AD | Uitstoot des Koninkrijks

Koninkrijk der Nederlanden verantwoordelijk voor bescherming gezondheid | Jeu Olimpio

Willemstad – Alleen het Koninkrijk der Nederlanden – niet de landen en gebieden in het Koninkrijk – is een rechtspersoon in het internationaal recht.

,,Het Koninkrijk is eindverantwoordelijk voor bescherming van de rechten van de bevolking van Curaçao”, stelt Lindsay van den Bergh, die met haar proefschrift aantoont dat de Curaçaose gemeenschap met succes een klacht zou kunnen indienen bij de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens.

‘Industriële vervuiling en mensenrechten: een casestudie naar Curaçao en de Isla-raffinaderij’, zo luidt de titel van de thesis van Lindsay van den Bergh, rechtenstudent aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Op basis van haar proefschrift schreef zij een artikel voor het Caribisch Juristenblad, waarvan de laatste editie pas is verschenen. Van den Bergh wijst op de noodzaak van een grotere en meer effectieve rol van het Koninkrijk bij de bescherming van de rechten van inwoners van het Caribisch deel van het Koninkrijk.

,,Hoewel de meeste entiteiten voor de bescherming van universele mensenrechten, inclusief de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens (ECRM), niet specifiek het recht op schone lucht erkennen, is het belangrijkste argument voor klachten over de schending van rechten, dat er bepaalde mensenrechten zijn waaraan de bescherming tegen schade die wordt veroorzaakt door omgevingsfactoren inherent is”, zo staat in het artikel van Van den Bergh in het Caribisch Juristenblad.

Dit artikel gaat over de mate waarin de door het ECRM gegarandeerde rechten kunnen worden geïnterpreteerd als garantie voor de bescherming tegen milieuvervuiling. Tevens gaat het over de vraag of de nalatigheid van de regering van Curacao om op te treden tegen milieuvervuiling juridisch gezien voldoende reden is om deze kwestie voor het Europese Hof te brengen.

,,De Isla-raffinaderij is niet de enige grote vervuiler op het eiland”, zegt Van den Bergh. ,,Het staat buiten kijf dat andere bedrijven, in het bijzonder de BOO-centrale, bijdragen aan de vervuiling van Curaçao. Dit artikel gaat evenwel specifiek over de olieraffinaderij.”

Het mag duidelijk zijn, zo benadrukt ze, dat wij niet volop de vruchten kunnen plukken van onze mensenrechten als wij ons milieu niet beschermen en de natuur niet in stand houden.

,,De landen en gebieden in het Caribische deel van het Koninkrijk zijn zelf verantwoordelijk voor de implementatie van beleid en de naleving van internationale verplichtingen. Maar onder internationaal recht is uiteindelijk het Koninkrijk der Nederlanden als rechtspersoon aansprakelijk voor schending van internationale afspraken en verdragen.”

‘Economisch belang moeilijk te verantwoorden’

Internationale verdragen voor de bescherming van mensenrechten zijn ondertekend door het Koninkrijk, niet door het Land Curaçao.

,,Voor de Curaçaose gemeenschap betekent dit, dat zij een klacht kan indienen tegen de Koninkrijksregering in Den Haag wegens schending van haar rechten door blootstelling aan giftige uitstoot van de olieraffinaderij”, aldus Van den Bergh.

Zij verwijst hierbij naar de zaak Murray versus the Netherlands, van 26 april 2016, het zogenaamde Murray-arrest, waarin het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg het Koninkrijk der Nederlanden veroordeelde wegens onmenselijke en vernederende behandeling van de gevangene James Murray op Curaçao en Aruba.

De tot levenslang veroordeelde zwakbegaafde Murray was in 2014, twee jaar voor de uitspraak van het Europese Hof, overleden. Zijn familie zette de zaak voort. Het Europese Hof oordeelde op 26 april 2016, dat er geen perspectief op vervroegde vrijlating was geweest voor Murray, omdat hij nooit de behandeling had gekregen waar hij recht op had. Dit was in strijd met artikel 3 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Volgens deze uitspraak dient er op Curaçao de mogelijkheid van tbs-behandeling te komen. Het Koninkrijk der Nederlanden werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van 27.000 euro.

Volgens Van den Bergh kunnen de bewoners van het gebied dat onder de rook van de Isla ligt in Straatsburg een klacht indienen tegen het Koninkrijk der Nederlanden op basis van Artikel 2, Artikel 8 en Artikel 1 van Protocol nr. 1. Hoewel het Koninkrijk juridisch aansprakelijk is, kan dit op haar beurt van de eilandgebieden eisen dat zij de mensenrechten respecteren.

,,Dit staat in de eerste paragraaf van Artikel 43 van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden”, zo legt Van den Bergh uit. ,,Het Koninkrijk heeft een waarborgfunctie. Als de Koninkrijksregering in Den Haag bemerkt dat de regering van Curaçao de fundamentele rechten van de mens niet eerbiedigt, dan kan zij op basis van haar waarborgfunctie ingrijpen. Wat dit ingrijpen inhoudt, staat niet omschreven, maar de Koninkrijksregering heeft een aantal wettelijke instrumenten tot haar beschikking om dwang uit te oefenen. Onder meer Artikel 45 en Artikel 49 tot 51 van het Statuut voorzien hierin.”

Het Koninkrijk moet voor het vervullen van haar waarborgfunctie terughoudendheid betrachten, zegt Van den Bergh. Hiervoor verwijst zij naar de Kamerbrief over de waarborgfunctie van het Koninkrijk, geschreven door minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk.

,,Slechts wanneer in het land geen redres van een ontoelaatbare toestand mogelijk zou blijken te zijn, kan het nemen van een maatregel in overweging komen.”

De officiële toelichting op artikel 43 van het Statuut geeft te kennen dat een uitputtende opsomming van maatregelen, die in aanmerking kunnen komen, niet is te geven. De wijze waarop moet worden gereageerd, hangt af van de omstandigheden. Als algemeen beginsel is gesteld, zo schrijft Plasterk, dat ingrijpen niet verder mag gaan dan de omstandigheden strikt noodzakelijk maken. Voorts dient het ingrijpen steeds gericht te zijn op zo spoedig mogelijk herstel van de normale toestand. Dat betekent volgens de minister dat er in alle gevallen sprake zal moeten zijn van maatwerk en dat maatregelen proportioneel moeten zijn en van tijdelijke aard.

Daarnaast wordt benadrukt dat bij de beoordeling van de deugdelijkheid van het bestuur volledig rekening wordt gehouden met de middelen, waarover het land beschikt. De gouverneur van Curaçao heeft als vertegenwoordiger van de Koninkrijksregering op grond van de reglementen voor de gouverneur tot taak te waken over het belang van het Koninkrijk. Indien de gouverneur, na herhaaldelijk overleg met de ministers van het land, nog steeds van oordeel is dat er sprake is van een ontoelaatbare toestand in het land, waarbij de normen van artikel 43 van het Statuut in gevaar zijn en de landsorganen daarin geen of onvoldoende actie tot herstel ondernemen, dient zij zich te verstaan met de Koninkrijksregering.

Van den Bergh verwijst naar Artikel 8 van de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens, dat aan individuen het recht verschaft op respect voor en bescherming van hun privéleven, woning en erf.

,,Dit houdt niet alleen in dat overheden zich niet mogen mengen in het privé- of familieleven van mensen. Het artikel kan ook in positieve zin worden opgevat, dat de overheid ervoor moet zorgen dat er geen inbreuk op het leven van mensen wordt gemaakt door derden.”

Van den Bergh haalt in haar proefschrift diverse rapporten aan over gezondheidsschade bij mensen die onder de rook van de Isla-raffinaderij wonen.

,,Het Europese Hof zal de belangen van de betrokken afwegen tegen het belang van de Curaçaose gemeenschap in haar geheel.”

Volgens de auteur zal het voor de Curaçaose regering heel moeilijk worden om te blijven verdedigen dat het economisch belang voorop staat, en dat dit de reden is dat zij nalaat op te treden tegen de schending van rechten van mensen.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *