Alcalá-Wallé uit Staten verwijderd

PAR-Statenlid Marilyn Alcalá-Wallé wordtuit de vergaderzaal van de Staten verwijderd. Collega’s Magali Jacoba en Dennis Jackson kijken toe

WILLEMSTAD — Waarnemend Statenvoorzitter Amerigo Thodé (MFK) heeft PAR-Statenlid Marilyn Alcalá-Wallé uit het Statengebouw laten verwijderen. De verwijdering vond plaats nadat Alcalá-Wallé diverse waarschuwingen van Thodé had gekregen over het feit dat zij de vergadering aan het verstoren was. Dit was tijdens een Centrale Commissie-vergadering die door de PS was aangevraagd waar de natuurlijke hulpbronnen van Curaçao en de mogelijke betrokkenheid van Nederland op de agenda stonden.

Aan het begin van de vergadering benadrukte PS-lid Ivar Asjes dat niemand meer kan ontkennen dat er aardolie en gas in de Curaçaose bodem zitten.
Hij benadrukte dat de winsten van de exploitatie ten goede moeten komen aan de Curaçaose samenleving.
Tijdens zijn betoog haalde hij uit naar de PAR. Hij greep terug naar de presentatie van het plan van de Commissie Monte, die door het toenmalige Bestuurscollege was belast met het opstellen van een alternatief voor de Slotverklaring.

Monte
Conform dit plan zouden opbrengsten van de exploitatie van olie en gas in de Curaçaose bodem, een alternatief kunnen zijn voor de door Nederland aangeboden schuldsanering. Volgens Asjes werden Monte en zijn commissie belachelijk gemaakt door de PAR.
Maar toch was het toch de regering van de PAR die enkele maanden later een Petroleum Landsverordening bij de Staten indiende.
Oppositiepartij PAR was niet te spreken over de stellingen van Asjes.

PARStatenlid Pedro Atacho omschreef deze als sciencefiction, sprookjes en Kompa Nanzi-verhalen, die nergens op gestoeld waren.
Volgens hem zou het volk van Curaçao nu in nog grotere problemen zijn, als indertijd voor de voorstellen van de Commissie Monte was gekozen.
De PAR daagde verder Asjes uit om met bewijzen te komen dat er in de Curaçaose bodem olie en gas zou zitten.
Asjes stelde echter dat hij dit nooit had beweerd, maar dat niemand dit feit meer kon ontkennen.
Ook vroeg hij zich af waarom de PAR daar nu vraagtekens bij plaatste, terwijl de gele partij al in 2007 een Petroleum Landsverordening bij de Staten had ingediend.

Beschuldigingen
Hierna ontaardde de vergadering in beledigingen en beschuldigingen over en weer. Waarnemend Statenvoorzitter Thodé moest verschillende keren tussenbeide komen om de gemoederen tot bedaren te brengen.
Vanuit de PARfractie was er veel kritiek op de manier waarop Thodé de vergadering leidde. Hem werd verweten partijdig te zijn en leden van de coalitie te veel ruimte en spreektijd te gunnen.
Thodé aan de andere kant had forse kritiek op het taalgebruik en interventies van diverse leden van de PAR-fractie.
In dit verband liet hij PAR-lid Alcalá-Wallé eerst uit de vergaderzaal en later het vergadergebouw verwijderen, nadat zij voortdurend commentaar had gegeven terwijl zij niet het woord had.
Aan het eind van de vergadering had Thodé forse kritiek op het verloop hiervan.
Hij kwalificeerde de vergadering als benedenmaats en keurde de gang van zaken in zeer strenge bewoordingen af.
Volgens hem hadden de Statenleden niet gebracht wat het volk van hen verwachtte.
Hiervoor had PAR-Statenlid Zita Jesus-Leito zich al afgevraagd waarom de vergadering überhaupt had plaatsgevonden, omdat deze geen enkele toegevoegde waarde had.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *