AD | Vraagtekens bij blacklist EU en Oeso

Curaçao en Aruba gebaat bij pragmatische houding

Curaçao historisch gezien een sterke focus op de ‘offshore sector’

Willemstad – Bij fiscale ‘blacklisting’ ligt historisch gezien de focus op behartiging van de belangen van de Oeso- en EU-lidstaten. ,,Meer input van derde staten en voornamelijk ontwikkelingslanden is nodig voor verbetering van de legitimiteit.”

Dat stelt Maxine Rigot over de effectiviteit van de blacklists van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en Europese Unie (EU). De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) en de University of Curaçao (UoC) hebben onlangs het belastingseminar ‘Belastingverdragen, BEPS 2.0 en bronheffingen’ georganiseerd.

BEPS 2.0 (base erosion and profit shifting en de aanscherping ervan) en de nieuwe bronbelastingen zullen belangrijke gevolgen hebben voor de onderlinge verhoudingen tussen landen; ook voor het Caribisch deel van het Nederlandse Koninkrijk zullen de gevolgen merkbaar zijn.

Rigot deed onderzoek gericht op de situatie op Aruba en Curaçao. Blacklists zijn er ter realisatie van wat wordt genoemd ‘fair taxation’. ,,Hoe tracht men ‘fair taxation’ te realiseren?” vroeg de spreker hardop af. De EUblacklist is om zogeheten ‘Harmful Tax Practices’ te elimineren, terwijl de Oeso-blacklist mikt op het bevorderen van ‘Transparency & Exchange of Information’.

De Europese Unie werkt aan de hand van een EU Code of Conduct Group plus vermelding op blacklist of greylist. De Oeso doet dat met de Oeso Global Forum on Harmful Tax Practices en eventuele vermelding op de blacklist. Beide hanteren sancties. Maar waarbij de EU juridisch en economische sancties oplegt, zijn deze van de zijde van de Oeso meer gericht op reputatieschade. Er zijn, aldus Rigot, zowel positieve als negatieve gevolgen.

Om met de eerste te beginnen: Positief is de wereldwijde afname van schadelijke belastingregimes en verbetering van de onderlinge informatie-uitwisseling door nationale belastingautoriteiten. Er zit volgens de spreker echter ook een schaduwzijde aan, want negatief is bijvoorbeeld de belemmering voor ‘Domestic Resource Mobilisation’. Er kleeft volgens Rigot ook een ‘hypocriet element’ aan, namelijk de afwezigheid van EU-lidstaten.

Verder is sprake van onvoldoende democratische legitimatie, aldus de specialist. Rigot bedoelt hiermee dat de aanpak niet of onvoldoende gericht is op input van de bevolking (‘Governance by the people’). De werkwijze is meer gericht op effectiviteit van de output voor de bevolking (‘Governance for the people’).

Als de onderzoeker ten aanzien van deze materie kijkt naar het verschil tussen Curaçao en Aruba dat is de constatering dat Curaçao historisch gezien een sterke focus had op de ‘offshore sector’, wat al langer internationale financiële dienstverlening wordt genoemd. Er is meer belang bij een competitief fiscaal vestigingsklimaat. En is er meer weerstand en frustratie bij de politiek bij het doorvoeren van de zoveelste wetswijzigingen.

Op Aruba daarentegen is de economie eerder gediversifieerd, althans minder gericht op de offshore sector (de Arubaanse economie bestaat voor het overgrote deel uit toerisme, red.) en volgens de spreker is er ‘minder weerstand en frustratie bij de politiek bij wetswijzigingen’.

Rigot concludeerde in haar presentatie dat het gebrek aan democratische legitimatie de effectiviteit van deze blacklists belemmert. Het zijn haar aanbevelingen dat zowel de EU als Oeso de democratische legitimatie daarom verbeteren en faciliteiten creëert voor deelname van voornamelijk ontwikkelingslanden bij beleidsontwikkeling.

Aruba en Curaçao zijn gebaat bij een pragmatische houding wegens wat Rigot noemt de ‘David vs. Goliath-verhouding’ door vooral veel kennis en expertise te vergaren.

Dat kan door middel van postacademisch onderwijs in Caribisch Fiscaal Recht, het instellen van een kennisgroep binnen het Koninkrijk en regionale samenwerking van de ministeries van Financiën en Belastingdiensten, bijvoorbeeld via de Caricom (Caribbean Community).

Bron: Antilliaans Dagblad van 14 februari 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *