Amigoe | Troya-verdachten vrijgelaten

Troya-verdachten vrijgelaten

Troya-verdachten vrijgelaten onder voorwaarden

WILLEMSTAD — De voorlopige hechtenis van de Troya-verdachten Luis A.G.Z. (31, uit Venezuela) en Ravi M.B. (48, uit India) is onlangs door drie rechters van het hof geschorst. De mannen mochten onder diverse voorwaarden naar huis.

Zo mogen ze geen contact hebben met de familie Grynsztein, in het bijzonder Itzhak en Omer, en andere medeverdachten dan wel met getuigen in het algemeen.

Daarnaast moesten zij hun paspoort inleveren. Zij moeten dus beschikbaar blijven voor Justitie en moeten zich onder andere onthouden van het plegen van een ander misdrijf. Zoals bekend heeft de rechter-commissaris (RC) op 31 augustus de gevangenhouding van beide mannen bevolen. Hiertegen zijn hun advocaten Marije Vaders (van Z.) en Everett Wilsoe (van B.) op 3 augustus conform artikel 117 van het Wetboek van Strafvordering, in beroep gegaan. Uiteindelijk is het hen gelukt om hun cliënten vrij te krijgen, in afwachting van de behandeling van de zaak.

De drie rechters zijn anders dan de RC van oordeel dat de persoonlijke belangen van zowel Z. als B. zwaarder wegen dan het strafvorderlijk belang in deze zaak. Het hof merkte op dat de ernstige bezwaren die hebben geleid tot de voorlopige hechtenis van de verdachten nog altijd bestaan en de gronden daarvoor nog steeds aanwezig zijn. Echter, het onderzoek in deze zaak is nog lang niet klaar en het Openbaar Ministerie heeft geen zicht op de termijn waarbinnen de getuigen en medeverdachten (nader) gehoord kunnen worden.

Bedreigd

Advocaat Wilsoe pleitte voor de voorlopige vrijlating van zijn cliënt, aangezien hij onschuldig is en er dus geen bewijzen zijn tegen hem, maar ook omdat zijn leven gevaar loopt in de gevangenis. Hij wees op het feit dat sinds zijn cliënt opgesloten zit, hij al meerdere malen in de gevangenis is belaagd, afgeperst en bedreigd. Dit naar aanleiding van mediaberichten bij het begin van het onderzoek over een strafbaar geldcircuit van ongeveer 150 miljoen euro.

B. wordt verdacht van overtreding van de wet Toezicht Bank en Kredietwezen, overtreding van de regeling Deviezenverkeer, valsheid in geschrifte (of gebruikmaken van vals c.q. vervalst geschrift) en het witwassen van geld, in de periode van 1 januari 2010 tot en met 6 juli van dit jaar.

Dit terwijl vaststaat dat B. geen enkele bestuurlijke functie heeft in de vennootschap van familie Grynsztein noch hun aanverwante bedrijven, aldus Wilsoe. Uit een onderzoekje van de Amigoe bij het handelsregister blijkt dat hij wel directeur is van het bedrijf Caribbean Cell BV in Pietermaai, dat ook in verband met Troya eerder is binnengetreden voor onderzoek.

Volgens Wilsoe vindt B. het zeer stuitend dat het omvangrijke dossier een geheel onjuiste voorstelling van zaken omtrent zijn functioneren schept. Het dossier biedt onvoldoende concrete informatie met betrekking tot de beschuldigingen.

De RC heeft eind augustus ook al besloten om medeverdachte Sherwin O. (47) – beschuldigd van ‘gewoonte witwassen’ van ruim 11 miljoen dollar in de periode van 2010 tot 2015 – op verzoek van advocaat Vaders onder voorwaarden vrij te laten, maar verlengde de hechtenis van bovengenoemde verdachte met acht dagen. Ook de ondernemer Nachman Grynsztein werd eerder vrijgelaten. Dit betekent dat er momenteel op het eiland niemand vastzit in verband met deze zaak.


Cymbal

De aanhoudingen van de mannen vonden zoals bekend plaats middels een rechtshulpverzoek van het Nederlandse OM, dat met een onderzoek genaamd Cymbal is gestart. Het onderzoek Troya, naar diverse misdrijven gepleegd vanaf 2004 tot heden, waarbij onder meer de familie Grynsztein van Monterrey Group betrokken zou zijn, is dus van dat onderzoek afgeleid.

In de zaak Cymbal heeft de ING Bank volgens bronnen melding gemaakt van ongebruikelijke transacties vanaf de bankrekening van CPG Worldwide NV. De bestuurders van dit bedrijf is de familie Grynsztein, namelijk van Nachman en zonen Itzhak en Omer. Dat blijkt uit een onderzoekje via de Kamer van Koophandel. Verder blijkt dat dit bedrijf eerder ook ingeschreven stond in het Nederlandse handelsregister, maar inmiddels weer is uitgeschreven.

De transacties die verricht zijn via de bankrekening van dit bedrijf hebben nagenoeg alle betrekking op Venezolaanse valutatransacties verricht met Venezolaanse creditcards. Het dossier in deze zaak is dus gebaseerd op de handel in valutatransacties met Venezolaanse creditcards en dat de verdachten (familie Grynsztein) via een Duitse Payment Service Provider de zogenaamde pin-terminals verstrekt hebben gekregen. Deze pin-terminals zijn via Amsterdam naar Curaçao gebracht waarna er uitsluitend betalingen via die terminals werden verricht met de creditcards. Uiteindelijk hebben de Duitse autoriteiten een verzoek tot strafrechtelijke vervolging tegen Itzhak Grynsztein aan het landelijk Parket in Rotterdam gedaan.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *