Amigoe | Publiciteit voor Voedselbank blijft nodig

door Judith Ramautar

Mylene Testing | Foto Judith Ramautar

Mylene Testing | Foto Judith Ramautar

WILLEMSTAD — Toen Mylene Testing drieënhalf jaar geleden voorzitter werd van de Stichting Voedselbank Curaçao, viel ze niet bepaald met haar neus in de boter. De vaste bijdrage van de Amfo aan de Voedselbank viel weg in 2012 en later ook de steun vanuit de stichting in Nederland.

Samen met het bestuur moest ze alles zelf bij elkaar zien te krijgen. Deze maand geeft Testing het voorzittersstokje over aan Sheryl Losiabaar.

Het zelf genereren van fondsen is redelijk gelukt, al moest het aantal voedselpakketten voor minder bedeelden wel teruggebracht worden van 400 naar 300.

“Dat hebben we tot eind vorig jaar kunnen volhouden. Om de continuïteit te blijven garanderen, zitten we nu op 200 pakketten per maand. Maar het aantal verzoeken blijft wel stijgen.”

Testing is wel blij dat ze op het juiste moment kan aftreden. In de ‘pot’ zit nu voldoende om nog voor drie maanden pakketten te maken met basisproducten, waarmee een gezin zo’n twintig maaltijden in elkaar kan draaien. De nieuwe voorzitter heeft dan ook de tijd om met het bestuur vertrouwd te raken en haar ideeën te ontvouwen voor onder andere fondsenwerving.

Al heeft Testing bij dat laatste ook sterk het gevoel dat er van hogerhand steeds een hulplijn werd aangereikt op het juiste moment. Bijvoorbeeld als een serviceclub een forse donatie deed. Zelf is ze, toen ze voorzitter werd, de publiciteit gaan zoeken.

“Ik had net mijn eigen bedrijf opgezet (K.D.Z. Accounting Support red.), werkte vanuit huis en had geen personeel in dienst.”

Testing maakte een Facebook-pagina aan, omdat social media laagdrempeliger zijn dan een website en zo meer interesse wekken.

Donateurs

Want ondanks het feit dat de Voedselbank inmiddels meer dan 30 jaar bestaat, en ondanks de gratis stoppers in de geschreven media, van tijd tot tijd publicaties en interviews en de Facebook-pagina, zijn er nog steeds mensen op het eiland die nooit van de stichting gehoord hebben. En dus blijft exposure hard nodig.

Samen met haar partner zette ze teasers op de Facebookpagina en werd het project ‘Adopt a family’ gestart. Met een maandelijkse vaste bijdrage van 50 gulden, de waarde van een boodschappenpakket, begon ze onder vrienden en werkrelaties te werven. Dat is aardig gelukt. Er zijn ook vaste bijdragen die variëren van 10 tot 25 gulden.

“Met een vast aantal donateurs weet je zeker dat je elke maand met de vrijwilligers de pakketten kunt maken.”

Maar, erkent ze, er kan wel meer uitgehaald worden. Testing bracht verder meer structuur en efficiëntie in de uitvoering. Met het verplaatsen van de opgeslagen etenswaren vanuit een gehuurde loods naar een kleinere ruimte op haar kantoor, kunnen er weliswaar minder boodschappentassen ingepakt worden, maar wordt er wel bespaard op de huur. Ook stelde ze een roulatiesysteem in voor de vrijwilligers, zodat er telkens met kleine groepen gewerkt wordt. Met de Boekenbank wordt nog steeds samengewerkt.

Mensen kunnen hun boeken bij het kantoor van Testing afleveren, die dan weer verkocht worden op de Boekenmarkt. Een deel van de opbrengst is nog steeds voor de Voedselbank. Aan de ene kant kijkt Testing met voldoening terug op haar voorzitterschap. Aan de andere kant wil ze zoveel meer doen.

Een dagelijkse Voedselbank bijvoorbeeld, zoals in Nederland. In plaats van één keer in het midden van de maand, ter overbrugging naar het volgende salaris. Maar dat is nu niet mogelijk. Al het voedsel wordt gekocht. Met uitzondering van thee, suiker en wc-papier, dat gratis wordt geleverd door Popular Agencies.

De supermarkten op het eiland geven geen waren weg die tegen het einde van de houdbaarheidsdatum zitten. Laat staan verse waren zoals brood en groenten.

“Met een van mijn klanten, een bakkerij, had ik afgesproken dat ik elke dag de overgebleven kipashi’s gratis mocht ophalen. Al was het onzeker hoeveel er over zouden zijn. Dat heb ik vijf dagen volgehouden.”

Deze vakantie doneerde Bo Frei Agencies 75 dozen met zakjes chips.

“Die zijn mijn partner en dochters bij allerlei vakantieplannen gaan rondbrengen. Ze hebben er een hele happening van gemaakt.”

Voedselbank| Foto Judith Ramautar

Voedselbank distributiecentrum | Foto Judith Ramautar

Buiten de boot

Het bestuur en de vrijwilligers van de Voedselbank zien slechts een beperkt aantal van de gezinnen die een tas met etenswaren krijgen. Via kerken en hulporganisaties wordt het contact gelegd met mensen die zich in de marge van de samenleving bevinden. Van sommigen zal de situatie nooit veranderen, al zou er ook meer gerouleerd kunnen worden.

“Er zijn mensen die maandelijks van meerdere kanten een pakket krijgen en er is een groep die altijd buiten de boot valt. Bij het verstrekken van de tassen zou meer centrale coördinatie moeten zijn. Soms is de periode dat mensen een voedselpakket krijgen net iets te lang. Het primaire doel van de Voedselbank blijft armoedeverlichting. Er zijn andere instanties om mensen vooruit te helpen.”

Voedselbank pakketten | Foto Judith Ramautar

Voedselbank pakketten

Haar vrijwilligerswerk voor de Voedselbank heeft Testing ook geleerd om beter te relativeren en minder snel een oordeel te vellen. Een standaard- voedselpakket heeft een waarde van 50 gulden en bevat onder andere blikjes groenten, worst, smack en corned beef, funchi, rijst en macaroni, olie en stroop, gecondenseerde melk, zeep en wc-papier. Dat is echt basic, zeker voor mensen die gewend zijn luxe te leven.

Kritiek

Er zijn mensen die kritiek hebben op het ‘weggeven’ van een pakket aan een vrouw die wel geld uitgeeft aan haar kapsel en nagels.

“Vroeger hoorde ik ook bij die groep. Nu vraag ik ze op de man af:

“Moet die vrouw er uitzien als een slons, terwijl ze wel de bus neemt om naar haar parttime job te gaan waarmee ze nauwelijks verdient, alleen maar om in aanmerking te komen voor een voedselpakket? Deze vrouw heeft toch ook haar gevoel van eigenwaarde?”

En dan zijn er nog de kinderen wier ouders hun nauwelijks iets te bieden hebben, en die vaak thuiskomen terwijl de kasten leeg zijn.

“Via de Jeugdreclassering geven we ook pakketten aan jongeren. Zij zouden niet mogen lijden onder de tekortkomingen van hun ouders.”

Het afgelopen jaar heeft Testing veel steun gehad van haar eigen, jonge team van drie mensen op haar kantoor. Zij zijn gelukkig net zo fanatiek als hun baas over de Voedselbank. Dat scheelde enorm. Maar als voorzitter bleef ze eindverantwoordelijk voor de constante stroom telefoontjes en e-mails. De contacten met instanties, leveranciers en vrijwilligers.

“En je weet dat er daarbuiten mensen zijn die rekenen op die tas met boodschappen. Je wilt zoveel doen, je to-dolist wordt steeds langer en een dag heeft maar 24 uur. Dat begon op een bepaald moment te prikkelen. En dus brak het moment aan om het stokje over te dragen. “

Sheryl Losiabaar deed veel ervaring op in sociale organisaties, met onder meer wijkontwikkeling, en ze zat ook bij de JCI’s. In het dagelijks leven werkt ze op de afdeling Communicatie van Curoil.

“Het klikte tussen ons, ik heb er alle vertrouwen in, ze heeft veel goede ideeën”,

zegt Testing. In een ideale wereld zou een Voedselbank niet nodig zijn. Maar dan zou je bijvoorbeeld ook geen politieagenten of advocaten nodig hebben, omdat er in een ideale wereld evenmin criminaliteit is. Testing:

“dat zal op korte termijn niet veranderen. Ik denk dat een Voedselbank altijd wel nodig zal blijven. Als iemand in nood komt te zitten, omdat hij bijvoorbeeld zijn baan heeft verloren. Dan heb je een overbrugging nodig. Er zijn altijd situaties waarin iemand hulp nodig heeft.”

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *