Amigoe | Plasterk vraagt reactie op voorstel geschillenregeling

door onze correspondent Otti Thomas

Minister Ronald Plasterk (Koninkrijksrelaties)  | Foto archieffoto: John Samson

Minister Ronald Plasterk (Koninkrijksrelaties) | Foto archieffoto: John Samson

DEN HAAG — Minister Ronald Plasterk zou het op prijs stellen als hij alsnog een officiële reactie krijgt van Curaçao, Aruba en St. Maarten op zijn voorstel over de geschillenregeling.

Hij is bekend met de eerste bezwaren tegen zijn voorstel, maar vooral uit krantenberichten en niet rechtstreeks van de regeringen. Plasterk zei dit vandaag tijdens een overleg met de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties.

De geschillenregeling bleek het belangrijkste onderwerp op de agenda. Plasterk informeerde de Tweede Kamer twee weken geleden over zijn laatste voorstel, waarin de Raad van State een niet bindend advies geeft over geschillen. Het voorstel kreeg felle kritiek van Statenleden uit het Caribisch deel, omdat het niet voldoet aan de uitgangspunten van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (Ipko). De parlementariërs van de vier landen hadden juist gepleit voor bindend advies bij geschillen en met name de Statenleden van Curaçao, Aruba en St. Maarten twijfelden aan een rol voor de Raad van State.

“Het is begrijpelijk dat men teleurgesteld is en die teleurstelling deel ik”, zei PvdA-Tweede Kamerlid Roelof van Laar. “Ik zou de minister willen vragen om de onderhandelingen hierover te stoppen en met een nieuw voorstel te komen dat binnen de kaders ligt van de Ipko-afspraken.”

André Bosman van de VVD was iets milder. “Ik denk dat we de minister enige ruimte moeten geven. Het is beter om 80 procent van iets te hebben dan 100 procent van niets”, zei hij.

Volgens Plasterk is het huidige voorstel de beste tijdelijk oplossing. Overleg om een geschillenregeling definitief in een Rijkswet vast te leggen, had weinig resultaat. “Daarom heb ik een voorstel gelanceerd dat niet meteen in een Rijkswet werd vastgelegd, maar dat wel werkbaar is en dat geschillen, zoals recent met Aruba en St. Maarten, mogelijk kan voorkomen.”

Volgens Plasterk hadden de premiers van Curaçao, Aruba en St. Maarten toegezegd om het voorstel voor te leggen aan de Staten van hun landen. “Maar daar heb ik niets meer over gehoord. Ik heb er alleen in de kranten over gelezen”, zei hij. Plasterk beloofde dat hij de mening van de drie premiers afzonderlijk nog zou peilen en het voorstel aan te passen waar dat mogelijk is.

Flexibel

De minister merkte wel op dat de Nederlandse regering al op twee punten redelijk flexibel is geweest. Zo is de reikwijdte van de geschillenregeling niet beperkt tot juridische geschillen, maar ook andere onderwerpen en is er geen overeenstemming nodig binnen de Rijksministerraad of een kwestie daadwerkelijk een geschil is. “Als één land vindt dat er sprake is van een geschil, dan is er een geschil”, aldus Plasterk. De minister beloofde dat hij voor de zomer komt met een voorstel dat enig draagvlak heeft. Als hij er geen overeenstemming is, dan treft hij de voorbereidingen voor een Rijkswet Geschillenregeling, waar de Staten van Curaçao, Aruba en St. Maarten wel invloed op uit kunnen oefenen, maar waarbij de Rijksministerraad uiteindelijk de knoop doorhakt.

Zowel Bosman als Van Laar namen genoegen met de antwoorden van Plasterk. “Ik verwacht wel van de andere landen dat ze iets met zo’n voorstel doen. Het kan niet zo zijn dat we een reactie alleen uit de krant vernemen”, zei Bosman. Van Laar was blij dat de minister serieus met het onderwerp bezig is en zelfs al enigszins heeft toegeven op een aantal punten. “Maar wellicht kan de minister overwegen om op die punten minder toe te geven en dan toch te kiezen voor een bindend advies. Dan ontstaat er in ieder geval duidelijkheid over juridische kwesties.”

Taalkennis

Over de andere onderwerpen op de agenda was de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties snel uitgepraat. Van Laar en Bosman steunen beiden de voortzetting van het financieel toezicht en konden zich ook vinden in de evaluatie van de Justitiële Rijkswetten, die ook volgende week nog aan de orde zullen komen bij een overleg over de Plannen van Aanpak. Beiden spraken ze hun zorgen uit dat de gebrekkige kennis van het Nederlands soms voor problemen zorgt binnen de Justitieketen, reden voor de evaluatiecommissie om te pleiten voor meer gebruik van het Papiaments of Engels.

Van Laar zei dat het wellicht onmogelijk is om alle wetgeving volledig te vertalen naar het Papiaments, maar stelde voor om belangrijke wetten bijvoorbeeld wel in het Papiaments of Engels uit te leggen. Plasterk zei dat die suggestie meegenomen zal worden in het volgende Justitieel Vierpartijen Overleg.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *