Amigoe | Bezwaar Curacao tegen financieel toezicht verworpen

CFT-college financieel toezicht

Bezwaar Curacao tegen financieel toezicht verworpen

DEN HAAG — Het bezwaar van de Curaçaose regering inzake de verlenging van het financieel toezicht is verworpen. Minister Ronald Plasterk van Koninkrijksrelaties heeft dat vandaag bekendgemaakt middels een publicatie in het Staatsblad. Het besluit is rechtstreeks overgenomen van de Raad van State, die tot dezelfde bindende conclusie kwam.

De Curaçaose regering maakte niet zozeer bezwaar tegen de feitelijk verlenging van het financieel toezicht, maar vooral tegen de criteria die gebruikt werden door de Rijksministerraad en de evaluatiecommissie voor de Rijkswet financieel toezicht. Beide hoefden volgens de regering alleen te beoordelen of Curaçao in drie achtereenvolgende jaren – 2010, 2011 en 2012 – een evenwichtige en goed onderbouwde begroting had. Een afzonderlijke beoordeling van het financieel beheer in die jaren was niet nodig, vond Curaçao.

De Raad van State is van mening dat de Rijksministerraad en de evaluatiecommissie wel degelijk financieel beheer mochten beoordelen. In de Rijkswet financieel toezicht staat een duidelijke omschrijving voor de wijze van evaluatie, aldus de Raad van State. De evaluatiecommissie is bijvoorbeeld verplicht om in ieder geval te kijken naar de begrotingen en moet daarnaast een aanbeveling doen voor het tijdstip van de volgende evaluatie.

Het gebruik van de term ‘in ieder geval’ heeft echter als gevolg dat bij de beoordeling ook naar andere informatie gekeken mag worden, zoals adviezen en rapportages van het College financieel toezicht (Cft). Dat geldt ook voor het financieel beheer, waar het Cft volgens diezelfde wet ook toezicht op houdt. “Tegen deze achtergrond zijn wij van oordeel dat de evaluatiecommissie en verweerder (het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, red.) er terecht van uit zijn gegaan dat aan het financieel beheer betekenis toekomt bij de beoordeling”, aldus de Raad van State.

Naast het bezwaar tegen de beoordeling van financieel beheer, beoordeelde de Raad van State ook het verzoek van Curaçao om een evaluatie voor de jaren 2013, 2014 en 2015. Curaçao lijkt inmiddels wel structureel aan de normen te voldoen, zodat het toezicht alsnog beëindigd kan worden. De Curaçaose regering kreeg echter de indruk dat een schriftelijk verzoek voor een nieuwe evaluatie, verstuurd in oktober 2015, was afgewezen door de Rijksministerraad. Tijdens de hoorzitting in maart werd echter al duidelijk dat het verzoek nog in behandeling is. Op het moment dat het verzoek gedaan werd, was de begroting voor 2015 nog niet afgerond. De Raad van State bevestigt in haar besluit de belofte van Plasterk om het verzoek voor een nieuwe evaluatie alsnog op korte termijn te behandelen.

Het besluit van de Raad van State was uitsluitend gebaseerd op een beoordeling van de rechtmatigheid van de beslissing om het toezicht te verlengen, zodat de Rijksministerraad ook geen andere beslissing mocht nemen, zelfs al was het in haar nadeel geweest. Bij de beoordeling benadrukte de Raad van State de bedoeling van de Rijkswet voor financieel toezicht: door middel van samenwerking toewerken naar een situatie waarin Curaçao structureel voldoet aan de begrotingsnormen, zodat het financieel toezicht op termijn overbodig wordt.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *