Amigoe | RvA: Procedure benoemingen evaluatiecommissie illegaal

Mevr. mr. drs. B. J. Doran - Scoop Mevr. drs. C. Alberto Ing. G.W.Th. Damoen MSc Mevr. mr. L.M. Dindial Ir. R. Gomes Casseres Mr. W.R. Flocker Mr. T. F.J. de Man Drs. Ch. P. do Rego MBA Dr. J. Sybesma

RvA: Procedure benoemingen evaluatiecommissie illegaal

WILLEMSTAD — De Raad van Ministers is het orgaan dat intern beraadslaagt en besluit over de vaststelling van de criteria, de thema’s en de samenstelling van de evaluatiecommissie justitiële consensus-Rijkswetten. Deze beraadslaging heeft niet plaatsgevonden. Daardoor is de procedure die is doorlopen om Raymond Begina en Suzy Camelia-Römer te benoemen als voorzitter van het presidium en lid van de evaluatiecommissie illegaal. Desondanks stelt de Raad van Advies (RvA) dat de benoemingen wel rechtsgeldig zijn.

Het is niet duidelijk wat de positie van de regering is nu het advies van de RvA binnen is en stelt dat de doorlopen procedure om tot de benoemingen te komen niet legaal is verlopen. Premier Ivar Asjes (PS) was vanochtend niet bereikbaar voor commentaar. Als de benoemde leden Begina en Camelia-Römer aan de hand hiervan niet vrijwillig terugtrekken, kan de regering van Curaçao besluiten de Koninkrijksministerraad te benaderen om nieuw besluit te nemen. Maar dit scenario neemt niet weg dat de meningen in de coalitie verdeeld blijven over voornamelijk de benoeming van Camelia-Römer als lid van de evaluatiecommissie.

De PS en onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran zijn van mening dat Camelia-Römer die zelf betrokken was bij het opstellen van de Rijkswetten, niet diezelfde wetten kan evalueren. Pais en PNP vinden dat Camelia-Römer een van de weinige experts is op dit gebied en dat ze de capaciteit heeft om de evaluatie te verrichten.

Het was op basis van dit meningverschil binnen de coalitie en het feit dat achteraf is gebleken dat de benoemingen al plaats hadden gevonden, dat de regering de RvA om advies heeft gevraagd over de interpretatie van de evaluatiebepaling in justitiële consensus-Rijkswetten ten aanzien van de evaluatiecommissie. De regering vraagt de RvA wat de juridisch correcte interpretatie is van de evaluatiebepaling zoals opgenomen in de consensus-Rijkswetten.

Daarbij vraagt de regering voornamelijk wat onder ‘de landen’ moet worden verstaan in de evaluatiebepaling van de consensus-Rijkswetten. Die luidt: “Onze ministers zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Rijkswet aan de vertegenwoordigende organen een evaluatieverslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze Rijkswet in de praktijk. Voorafgaande aan de evaluatie zullen de landen gezamenlijk de criteria, de thema’s en alsmede de samenstelling van de evaluatiecommissie vaststellen.”

De RvA stelt in haar advies dat uit het besluit van de ministers van Justitie van Aruba, Nederland, Curaçao en St. Maarten van 28 augustus jl. over de benoeming van leden van het presidium, tevens voorzitters, van de evaluatiecommissie justitiële consensus-Rijkswetten blijkt dat de voorzitters van de evaluatiecommissie al zijn benoemd. “Thans dienen nog, wat Curaçao betreft een lid en een plaatsvervangend lid te worden benoemd, conform het instellingsbesluit evaluatiecommissie justitiële Rijkswetten. Ook dit instellingsbesluit is rechtsgeldig tot stand gekomen aangezien er een besluit van de Koninkrijksministerraad aan ten grondslag ligt, in welk Rijksorgaan Curaçao wordt vertegenwoordigd door gevolmachtigde minister Marvelyne Wiels (PS).”

Ten aanzien hiervan is de RvA van oordeel dat ook al zou de interne beraadslaging en besluitvorming door de Raad van Ministers moeten hebben plaatsgehad over de criteria, de thema’s en de samenstelling waaronder de benoeming van de voorzitters van de evaluatiecommissie, dit achterhaald is, gezien de rechtsgeldige vaststelling en publicatie van het instellingsbesluit en het besluit van 28 augustus. Het instellingsbesluit is volgens de RvA rechtsgeldig omdat bij de onderlinge regelingen betrokken partijen erop hebben mogen vertrouwen dat de voor Curaçao in de evaluatiebepaling genoemde extern bevoegde minister, te weten de minister van Justitie Navarro, bij de besluitvorming hierover heeft gehandeld in overeenstemming met de interne regels ter zake van Curaçao. Maar zoals inmiddels blijkt heeft Navarro nagelaten dit te doen.

Uitvoering

Voor de uitvoering van de evaluatiebepaling verantwoordelijke ministers zijn de minister van Algemene Zaken, Asjes en de minister van Justitie, Navarro, in overeenstemming met de interne taakverdeling tussen de respectievelijke ministers zoals neergelegd in de Labo (Landsverordening ambtelijke bestuurlijke organisatie). De ministers dienen daarbij de besluitvorming door de Raad van Ministers in acht te nemen, aldus de RvA.

Bron: Amigoe
Dossier: Consensus Rijkswetten – en de strijd tegen de Rijkswetten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *