Amigoe | Wetsontwerp ‘No Mas No More’ moet worden aangepast

Wetsontwerp ‘No Mas No More’ moet worden aangepast

Wettsontwerp waarbij aan pleger van huiselijk geweld tijdelijk huisverbod kan krijgen

WILLEMSTAD — De Raad van Advies (RvA) heeft de Staten een uitgebreid advies gestuurd over de initiatiefontwerplandsverordening tijdelijk huisverbod slachtoffers van huiselijk geweld en de invoering van een meldcode (Ordenansa No Mas No More).

De RvA adviseert de initiatiefnemers (Pais) middels de Statenvoorzitter om het ontwerp aan te passen en ook om advies in te winnen van derden, zoals het hof.

De RvA heeft het ontwerp, dat afgelopen december bij de Staten is ingediend, half januari ontvangen voor bestudering en heeft hierna het advies afgelopen woensdag bij de Staten ingediend.

Met het wetsontwerp wordt beoogd om een wettelijke maatregel in te voeren waarbij, kort gezegd, aan de pleger van huiselijk geweld een tijdelijk huisverbod kan worden opgelegd. Dat geldt ook wanneer er een ernstig vermoeden bestaat dat een persoon huiselijk geweld zal plegen. Het doel hiervan is om het slachtoffer te beschermen, maar ook om de pleger zover te krijgen dat hij de noodzakelijke hulp van deskundigen aanvaardt.

Volgens de memorie van toelichting is de hulpverlening cruciaal in het hele traject rondom huiselijk geweld en moet de hulpverlening goed georganiseerd zijn. Slachtoffers moeten hulp en bijstand kunnen vragen van professionele organisaties. De Raad is van oordeel dat op korte termijn het nodige gedaan en geregeld dient te worden ten aanzien van de hulpverlening op dit gebied, wil er sprake kunnen zijn van een effectieve bestrijding van het huiselijk geweld.

Ter realisering van een effectieve bestrijding van het huiselijk geweld is het gewenst om onder meer relevante verdragsbepalingen in beschouwing te nemen, zoals die in het Verdrag inzake de rechten van het kind. Geconcludeerd kan worden dat op dit moment niet volledig voldaan wordt aan de verplichtingen zoals daarin neergelegd. De RvA is dan ook er (nog) niet van overtuigd dat met het vaststellen van de onderhavige Landsverordening ter voorkoming van huiselijk geweld, de rechten van kinderen voldoende in acht genomen zullen worden. Het is van belang dat de regering alsnog het nodige doet ter voldoening aan artikel 19 van dat verdrag, dat kort gezegd stelt dat lidstaten verplicht zijn om alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen te nemen, alsmede maatregelen op sociaal en opvoedkundig gebied, om kinderen te beschermen.

Verder oordeelt de Raad dat voor het effectief kunnen toepassen van de wet, de hulpverleningsorganisaties beter geëquipeerd, georganiseerd en opgeleid dienen te zijn. Ook moet er zicht zijn op het werkelijk aantal gevallen van huiselijk geweld die al dan niet tot het opleggen van een tijdelijk huisverbod zouden kunnen leiden. In dit verband dient kennis vergaard te worden over de relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot het bewuste onderwerp.

Daarnaast moet ook het nodige onderzoek verricht worden, ter vaststelling of en zo ja op welke wijze overheidsinterventie via (aanvullende) wetgeving gericht op het tegengaan van huiselijk geweld, noodzakelijk is. “Bij een eventuele overheidsinterventie dienen de diverse mogelijkheden zorgvuldig tegen elkaar te worden afgewogen om uiteindelijk tot een integrale aanpak van huiselijk geweld te komen. Daarbij dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de randvoorwaarden voor een effectieve uitvoering door alle betrokken actoren.”

 

Vervolg op pagina 2

Vervolg van pagina 1

 

De RvA vraagt ook aandacht voor artikel 16 van het ontwerp, waarin de initiatiefnemers beogen dat het mogelijk wordt gemaakt dat een uit huis geplaatste die het tijdelijk huisverbod heeft overtreden, in voorlopige hechtenis kan worden gesteld. In genoemd artikel wordt immers artikel 100 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing verklaard op het tijdelijk huisverbod. Dit is echter volgens de Raad niet de geëigende weg om het doel te bereiken. In artikel 100 wordt immers limitatief opgesomd in welke gevallen voorlopige hechtenis mogelijk is. Daarin komt de ‘Landsverordening tijdelijk huisverbod en invoering meldcode (Ordenansa No Mas, No More)’ thans niet voor. Om deze reden kan het opleggen van een voorlopige hechtenis voor het overtreden van het tijdelijk huisverbod alleen mogelijk worden gemaakt, indien artikel 100 gewijzigd wordt.

Verder adviseert de Raad om een financiële paragraaf op te laten nemen waaruit de cijfermatige consequenties van het initiatiefontwerp zullen blijken. Ook adviezen van derden, met name van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, St. Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba, is essentieel voordat over wordt gegaan tot goedkeuring van de wet.

Daarnaast had de Raad enkele inhoudelijke opmerkingen over onder meer de gebruikte termen, begrippen, (onder)mandaat en machtiging voor het opleggen van een tijdelijk huisverbod. Conclusie: het wetsontwerp dient te worden aangepast.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *