AD | ‘Vluchtelingen nemen drugs, wapens en zelfs apen mee’

Hanneke van Houwelingen

De kustwacht van Aruba op patrouille . Zij controleren bootjes in de territoriale wateren rond het eiland op drugssmokkel, benzine smokkel vanaf Venezuela en mensensmokkel. De bootjes met vluchtelingen uit Venezuela komen meestal ‘s nachts waarbij de vluchtelingen 60 meter uit de kust in het water moeten springen en naar land zwemmen. © Arie Kievit

Voorheen had de kustwacht van Aruba zijn handen vol aan drugsboten uit Colombia. Nu speuren ze naar gammele bootjes vol vluchtelingen uit Venezuela. ,,Die gasten hebben niks, dus nemen ze drugs, wapens en zelfs apen mee om te overleven.”

De Panter, de grootste boot van de kustwacht op Aruba, duikt een paar meter naar beneden. Het voordek stroomt vol met water. Commandant Marc Solognier die zo-even nog sprak over een ‘rustig zeetje’ komt daar nu van terug. Zijn bemanning koerst op het zuidoosten van het eiland af, waar hoge golven tegen het staal klotsen.

Juist op dit onrustige water maken de meeste bootvluchtelingen de oversteek vanuit Venezuela, vertelt Solognier. ,,Ze worden honderd meter voor de kust uit de boot gegooid en moeten de rest zwemmen. Maar de stroming is sterk en het krioelt van de haaien.”

De locatie heeft ook voordelen: de oversteek is het kortst, zo’n 35 kilometer. En ’s nachts is het er aardedonker. Op de punt van het eiland ligt Santana di Cacho, een uitgestrekt hondenkerkhof. Overdag een toeristische hotspot, maar ’s avonds een uitgestorven terrein.

Miljoenen op de vlucht

Aruba kampt net als Curaçao met een constante toestroom van Venezolanen, die hun land zijn ontvlucht voor de diepe economische crisis waarin het verkeert. Door de hyperinflatie zijn levensmiddelen, maar ook medicijnen, onbetaalbaar geworden. Drie miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen.

Ocha, de VN-organisatie voor noodhulp, schatte in oktober dat er zo’n 16.000 Venezolanen op Aruba en zo’n 26.000 op Curaçao wonen. De meesten komen per vliegtuig aan als ‘toerist’ maar keren niet terug. Anderen – zonder officiële documenten, maar ook Venezolanen die al eens van het eiland zijn gezet – arriveren ’s nachts in gammele vissersbootjes.

Hoofdpijndossier

De toestroom wordt groter en problematisch, zegt de Arubaanse premier Evelyn Wever-Croes, vanuit haar sterielwitte vergaderkamer met een portret van de Oranjes aan de muur. Het is vrijdagavond. Terwijl tientallen ambtenaren in korte rokjes en torenhoge hakken het regeringsgebouw uitwandelen en dit weekend carnaval vieren, heeft Wever-Croes de ene na de andere vergadering. En daar komt dit hoofdpijndossier bij.

Venezolaanse vluchtelingen-1 | © arie kievit

In de eerste maanden van dit jaar kreeg Aruba al ruim tweehonderd asielverzoeken. Het aantal illegalen is vele malen hoger. Zelf schat ze die op duizenden, minder dan de berekening van Ocha. ,,Al weten we het niet zeker.” Tien Arubaanse ambtenaren krijgen nu training van de IND in Nederland om de stroom aan asielvoerzeken sneller te kunnen afhandelen. Anders dan in landen als Colombia en Ecuador waar honderdduizenden Venezolanen over land trekken, bedelen om eten en slapen op straat, zijn de illegalen op haar eiland niet direct zichtbaar in het straatbeeld. Ze leven onder de radar. ,,De meesten van hen kennen iemand op het eiland die hen een kamertje biedt voor een lage huur. Ze werken meestal in de bouw. Niemand komt hier om van de honger.” Volgens Wever-Croes zal ‘de drempel binnenkort worden bereikt’. ,,De gemiddelde Arubaan vindt het banen inpikken het ergste. Daar hoor je veel klachten over.” Ook is er volgens de premier de vrees dat de vluchtelingen vergeten ziektes zoals mazelen of polio meenemen. ,,Je voelt een beetje xenofobie opkomen, daar maak ik me zorgen om.”

Op Palm Beach, het populairste strand van Aruba, merken de toeristen daar niks van. ,,Ik kan me niet voorstellen dat in ons hotel illegalen werken”, zegt een rondborstige Amerikaanse. Ze slurpt haar roze cocktail door een rietje. Op een steenworp afstand sleept er eentje strandbedden door het zand. Het is Eduardo (34), een gevluchte advocaat. Vroeger verdiende hij 4000 dollar per maand, maar door de crisis in zijn thuisland is dat nu 20 dollar. ,,Als je penicilline wilt kopen, ben je twee maandsalarissen kwijt.” Hij zet een Spaans liefdeslied in op zijn gitaar. ,,Ik heb altijd al rockster willen worden”, zegt hij zonnig. Dan sarcastisch: ,,Mijn vader was professor in Spaanse literatuur. Nu onderhoud ik hem met dit baantje.”

Je voelt een beetje xenofobie opkomen, daar maak ik me zorgen om
Evelyn Wever-Croes, Arubaanse premier

Uitzonderingen

Aruba heeft een speciale politie-eenheid, de Guarda nos Costa, die illegalen opspoort. Wie wordt gearresteerd, belandt in een detentiecentrum en wordt doorgaans binnen een paar dagen uitgezet. Hongerlijden in het thuisland is geen criterium voor asiel, zegt de premier beslist. ,,In elk land heb je mensen die het moeilijk hebben, ook op Aruba.” Wever-Croes zegt wel uitzonderingen te maken voor schrijnende gevallen. De exacte cijfers zal ze nog sturen, belooft ze, maar het antwoord blijft uit. ,,Als we weten dat iemand nierpatiënt is, maar na uitzetting niet kan dialyseren en binnen twee dagen dood is, maken we zo’n uitzondering.”

Die uitzonderingen zijn zeldzaam, weet Rode Kruisdirecteur Michel La Haye. ,,In de tien jaar dat ik hier werk, heb ik nooit iemand gesproken die asiel kreeg.” En wat is schrijnend, vraagt hij zich af. Kennelijk niet de zwangere, illegale vrouwen, die dringend een keizersnede nodig hadden. Het Rode Kruis regelde de medische zorg. Of dat 16-jarige meisje, dat werd uitgezet, terwijl ze zwanger was? Hij grijpt prompt zijn mobiel en belt de adviseur van de premier. Gisteravond is er een echtpaar op straat opgepakt, terwijl hun 10-jarige epileptische zoontje thuis zat. Zijn zus meldde zich huilend in zijn kantoor. ,,Kunnen jullie de ouders tijdelijk vrijlaten?”

Kleine kamertjes

Zijn organisatie op Aruba hielp al honderden Venezolanen aan eten, drinken, medicijnen en onderdak. De vrijwilligers bezoeken de meeste mensen thuis. Uit angst voor uitzetting durven zij niet naar het Rode Kruisgebouw te komen. ‘Thuis’ is vaak niet meer dan een kamertje van drie bij drie, laat Esmeralda* zien. Ze woont in een villa van een man met Venezolaanse roots. Die geeft zeventien vluchtelingen onderdak voor elk 400 dollar per maand.

Venezolaanse vluchtelinge | © arie kievit

Esmeralda deelt haar kamer met een gevluchte politieagente. Naast haar afgebladderde eenpersoonsbed ligt een rolkoffer op de grond, met de kleren er nog in. Ze is hier pas twee weken.

De vrouw hoopt op schoonmaakwerk, zodat ze geld naar haar studerende dochter (16) kan sturen. ,,Mijn schat.” Ze strijkt over haar mobiel, waar een foto van een blonde tiener oplicht. ,,In de weken voor vertrek hadden we alleen nog rijst te eten…” Esmeralda begint te huilen. ,,Mijn oma is 92 en heeft medicijnen en incontinentieluiers nodig. Die kunnen we niet betalen.” De Venezolaanse werkte voorheen bij oppositiepartij Un Nuevo Tiempo, maar komt door de macht van Maduro al jaren nergens aan de bak, vertelt ze.

Gisteren vluchtte de moeder in paniek het huis uit, toen de politie een inval deed. Onder de huurders was een Venezolaan die drugs dealde. Hij werd opgepakt. ,,Maar wij zijn goede mensen”, herhaalt ze.

Geen toekomst

Ook Andres*, een twintiger die illegaal in de bouw werkt, werd onlangs hardhandig opgepakt. Zijn vinger werd uit de kom gedraaid. ,,Alsof ik een crimineel ben.” Inmiddels is hij vrij en heeft hij asiel aangevraagd. Dat geeft hij weinig kans. Twee keer eerder werd hij uitgezet. In een vissersbootje kwam hij terug. ,,Het laatste stuk zwemmen is het engst, door de hoge golven en de rotsen”, vertelt hij. Vorig jaar verdronken twee vluchtelingen voor de kust. Toch blijft Andres de gevaarlijke oversteek maken, verzekert hij. ,,In Venezuela heb ik geen toekomst.”

Het laatste stuk zwemmen is het engst
Andres, Gevluchte Venezolaan

De gevonden bootjes worden gedumpt op het Pindakaasterrein, een kale graslap achter de marinebasis. Waar de locatie zijn naam aan ontleent, weet niemand meer. Het is een verzamelplek voor zo’n vijftien wrakken met namen als crazy frog (rare kikker) of dios vera (God zal kijken). Een bemanningslid van de kustwacht wijst naar een blauwe schuit. ,,De passagiers – Venezolanen ja – hadden een ton met kleding bij zich. De cocaïne bleek in de stof verwerkt. Het stond er stijf van.”

Kustwacht | ANP

Vroeger waren de drugsbootjes vanuit Colombia de grootste zorg van de kustwacht. ,,Nu ligt de focus op bootvluchtelingen”, vertelt commandant Solognier. De oversteek kan in een half uur, maar de smokkelaars varen expres langzaam. Zo blijft hun bootje tussen de golven en ziet de radar hen niet.

Papegaai als startkapitaal

Een ‘heterdaad’ op zee maakte Solognier meerdere keren mee. ,,Huilend staan ze voor je. Ze hebben vier kinderen thuis, zijn straatarm. Dat is hard, ook voor ons, maar wij moeten ons werk doen.” De vluchtelingen smokkelen vaak spullen mee. ,,Die gasten hebben niks, dus nemen ze drugs, wapens en zelfs rashonden, apen, toekans en papegaaien mee om te overleven.” De commandant is bloedserieus: ,,Ja écht, exotische dieren worden hier verkocht als huisdier. Een rashond kan duizend dollar opleveren. Voor bootvluchtelingen is dat hun startkapitaal.”

*De namen van enkele vluchtelingen zijn gefingeerd uit angst voor uitzetting of represailles van het Maduro-regime.

Bron: Algemeen Dagblad

Een Reactie op “AD | ‘Vluchtelingen nemen drugs, wapens en zelfs apen mee’

  1. Commentpolis

    Deze reactie is geweigerd wegens strijd met de regels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *