Amigoe | Onduidelijkheid over grootte en ligging ‘Rustplaats’ bij Wechi

project Wechi | Foto Edsel Sambo

Onduidelijkheid over grootte en ligging ‘Rustplaats’ bij Wechi | Foto Edsel Sambo

WILLEMSTAD — Norwin Gerónimo Ferero die namens de erven-Ferero optreedt, meent dat er sprake is van ‘onbehoorlijk bestuur’ in de handelwijze van de overheid omtrent de ontwikkeling van Wechi.

“In de koopakte van de woningbouwstichting Fundashon Kas Popular (FKP), van Wechi uit 1993, staat duidelijk dat de aankoop van het terrein Wechi, exclusief het stuk grond ‘Rustplaats’ is.”

Hij stelt dat de werkzaamheden, de aanleg van wegen voor de beoogde woningbouw, plaatsvinden op het stuk grond dat volgens hem onder ‘Rustplaats’ valt.

Ferero klinkt bewogen terwijl hij een overzicht geeft van zijn familiehistorie. Onder zijn arm heeft hij een dikke zwarte leren map, waar een flinke stapel papier uitsteekt. Hij neemt plaats en tijdens zijn relaas worden de vele papieren op een steeds groter oppervlak van de omvangrijke tafel uitgewaaierd.

Kopieën van oude handgeschreven brieven passeren de revue, waarbij een inktdruppel in het oog springt en men zich niet aan het beeld kan onttrekken van een persoon van weleer, die een veer in een inktpotje doopt om met mooie krullende letters het verhaal op te schrijven.

Wechi-Weitje-Rustplaats-2

De aangrenzende gebieden en benamingen zoals die door Werbata op de eerste topografische kaart zijn weergegeven.

Hetgeen geschreven staat oogt mooi maar is vrijwel niet te ontcijferen. Van het origineel is dan ook ter verduidelijking een transcript gemaakt door het Centraal Historisch Archief. Het betreft een ‘hoogstwaarschijnlijk origineel document dat als bewijs van de rechtshandeling diende, waarin de nalatenschap Van Sybrecht Van Uytrecht, de weduwe van dominee Wigboldus van Rasveldt, toebedeeld wordt aan de hand van haar testament dat in 1808 werd opgemaakt’.

Ferero zal tijdens zijn relaas uitvoerig op dit document ingaan dat volgens hem nog steeds in het bezit is van de familie. Verder trekt tussen alle papieren ook een kopie van de Werbata-kaart van Curaçao – de eerste topografische kaart van het eiland – de aandacht.

Ferero toont een sectie waarop een groot gebied als ‘Mount Pleasant’ ofwel ‘Malpays’ wordt aangegeven. Grenzend daaraan staat ‘Seroe Gato’, daarnaast ‘Souax’ ofwel ‘Klein Malpays’ en onder de twee laatstgenoemde gebieden duidt Werbata het gebied ‘Weitje’ ook als ‘Rustplaats’ aan.

Toeval wil dat de bijzonder gedetailleerde historische Werbata-kaart, in 1910 door Johannes Vallentin Dominicus Werbata vervaardigd, in het bezit is van Amigoe-directeur Ernest ‘Jackie’ Voges. Ferero grijpt herhaaldelijk terug naar deze kaart als referentiekader. Hij verwijst met onder andere oude documenten naar het historische verloop, waaruit blijkt dat de voornoemde gebieden die aan elkaar grenzen, in overheidsstukken en kadastraal door de jaren heen tal van verschillende benamingen hebben gehad.

Wechi-Weitje-Rustplaats-1

Rechts bovenin staat Weitje ofwel Rustplaats aangegeven.

De topografische kaart wordt vervolgens urenlang onder de loep genomen om enige indruk te krijgen van de omvang van het gebied dat Werbata als ‘Weitje’ ofwel ‘Rustplaats’ omschreef.

De vraag werpt zich op of het hele gebied dat vandaag de dag als Wechi bekendstaat, in het verleden als ‘Rustplaats’ werd aangemerkt.

Ook de vraag of ‘Rustplaats’ een separaat gebied binnen Wechi is, kan aan de hand van een Kadaster-stuk – op 4 september 2014 uitgegeven – niet worden beantwoord. Dit Kadaster-stuk betreft een zogenoemde ‘Tenaamstelling Inzage’.

Daarop wordt het gehele terrein als eigendom van FKP weergegeven en wordt Wechi in een situatieschets zonder uitsparingen weergegeven waarbinnen mogelijk het gebied ‘Rustplaats’ zou kunnen vallen.

Ferero is over de vermeende ligging van Rustplaats stellig. Dat bevindt zich daar waar de ‘huidige werkzaamheden door FKP onterecht ontplooid worden’.

“Dit kan niet zomaar, de overheid dient een onderzoek in stellen en deze misstanden te corrigeren, er is hier duidelijk sprake van onbehoorlijk bestuur aangezien men van de kwestie op de hoogte is”,

aldus Ferero. Hij onderbouwt zijn verhaal met een groot aantal stukken die ook tal van teksten bevatten in oud-Nederlands. In de koopakte van FKP uit 1993 staat over de uitzondering van de aankoop van Rustplaats, onder andere:

“De plantage Weitje, voorheen genaamd Klein Malpais, met privilegiën van schapen- en geitenkoralen, gelegen alhier in het beneden kwartier bezuiden de plantagie van de Heren Jacob en Abraham Naar, liggende rondom in zijne eigen trankeren, met een vrije weg langs beoosten de westtrankeer en ook dat de landsgeut die benoorden den gemeenten weg ligt, buiten blijven moet, benevens nog een een canoekje of stuk gronds genaamd Rustplaats, gelegen tussen Groot Piscaderes en de genoemde plantagie Klein- Malpais, liggende rondom in zijne eigen trankeren, met een vrije patrouilleweg benevens een stuk gronds zijnde getaxeerd waarvan jaarlijks aan den Lande de gerechtigheid van zes pesos van achten en zes realen moet worden betaald”.

Ferero maakt tijdens het gesprek meer plek vrij op tafel door zijn deftig ogende herenpet, met een interessant transparant weefpatroon dat vermoedelijk van stro is gemaakt, opzij te schuiven.

“Dit is trouwens een pet van mijn grootvader en heeft daarom veel waarde voor me”,

aldus Ferero. Gedurende zijn verhaal, schets hij een beeld van zijn grootvader Gerardo Lazaro Ferero, als een strijdlustig persoon die er zelfs niet voor schroomde om nog op zijn 86e een rechtszaak aan te spannen in een streven om zijn recht te behalen.

Ferero laat weten dat de erven reeds vanaf de jaren tachtig een juridische strijd voeren inzake de eigendomskwestie van de nalatenschap van de weduwe Van Sybrecht Van Uytrecht. Zij had ‘plantagie Malpais alias Gato’ aan dertien vrijgemaakte slaven – Ferero licht toe dat de slaven reeds ver voor de afschaffing van de slavernij door dominee Van Rasveldt waren vrijgemaakt – nagelaten.

De familie Ferero stelt aan de hand van de bovengenoemde originele akte van afgifte legaat, afstammelingen te zijn van de vrijgemaakte slavin Catrijn Pietersz, dit na een grondig stamboomonderzoek te hebben laten uitvoeren. Ook wordt in het boek ‘Honderd jaar codificatie in de Nederlandse Antillen’, dat in 1968 werd gepubliceerd, gemeld dat de grootvader van Norwin zich reeds dat jaar met de akte van afgifte legaat, tot een van de schrijvers had gewend.

Deze schrijver, E.C. Henriquez, was als notaris onder andere gespecialiseerd in oude fideïcommissen-zaken. Daarbij staat op voorhand vast dat een erfenis niet verkocht of weggegeven mag worden, maar tot in het oneindige in de familie in eigendom dient te worden overgedragen via overerving.

Henriquez meldt dat de grootvader van Norwin – op dat moment 81 jaar oud – de originele akte van zijn moeder had gekregen, die deze op haar beurt van haar moeder had gekregen.

Aangezien de nalatenschap van weduwe Van Sybrecht Van Uytrecht melding maakt van plantage Malpais alias Gato, licht Norwin Ferero het volgende toe:

“In het verleden was het zo dat als er sprake was van een landgoed dat met Klein werd omschreven – neem het voorbeeld Klein Malpais – dat betekende dat het grensde aan of ten minste in de nabijheid lag van het grotere landgoed. In het geval van Malpais en Klein Malpais kan men onder andere afleiden dat deze bij elkaar horen.”

Bron: Amigoe
Dossier: Project Wechi

Een Reactie op “Amigoe | Onduidelijkheid over grootte en ligging ‘Rustplaats’ bij Wechi

  1. Ik hoop dat de heer Ferero en de zijnen niet worden ondergeschoffeld door het zogenaamde grotere belang, burgers en hun rechten worden maar al te vaak genegeerd op dit eiland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *