Amigoe | Veterinaire Dienst druk met nieuw beleid

Door Amigoe verslaggever Anke Brunswijk-Vellenga

Veterinaire Dienst druk met nieuw beleid

Veterinaire Dienst druk met nieuw beleid

WILLEMSTAD — De Veterinaire Dienst is begin dit jaar gestart met een nieuw beleid. Het micro-biologisch onderzoek is uitgebreid en er vindt structurele controle plaats in het slachthuis op Parera. Ook wordt er nieuw personeel geworven en opgeleid. Kosten voor structureel testen van vlees zijn echter te hoog en dit wordt dus niet gedaan.

“Ons primaire doel is om voedingsmiddelen op een veilige manier naar de consument te brengen. Het produceren van voedsel wordt zeker gestimuleerd, maar dat moet wel goed gebeuren. Daarom moeten mensen worden geïnstrueerd, opgeleid en moet een controle ingebouwd worden”, vertelt Arnold Dwarkasing, hoofd van de Veterinaire Dienst. De dienst is nu een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur (GMN).

“We hebben het micro-biologisch onderzoek uitgebreid. Weliswaar zitten we nu even zonder analisten, maar we sturen steeds meer monsters naar het buitenland”, zegt Dwarkasing. Monsters worden vooral naar RIKLIT gestuurd, een onderdeel van de internationale kennisorganisatie Wageningen University & Research Centre. Het instituut is gespecialiseerd in de detectie, identificatie, functionaliteit en (mogelijk schadelijke) effectiviteit van stoffen in voedingsmiddelen en diervoeders.

In de twee slachthuizen die Curaçao kent, worden vooral varkens, geiten, schapen en runderen geslacht. Af en toe komt er een paard of een ezel voorbij. “Dat vlees wordt gekeurd door keurmeesters. Zij houden ook de omstandigheden van het slachten in de gaten, instrueren de gecertificeerde slagers, materialen moeten up to date zijn, schoonmaken gebeurt volgens een checklist en de opslag moet op een bepaalde temperatuur gebeuren”, legt Dwarkasing uit. Het slachthuis op Parera heeft de boel al voor elkaar, de slachterij op Barber is volgend jaar aan de beurt om onder handen genomen te worden. Minister Ben Whiteman (PS) van GMN laat weten dat er op dit moment vier nieuwe keurmeesters lokaal opgeleid worden in samenwerking met een Nederlands opleidingsinstituut. In de tweede module van hun opleiding zullen ze stage lopen in Nederland.

Ook bij de Technische Hygiënische Dienst worden vier nieuwe krachten geworven en opgeleid. Het is de bedoeling dat dit proces volgend jaar wordt herhaald. “We moeten niet meer wachten tot mensen met pensioen gaan, maar continuïteit van de instroom van jonge mensen houden. Daardoor zal er ook steeds meer controle komen”, aldus Whiteman.

Het tweede onderdeel waar de Veterinaire Dienst zich mee bezighoudt is de problematiek die in andere landen op het gebied van vleesproductie voorkomt, lokaal te onderzoeken. Daarop besloot de dienst varkensvlees te testen op antibiotica, trichinella en dioxine. De eerste twee stoffen zijn in geen van de genomen steekproeven gevonden. De dioxine werd bij zeventien van de achttien monsters geconstateerd, waarvan er vijf een ontoelaatbare hoge dosis bevatten. De lokale varkenshouders overschreden de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) met gemiddeld tussen de 1,1 en tot maximaal 3,0 pg (picogram) per gram vet. “De aangetroffen dioxinewaarden zijn niet zo schrikbarend, maar er moet wel wat aan gedaan worden. Op basis van onderzoek zullen wij aantonen dat het vlees veilig is om te eten”, aldus Dwarkasing.

Minister Whiteman besloot de dioxinebesmettingen van het varkensvlees niet aan de grote klok te hangen vanwege ‘de precaire financiële situatie’. Wel heeft hij de Animal Health Assistant de opdracht gegeven een plan op te stellen voor een nieuw systeem. “Waarbij varkenshouders bijvoorbeeld geadviseerd zullen worden de varkens te voeren op een betonnen vloer. En voer te gebruiken dat speciaal voor varkens gemaakt is, in plaats van afval”, zegt Whiteman. De enige Animal Health Assistant die Curaçao telt, is eigenlijk al met pensioen en zijn contract is al twee keer verlengd. Sinds 1 december is er een nieuwe kracht die met hem meeloopt en per januari start zijn opleiding in Guyana.

De Veterinaire Dienst wil doorgaan met het controleren van vlees, waarbij de focus vooral op varkensvlees zal blijven. “Hier en daar zullen er ook geiten en schapen getest worden. Curaçao is een eiland, dus de situatie is redelijk overzichtelijk op het gebied van veehouderij”, legt Dwarkasing uit. De dioxinebesmetting wordt door de dienst als een project gezien. “Zodra dit onder controle is, schakelen we over naar een eventueel ander probleem.”

Volgens het hoofd van de Veterinaire Dienst en minister Whiteman ligt het dioxineprobleem bij de varkenshouders. “Het komt vooral door de toestand waarin varkens gehouden worden. Veel varkenshouders geven hun varkens afval, dat ze van de grond moeten eten. Daarbij verbranden boeren hun afval en varkens gaan daarin spitten. Deze stijl moet veranderen”, zegt Whiteman. Hij geeft aan dat voor de bestaande varkenspopulatie de genomen maatregelen, afkeuring van vet, lever en nieren, van kracht blijft tot er een nieuwe, schone populatie is.

In afwachting van de prijsonderhandelingen met de leverancier van testen, gaat de Veterinaire Dienst door met de controle op dioxine in varkensvlees. “We hebben nu contact met veertien boeren, dat lijstje moet uitgebreid worden en per boer moet een test uitgevoerd worden. Het werkelijke probleem ligt bij de varkenshouders. We komen haast wekelijks tegen dat de varkens slecht gehouden worden. Ze worden niet goed behandeld. Bij de boeren draait het alleen maar om zoveel mogelijk geld verdienen. Maar nu is er bewijs dat het niet goed zit.”

De Veterinaire Dienst houdt morgenavond tussen vijf en zeven uur een bijeenkomst voor varkenshouders in de Kapel van de GGD.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *