Amigoe | ‘Hof moet OM bevelen tot vervolging in asbestkwestie’

VanEps Kunneman VanDoorne en Spigt Dutch Caribbean blijven de leidende advocatenkantoren

Klaagschrift naar Hof om OM in asbestkwestie te laten vervolgen

WILLEMSTAD — Namens Fundashon Promove Derechi Humano Curaçao (FPDHC) is door advocaten Achim Henriquez en Olga Kostrzewski vandaag een klaagschrift naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gestuurd.

Hierin wordt verzocht om de vervolging te bevelen van RdK en CRU in de kwestie rond het opruimen en de opslag van asbest, omdat het Openbaar Ministerie (OM) de vervolging tot nu toe heeft nagelaten.

De stichting deed op 17 februari aangifte bij het OM, waarbij gesteld werd dat ‘Refineria di Kòrsou (RdK) en de Curaçao Refinery Utilities (CRU, ofwel de BOO-energiecentrale, red.), noch bij de opslag noch bij het ruimen van asbest enige voorzorgsmaatregelen in acht hebben genomen.’

Op het terrein van de RdK werd er jarenlang een grote hoeveelheid asbest opgeslagen. Rond april 2015 werd gestart met het verwijderen daarvan, waarbij volgens de stichting grote fouten zijn gemaakt.

“Namens FPDHC is eerder aangifte gedaan bij het OM tegen de verdachten en verzocht om tot vervolging over te gaan met betrekking tot meerdere strafbare feiten. Inmiddels zijn bijna zes maanden verstreken sinds de aangifte. Het OM heeft ondanks uitdrukkelijk verzoek van FPDHC niet aangegeven of zij zal vervolgen en ook niet op een eerder schrijven gereageerd, zodat klaagster nu terecht mag concluderen dat het OM niet tot vervolging zal overgaan. Ook is iedere redelijke termijn die het OM gegund zou mogen worden om zich over het al dan niet vervolgen uit te laten, verstreken.”

De advocaten halen het Wetboek van Strafrecht aan. “Uit artikel 2:121 blijkt, dat er sprake is van strafbare handelingen bij het opzettelijk en wederrechtelijk een stof in de lucht brengen waarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is, althans waarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft; Uit artikel 2:122 blijkt dat men strafbaar handelt als er schuld te wijten is, die al dan niet bestaat uit roekeloosheid, dat wederrechtelijk een stof in de lucht wordt gebracht indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is.”

Toegelicht wordt dat FPDHC tot doel heeft om de levensstandaard van slachtoffers en hun nabestaanden te verhogen, alsook hun begeleiding bij de schadeloosstelling van zowel materiële als immateriële schade, voortvloeiend uit blootstelling aan schadelijke stoffen ‘in de ruimste zin van het woord’.

“In het kader van verwezenlijking van voornoemde doelen is FPDHC bevoegd en gerechtigd tot het doen van aangiften tegen hen die (al dan niet naar haar oordeel en vermoedelijk) strafbare feiten plegen door het blootstellen van derden aan schadelijke stoffen. Het is ook op die grond dat FPDHC aangifte heeft gedaan tegen de verdachten en het OM verzocht heeft om tot vervolging van deze verdachten over te gaan inzake, onder meer, de in de aangifte verwoorde strafbare feiten”, aldus de advocaten.

Levensgevaarlijk

De stichting heeft in de aangifte bij het OM, eerder gewezen op de verspreiding van asbestdeeltjes door de wind vanaf het terrein van de betreffende bedrijven. “Het is algemeen bekend dat asbest een levensgevaarlijke stof is. Het betreft mineralen die zijn opgebouwd uit microscopisch kleine vezels en blootstelling aan zelfs de geringste hoeveelheid asbest kan op termijn voor de mens fatale gevolgen hebben.” In het verlengde hiervan werd er ook op gewezen dat het inademen van asbestvezels kan leiden tot ernstige ongeneeslijke asbestziekten zoals asbestose, longkanker, longvlieskanker en buikvlieskanker.

“Deze ziekten manifesteren zich in de meeste gevallen jaren nadat de blootstelling heeft plaatsgevonden en kennen in de regel een fatale afloop. Juist omdat het microscopisch kleine vezels betreft, kunnen zij makkelijk in grote hoeveelheden over zeer grote afstanden met de wind meegedragen worden om vervolgens ongemerkt door velen ingeademd te worden. Om deze reden is het zo dat bij het opslaan en ruimen van asbest, de grootste zorg en professionaliteit betracht moet worden.”

De advocaten stellen dat, aangezien ‘vervolging tot op heden is uitgebleven, FPDHC zich genoodzaakt ziet om het Hof te benaderen, teneinde vervolging van de verdachten af te dwingen’. Hun verwachting is dat naar aanleiding van het klaagschrift er ‘op korte termijn een behandeling zal plaatsvinden bij het Hof en dat het Hof eveneens op korte termijn een beslissing zal hebben gegeven over hetgeen is verzocht’.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *