten en de eventuele overschrijding van de redelijke termijn een rol spelen bij de bepaling van de op te leggen straf.

Uit het dossier en hetgeen ter zitting door verdachten is verklaard komt naar voren dat verdachte een substantiële rol in het samenwerkingsverband had. Hij was actief betrokken bij de organisatie rondom het witwassen van aanzienlijke geldbedragen en vervulde daarbij een (aan)sturende en leidende rol. De rechtbank houdt hier rekening mee.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte met zijn gezin in de Verenigde Staten woont en dat een eventueel op te leggen straf gevolgen kan hebben voor zijn verblijfsvergunning in de Verenigde Staten (Green Card). De rechtbank begrijpt uiteraard dat dit voor hem verantwoordelijkheden met zich brengt en dat hij, zijn vrouw en ook zijn kinderen er belang bij hebben dat verdachte er in de Verenigde Staten voor zijn vrouw en vooral ook zijn kinderen kan zijn. Dit belang had verdachte ervan moeten weerhouden om de onderhavige strafbare feiten te plegen. Dat is echter niet het geval geweest.

Hoewel verdachte ter terechtzitting in bepaalde mate openheid van zaken heeft gegeven is de rechtbank van oordeel dat hij onvoldoende inzicht heeft getoond in het strafbare van zijn gedrag. Verdachte is evenwel – en dat zal de rechtbank ten voordele van hem meewegen – in de raamovereenkomst overeengekomen dat de financiële kant van deze zaak met justitie en overige instanties wordt afgehandeld. Verdachte en zijn medeverdachten hebben door de afspraken over aan hen gelieerde bedrijven, over het beslag, de inspanningsverplichting met betrekking tot medewerking aan een eventueel vervolgtraject en de schikking als bedoeld in artikel 511c Sr, impliciet schuld bekend. Dit (late) inzicht in de strafbaarheid van zijn handelen zal de rechtbank enigszins in het voordeel van verdachte meewegen. De aangegane inspanningsverplichtingen om met de Belastingdienst op Curaçao en de MCB-bank tot overeenkomsten te komen, werken ook in het voordeel van verdachte.

Namens verdachte is nog aangevoerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. De rechtbank overweegt dat het strafproces is vertraagd door het op verzoek van de verdediging horen van vele (internationale) getuigen. Op verzoek van de verdediging is op 27 mei 2019 nog een extra regiezitting gepland, waar een aanzienlijk pakket aan onderzoekswensen, onder andere het horen van 59 getuigen, is ingediend. Gelet op de thans door verdachte afgelegde verklaring kan niet anders worden geconcludeerd dat de overschrijding van de termijn van twee jaren in aanzienlijke mate is te wijten aan verdachte. Gezien de omvang en complexiteit van de zaak, de proceshouding van verdachte en het gegeven dat het hier een zeer geringe overschrijding betreft, zullen hieraan geen verdere consequenties worden verbonden.

Al met al acht de rechtbank in de onderhavige zaak de oplegging van een gevangenisstraf van zes jaren passend en geboden.

Gezien de aard en ernst van het bewezenverklaarde en ter bescherming van de maatschappij acht de rechtbank het voorts passend en geboden om overeenkomstig de vordering van het Openbaar Miniserie, aan verdachte een bijkomende straf op te leggen van ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van financieel dienstverlener. Verdachte heeft immers de bewezenverklaarde misdrijven begaan in de hoedanigheid van dat beroep. De rechtbank stelt de termijn van deze ontzetting op vijf jaren.
7.5

Beslag

De rechtbank zal de teruggave aan de rechthebbende gelasten van de op de beslaglijst vermelde ‘Moody Tunes’, aangezien deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 28, 31 en 57 Sr.
9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

– verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

– verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

– verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

– verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:

het misdrijf: medeplegen van schuldwitwassen, meermalen gepleegd;

feit 2:

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen begaan door een

rechtspersoon, terwijl hij aan die verboden gedragingen feitelijke leiding heeft gegeven en

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in

artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst,

meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan die verboden gedragingen feitelijke leiding heeft gegeven;

feit 3:

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen begaan door een rechtspersoon,

terwijl hij aan die verboden gedragingen feitelijke leiding heeft gegeven;

strafbaarheid verdachte

– verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde;

straf

– veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

– bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

– ontzet verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van financieel dienstverlener en het beroep van statutair bestuurder, feitelijk bestuurder of vennoot van enige rechtspersoon die zich bezighoudt met financiële dienstverlening, voor de duur van 5 (vijf) jaren;

beslag

– gelast de teruggave van de op de beslaglijst vermelde ‘Moody Tunes’ aan de rechthebbende.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. H.R. Schimmel en

mr. J.H.W.R. Orriёns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F. van den Brink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 september 2019.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *