VK | ‘Afschaffen slavenhandel blijft wonder’

slaven-handel

slavenhandel

De afschaffingswetten begin 19de eeuw hebben de slavenhandel wel degelijk een klap toegebracht, schrijft emeritus hoogleraar Piet Emmer. Alleen in Afrika nam de slavenhandel daardoor juist in omvang toe.

De mogelijkheid om Afrikanen en Aziaten als slaven te verhandelen en in eigendom te nemen, bleef in sommige delen van de wereld tot ver in de 19de eeuw bestaan, maar riep steeds meer protest op.

Vooral de piëtistische kerken in Engeland, Wales en Schotland (Quakers, Methodisten, Baptisten) slaagden erin de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij op de politieke agenda te krijgen en in 1807 werd in het Lagerhuis een wet aangenomen, die de slavenhandel aan Engelse onderdanen verbood. In 1814 volgde Nederland en daarna vrijwel alle westerse landen, meestal onder druk van Engeland.

Een bloeiende, internationale en winstgevende handel vrijwillig onmogelijk maken, dat was nog nooit vertoond en daarom noemde een Engelse geschiedschrijver uit die tijd de afschaffing wat pathetisch ‘one of the few golden pages in the history of mankind’. Eindelijk eens een warm gevoel van binnen.

Koude douche
Helaas, zaterdag 14 juni kwam de koude douche in de vorm van de bijdrage ‘Slavenhandel kreeg juist doorstart in 1814’ op de opiniepagina van de Volkskrant van de hand van Pepijn Brandon en Tamira Combrink. Zij suggereren dat de Engelse en Nederlandse afschaffingswetten tegen de slavenhandel nauwelijks effect hadden en dat er daarna zelfs sprake was een ‘second slavery’.

Alleen de handel tussen Afrika en de Nieuwe Wereld werd door het verbod getroffen, niet de handel in slaven die zich al in Noord- en Zuid-Amerika bevonden. Brandon wil dan ook een einde maken aan ‘de mythe dat de afschaffing van de slavernij een triomf was voor de blanke (Nederlandse) beschaving’, aldus zijn tekst op de website socialisme.nu. Weg warm gevoel.

Daar is geen reden voor. De afschaffingswetten tegen de slavenhandel hadden wel degelijk effect. Die wetten zorgden ervoor dat de totale trans- Atlantische slavenhandel tussen 1800 en 1825 niet verder groeide en na 1825 scherp daalde. De slavenaanvoer naar de Caribische plantagegebieden daalde zelf meteen van 1.158.452 slaven gedurende de jaren 1775 – 1800 tot 497.616 slaven gedurende de periode 1800-1825. Hoezo doorstart?

  •  Al deze cijfers wijzen erop dat de afschaffingswetten de slavenhandel wel degelijk een dramatische klap hebben toegebracht

Volstrekt wereldvreemd is de veronderstelling van Brandon en Combrink dat aan een internationale, winstgevende tak van commercie als de slavenhandel met één pennestreek een einde kon worden gemaakt. Met de drugshandel lukt ons dat zelfs vandaag de dag niet, hoewel we over heel wat doeltreffender opsporingstechnieken beschikken dan rond 1800. Dat de slavenhandel ondanks de steeds hogere winsten en de steeds grotere vraag naar slaven in de plantagegebieden niet groeide, maar daalde, was, is en blijft een humanitair wonder.

Grote handicap
Nadat ook Frankrijk en de VS hun slavenhandelsrederijen gingen dwarszitten en de Spanjaarden, Portugezen en Brazilianen door Engeland met de dreiging van een handelsboycot in het nauw waren gedreven, kon de illegale slavenhandel tot staan worden gebracht. Daarbij vormden de Afrikaanse landen een grote handicap, omdat de handelaren daar niets in de weg werd gelegd om slaven te leveren aan eenieder die daarvoor wilde betalen.

Al even verbazingwekkend is de ontsteltenis van Brandon en Combrink over het feit dat de handel in slaven die al in de Nieuwe Wereld waren, legaal bleef tot de afschaffing van de slavernij. Die verontwaardiging duidt op een grondig gebrek aan historisch inzicht in politieke en economische verhoudingen rond 1800. Zo’n verbod zou immers het recht op eigendom beperken. Zonder finan- ciële compensatie is dat ook vandaag de dag onmogelijk en daarvoor ontbrak in Engeland in 1807, midden in de oorlog met Frankrijk, het geld.

Daar komt een tweede misvatting bij, want Brandon en Combrink menen dat de interkoloniale slavenhandel nauwelijks is bestudeerd en daarom veronderstellen ze gemakshalve maar dat die handel zo omvangrijk was dat de afschaffingswetten irrelevant waren. Behendig vermijden ze weer het noemen van aantallen met uitzondering van de 18 duizend slaven die na 1816 nog naar Suriname zouden zijn gebracht, een getal duidelijk afkomstig uit het grote slavenhandelssprookjesbos.

Verkeerde eind
Weer wijzen de cijfers uit dat Brandon en Combrink het bij het verkeerde eind hebben: de handel tussen de koloniën in West-Indië was in vergelijking met de legale en illegale handel vanuit Afrika miniem: voor alle Engelse gebieden (1807 -1833) iets meer dan achthonderd slaven per jaar en voor Curaçao (1819-1847) ongeveer 130 per jaar.

Al deze cijfers wijzen erop dat de afschaffingswetten de slavenhandel wel degelijk een dramatische klap hebben toegebracht. Er zijn maar weinig wetten die internationaal zo veel effect hebben gesorteerd.

Daarnaast waren ze irrelevant, niet in het Atlantische gebied, maar in Afrika. Daar namen de slavenhandel en de slavernij in omvang toe, want door de sterk verminderde uitvoer via de Atlantische kust daalden de prijzen op de binnenlandse slavenmarkten, waardoor meer Afrikanen het zich konden veroorloven om slaven te kopen.

Daarover zwijgen Brandon en Combrink, want dan zouden ze ‘de blanke beschaving’ maar in een gunstig daglicht stellen.

Piet Emmer is auteur van De Nederlandse slavenhandel, 1500-1850.

Bron: Volkskrant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *