AD | Tromp grijpt mis

CBCS RvC voorzitter Etienne Ys toonde zich verheugd tegenover de media nadat de rechter de loonvorderingen tegen Centrale Bank had afgewezen | Extra

Willemstad – De tussentijds ontslagen president Emsley Tromp van de Centrale Bank CBCS heeft in het kort geding tegen zijn voormalige werkgever misgegrepen.

De rechter heeft alle loonvorderingen van Tromp afgewezen. Daarbij tekent het gerecht aan dat CBCS nog een aanzienlijk deel van haar vordering op Tromp niet heeft verrekend.

Tromp, die overigens meent dat zijn arbeidsrelatie met de CBCS nog voortduurt, stelde zich – aldus een persbericht van het gerecht – op het standpunt dat hij nog recht had op uitbetaling van drie maandsalarissen. De Centrale Bank had die maandsalarissen toegezegd in het kader van het ontslag van Tromp, maar de Centrale Bank heeft dit bedrag verrekend met de door haar voorgeschoten nota’s van advocaten en belastingadviseurs.

Die facturen hadden onder andere te maken met de strafrechtelijke procedure in de zaak Saffier tegen Tromp die vorig jaar is gevoerd, aldus het gerecht (en door Tromp in eerste aanleg werd gewonnen, red.). De kortgedingrechter heeft nu geoordeeld dat de CBCS die nota’s mocht verrekenen met het resterende salaris van Tromp. Volgens het vonnis kan Tromp zich niet beroepen op een brief van de toenmalige president ad interim, Jerry Hasselmeyer, waarin stond dat de Centrale Bank na afloop van alle procedures zou bekijken of de nota’s door Tromp zouden moeten worden terugbetaald. ,,Tromp moet namelijk hebben geweten dat de president ad interim niet bevoegd was om zo’n toezegging te doen”, aldus het persbericht van de persrechter die Tromp consequent met ‘T.’ aanduidt.

Ook vond Tromp dat hij nog recht had op een eindejaarsuitkering, bestaande uit een ‘eenmalige uitkering’ en een ‘gratificatie’ van in totaal 500.000 gulden, nu hij een dergelijk bedrag ook in de afgelopen jaren steeds had gekregen (in 2016 ontving hij onder deze noemers 69.011 respectievelijk 423.694, in totaal dus 492.705 gulden, red.).

,,Het gerecht heeft ook die vordering afgewezen. Het is volgens het gerecht nog onvoldoende duidelijk of Tromp daadwerkelijk recht heeft op een dergelijke eindejaarsuitkering. Bij zo veel vragen kan een vordering in kort geding niet worden toegewezen.”

Tromp had beter moeten weten

Tromp is op 1 oktober 1985 bij de Centrale Bank in dienst getreden en vervulde, van 25 augustus 1991 tot 20 oktober 2017, de functie van president, laatstelijk tegen een salaris van 59.915 gulden bruto per maand, exclusief overige emolumenten. Zo staat te lezen in het vonnis van gisteren.

Vanaf het najaar van 2016 heeft Tromp kosten gemaakt voor rechtsbijstand en fiscaal advies in verband met een tegen hem lopend strafrechtelijk onderzoek – Saffier – en een bezwaarprocedure tegen de weigering van de veiligheidsdiensten van Curaçao en Sint Maarten om een verklaring van geen bezwaar omtrent Tromp af te geven. CBCS heeft de desbetreffende facturen van advocaten en fiscalisten voldaan. Tot 1 juli 2017 gaat het om een totaalbedrag van ruim 283.000 gulden.

Bij landsbesluiten van de gouverneurs van Curaçao en van Sint Maarten van 17 oktober 2017 is Tromp ontslagen uit zijn functie van president van CBCS. Dit besluit is op 20 oktober 2017 in werking getreden. Over de maand november 2017 heeft Tromp een bedrag ter grootte van zijn nettosalaris ontvangen. De salarisstrook van Tromp over december 2017 vermeldt een bedrag aan salaris overeenkomend met drie maandsalarissen en een ‘eenmalige uitkering’ van 12.805 gulden. Voorts vermeldt de salarisstrook een in verrekening gebracht ‘voorschot december’, zodat het saldo nul is.

Tromp beroept zich op de brief van oud-directeur Hasselmeyer van 30 juni 2017. De strekking van het betoog van Tromp is dat die brief tot gevolg heeft dat de eventuele vordering van CBCS tot terugbetaling van de voorgeschoten kosten nog niet opeisbaar is en daarom niet voor verrekening in aanmerking komt. CBCS heeft er echter volgens de rechter ‘terecht op gewezen’ dat de brief niet aan Tromp is gericht maar aan een afdeling binnen CBCS, zodat in beginsel niet kan worden aangenomen dat deze brief een aan Tromp gerichte toezegging inhoudt op de nakoming waarvan Tromp aanspraak zou kunnen maken. ,,Dat hij kennelijk op enig moment de beschikking over die brief heeft gekregen maakt dat niet anders”, luidt het vonnis.

Dit zou mogelijk anders zijn, vervolgt de rechter, als zou moeten worden aangenomen dat de brief de neerslag is van een verklaring die wel aan Tromp gericht is geweest.

,,Tromp heeft niet gesteld dat Hasselmeyer zich jegens hem in deze zin heeft uitgelaten. Tromp heeft wel gesteld dat de minister van Financiën van Curaçao (Kenneth Gijsbertha van MAN, red.) en de voorzitter van de Raad van Commissarissen (Etienne Ys, red.) in deze zin hebben verklaard, maar hij heeft die stelling op geen enkele wijze geconcretiseerd of onderbouwd.”

Ook is het volgende van belang. CBCS heeft betoogd dat er binnen de regels van het geldende Bankstatuut geen grondslag bestaat om kosten als de onderhavige voor rekening van CBCS te laten komen en ook dat Hasselmeyer overigens niet bevoegd was om het mogelijk aan de brief van 30 juni 2017 ten grondslag liggende besluit te nemen. Om deze redenen komt Tromp geen beroep toe op de brief van 30 juni 2017, aldus CBCS. Het gaat hier bovendien om kosten gemaakt in verband met de uitoefening van taken van CBCS-medewerkers die betrokken raken in een juridische procedure.

,,Hier aan de orde zijn echter kosten die verband houden met een strafrechtelijke vervolging wegens een verdenking van belastingfraude in privé alsmede kosten van rechtsbijstand in verband met een negatief oordeel van de veiligheidsdiensten over Tromp als president.”

Gelet op zijn jarenlange positie als president van CBCS moet, aldus het vonnis, Tromp geacht worden van deze regeling uit het Bankstatuut op de hoogte te zijn geweest. Van een grondslag voor vergoeding van kosten als de onderhavige buiten het kader van het Bankstatuut is niet gebleken, hetgeen Tromp ook geacht moet worden te hebben geweten. Verder volgt uit hetzelfde Bankstatuut dat goedkeuring van de Raad van Commissarissen nodig is voor besluiten met een belang van 250.000 gulden ineens of per jaar. Gelet op de omvang van de onderhavige kosten en op het feit dat de verschillende procedures nog liepen op het moment dat Hasselmeyer de brief van 30 juni 2017 schreef, moet volgens de rechter ‘voor zowel Hasselmeyer als Tromp duidelijk zijn geweest’ dat het financiële belang van de in de brief vervatte toezegging de grens van 250.000 ruimschoots zou overschrijden.

,,Ook hier geldt dat Tromp, gelet op zijn ervaring en positie bij CBCS geacht moet worden te hebben geweten dat Hasselmeyer tot dit besluit niet kon komen zonder goedkeuring van de Raad van Commissarissen.”

Van belang is ook, aldus de rechter, of de arbeidsovereenkomst met Tromp al als geëindigd kon worden beschouwd. Tromp meent dat zijn arbeidsovereenkomst nog voortduurt. Het besluit van de gouverneurs van Curaçao en Sint Maarten tot zijn ontslag als president van CBCS heeft volgens hem niet automatisch ook tot beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst geleid. CBCS stelt zich primair op het standpunt dat het ontslag uit de functie van president ook heeft geleid tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

,,In het midden kan blijven of de besluiten van de gouverneurs van Curaçao en Sint Maarten van 17 oktober 2017 mede tot gevolg hebben gehad dat de arbeidsovereenkomst met Tromp tot een einde is gekomen”, begint de overweging in het vonnis.

De rechter meent echter dat sprake is van heldere taal in de brief van 27 oktober 2017 ‘waarin klip en klaar wordt gemeld dat de arbeidsovereenkomst voor zover nodig per 1 november 2017 wordt opgezegd’. Een voortduren van de arbeidsovereenkomst kan daaruit niet worden afgeleid. Aldus het vonnis.

Bron: Antilliaans Dagblad

Naschrift KKC

2018 04 14 – Vonnis CENTRALE BANK VAN CURAÇAO EN SINT MAARTEN CBCS vs Tromp by Black Lion on Scribd

2 Reacties op “AD | Tromp grijpt mis

  1. En dan vragen we ons af waarom we zoveel schuld hebben…

  2. ‘Ook vond Tromp dat hij nog recht had op een eindejaarsuitkering, bestaande uit een ‘eenmalige uitkering’ en een ‘gratificatie’ van in totaal 500.000 gulden, nu hij een dergelijk bedrag ook in de afgelopen jaren steeds had gekregen (in 2016 ontving hij onder deze noemers 69.011 respectievelijk 423.694,’

    Tiran Tromp is rijp voor opname in de Capriles kliniek, en de bestuurders en ministers die hiervoor verantwoordelijk waren zouden in Bon Futuro moeten worden opgesloten.

    Hoezo we moeten bezuinigen met dit soort idiote uitgaven uit gemeenschapsgeld?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *