AD | ‘Visumwet goed voor economie’

‘Visumwet goed voor economie’

Willemstad/Den Haag – De in de maak zijnde Rijksvisumwet versterkt de economische concurrentiepositie van Curaçao, Aruba en Sint Maarten maar ook die van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Dat stelt minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken in reactie op de kanttekeningen van de fracties in de Arubaanse Staten bij het wetsontwerp. Een van de punten van kritiek is dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de belangen van het Caribische deel van het Koninkrijk.

,,De regering heeft de stellige overtuiging dat juist de invoering van één Caribisch visum dat geldig is voor alle Caribische Koninkrijksdelen sterk zal bijdragen aan een verbeterde economische concurrentiepositie, met name op toeristisch gebied. Waar in het verleden bij een bezoek aan zowel Aruba als aan de Nederlandse Antillen door een toerist twee keer een visum moest worden aangevraagd, en dus tweemaal een procedure moest worden doorlopen en ook twee keer leges betaald, kan worden volstaan met één visumaanvraag”,

zo verwerpt Rosenthal de stelling van de PDRfractie dat de nieuwe wet nadelig uitpakt voor het toerisme. Ook meer principiële bezwaren tegen het wetsontwerp wijst de bewindsman van de hand. Zo berust de stelling van de AVP-fractie dat de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken optreedt als de bevoegde instantie voor de visumverlening voor alle landen op een misverstand.

De landen blijven bevoegd, maar zijn wel verplicht het beleid op het gebied van de buitenlandse betrekkingen in acht te nemen. Dat vloeit volgens Rosenthal voort uit het Statuut waarin is vastgelegd dat buitenlandse zaken een Koninkrijksaangelegenheid zijn.

De bewindsman benadrukt in dat kader dat het niet de regering van het land Nederland is die het beleid bepaalt, maar de Koninkrijksregering.

,,De bewering (van de MEP-fractie; red) dat Nederland een onderwerp naar zich toetrekt dat Nederland niet langer voor zichzelf kan regelen, snijdt evenmin hout: het voorstel van Rijkswet is geen Nederlandse wetgeving maar Koninkrijkswetgeving en heeft betrekking op Koninkrijksaangelegenheden.”

Bovendien:

,,De landen kunnen zelf uitwerking geven aan alle criteria voor visumverlening die specifiek raken aan de landen zelf: openbare orde, nationale veiligheid, volksgezondheid, solvabiliteit.”

Rosenthal pleit wel voor eenvormigheid:

,,Dat houdt geen verband met de wens om controle uit te kunnen oefenen maar is veeleer gericht op bevordering van de toegang van vreemdelingen die een bijdrage kunnen leveren aan de economische ontwikkeling van het Caribisch deel van het Koninkrijk.”

De minister zegt de suggestie dat door de invoering van de Rijkswet een geheel nieuwe situatie voor wat betreft visumverlening verre van zich te werpen.

,,Het voorstel biedt slechts een modern kader dat recht doet aan de belangen van alle landen in het Koninkrijk. Het voorstel van Rijkswet verankert de bestaande bevoegdheid van de minister van Buitenlandse Zaken en legt de huidige praktijk van goede samenwerking in het Koninkrijk vast.”

Of de Staten van Curaçao en Sint Maarten al gebruik hebben gemaakt van hun recht om het wetsontwerp te becommentariëren is niet bekend. Bij de behandeling later dit jaar in de Tweede Kamer kunnen individuele fracties moties en amendementen indienen.

Vooral betrekking op Cariben

De nieuwe Rijksvisumwet heeft veel meer betrekking op de landen Curaçao, Aruba, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dan op Nederland dat de wet heeft ontworpen en – via stemming in de Tweede en Eerste Kamer – vaststelt. De wet regelt de verlening van visa binnen het Koninkrijk.

Maar omdat Nederland zich als lid van de Europese Unie te houden heeft aan de Europese regelgeving richt de inhoud zich vooral op het Caribische deel van het Koninkrijk. Met de Rijksvisumwet voldoet het Koninkrijk aan de internationale verplichtingen en wordt illegale immigratie tegengegaan.

Het ‘Souverein Besluit’ van 12 december 1813 wordt gemoderniseerd en de visumverlening binnen het Koninkrijk geüniformeerd. Het voorstel bevat regels over de visumplicht, de criteria voor de verlening van visa, de beperkingen en voorschriften, de bevoegdheid tot visumverlening en de intrekking, wijziging en verlenging van visa. Het wetsontwerp laat voor de landen en openbare lichamen enige ruimte om eigen criteria toe te voegen.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *