AD | ‘Voor de koning gaat de Isla wel plat’

Door René Zwart

De meetgegevens die laten zien dat de uitstoot van de Isla uitgerekend tijdens het koninklijk bezoek in november 2013 binnen de normen bleef.

De meetgegevens die laten zien dat de uitstoot van de Isla uitgerekend
tijdens het koninklijk bezoek in november 2013 binnen de normen bleef.

Den Haag – Voor de Curaçaoënaars die onder de – letterlijk – verstikkende rook van de Isla moeten leven, is het te hopen dat koning Willem-Alexander wat vaker naar het eiland komt. Bij koninklijke bezoeken wordt de Isla namelijk stilgelegd om meteen nadat de hoogheden zijn uitgezwaaid weer te worden opgestart.

Met enige verbazing namen de Tweede Kamerleden die gisteren de presentatie van de Stichting GreenTown Curaçao bijwoonden kennis van dit opmerkelijke feit waarvoor aan de hand van meetgegevens over de uitstoot van de raffinaderij het onomstotelijke bewijs werd geleverd: de Isla overschreed de afgelopen jaren de wettelijk vastgelegde normen voortdurend in aanzienlijke mate, op de 3 dagen in november 2013 na die het koninklijk paar op Curaçao verbleef.

Na de presentatie woensdag in de Staten was het gisteren aan de Nederlandse tak van het burgerinitiatief GreenTown om de Tweede Kamerfracties te informeren en – vooral dat – tot een grotere betrokkenheid te bewegen want die laat in politiek Den Haag te wensen over.

,,Iedere keer worden wij weggestuurd met het argument dat de raffinaderij een autonome aangelegenheid van het land Curaçao is”,

aldus secretaris Sven Rusticus.

,,Het lijkt wel of Nederland niet durft omdat het bang is te worden beschuldigd van bemoeizucht of kolonialisme. Als wij met iemand van de Nederlandse overheid een gesprek hebben, mogen wij daar ook geen foto van publiceren. Er wordt heel krampachtig gedaan.”

Dat de toekomst van de Isla een zaak is die in eerste instantie Curaçao aangaat, had voorzitter Aubrich Bakhuis bij zijn inleiding erkend om er meteen een aantal redenen aan toe te voegen waarom Nederland wel degelijk een direct eigen belang heeft ‘de vinger aan de pols te houden’ omdat de plannen die het kabinet Asjes aan het uitbroeden is nare gevolgen voor het Koninkrijk en dus Nederland kunnen hebben.

Bakhuis waarschuwde onder meer voor de schimmigheid waarmee een mogelijk in de maak zijnde deal tussen Venezuela en China is omgeven om de aftandse raffinaderij op te lappen.

Voor de 3 miljard dollar die daarmee gemoeid is, wordt buiten het zicht van het College financieel toezicht financiering gezocht waarvoor – ‘als Curaçao het schip in gaat’ – de rekening in Den Haag komt te liggen. De Tweede Kamer zou de raffinaderij ook uit oogpunt van deugdelijkheid van bestuur – die het Koninkrijk immers dient te waarborgen – als een gezamenlijke verantwoordelijkheid moeten zien.

Vanwege de aanhoudende normoverschrijdingen waartegen de Curaçaose overheid weigert op te treden, zijn ook de mensenrechten in het geding, zo voerde Bakhuis aan.

Hij deed een klemmend beroep op de commissieleden de voor Koninkrijksrelaties verantwoordelijke minister Ronald Plasterk (PvdA) erop te laten toezien dat de besluitvorming over de toekomst van de Isla ‘transparant en zorgvuldig’ geschiedt.

Het tweede verzoek is om de ontwikkelingen rond de raffinaderij kritisch vanuit Den Haag te blijven volgen en duurzaamheid als een Koninkrijkbreed thema op de agenda te zetten voor het eerstvolgende Interparlementair Koninkrijksoverleg (Ipko), eind mei in Den Haag.

Naast commissievoorzitter Jeroen Recourt waren slechts drie fracties vertegenwoordigd: André Bosman (VVD), Roelof van Laar (PvdA) en Roelof Bisschop (SGP). Wassila Hachchi (D66) hadden zich afgemeld en Ronald van Raak (SP) was door de griep geveld.

Nadat Rusticus uiteen had gezet hoe de 600 hectare roest en asfalt plaats kan maken voor een duurzame, bruisende en bedrijvige havenstad was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Bosman wilde weten hoe het project betaald wordt. Dat moet voor het merendeel door de private sector gebeuren: projectontwikkelaars en investeerders, luidde het antwoord. Van Laar vroeg naar de invloed van de Isla op de lokale politiek en ‘gevestigde belangen die alles tegenhouden en vermalen’.

Partijen zijn volgens de initiatiefnemers bang voor stemmenverlies als zij openlijk voor sluiting van de raffinaderij zouden pleiten. Ten onrechte vinden zij, want tegenover de 900 banen bij de Isla staan de 16.000 die de ontwikkeling van GreenTown oplevert.

Op de vraag van Bisschop welke reden Nederland zou kunnen hebben om geen politieke en morele steun aan het plan te geven, was de reactie van Rusticus kort: Geen. Recourt wilde weten hoeveel geld de stichting nodig heeft om een doortimmerd masterplan op te stellen waarmee de politiek op Curaçao kan worden overtuigd. Dat is 1 miljoen euro die men bijeen hoopt te krijgen via ‘crowdfunding’ en donaties van potentiële investeerders.

Hoe lovend de Kamerleden zich ook uitspraken over de ‘inspirerende’ presentatie, zij vinden dat Den Haag niet voor zijn beurt moet spreken.

,,Stap één is dat Curaçao zelf een besluit neemt wat het met de Isla wil. Daar moet Nederland zich niet mee bemoeien. Stap twee is de uitvoering. Daar kan Nederland bij helpen”,

vatte Van Laar het standpunt van de commissie samen.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *