Amigoe | Wrakingsverzoek tegen rechter inzake Oostpunt afgewezen

Wrakingsverzoek tegen rechter inzake Oostpunt afgewezen

Wrakingsverzoek tegen rechter inzake Oostpunt afgewezen

WILLEMSTAD — Raadsman Achim Henriquez – die in totaal vijf organisaties en een particulier vertegenwoordigt inzake Oostpunt – heeft vanochtend een wrakingsverzoek ingediend tegen LAR-rechter Nicole Martinez.

Dit verzoek is door het hof afgewezen. Vanochtend stond de zitting, de ‘gevoegde’ behandeling van de zes partijen die Henriquez vertegenwoordigt en die van Stichting Carmabi, die zich bezighoudt met natuureducatie, onderzoek en natuurbeheer, gepland, die na de afwijzing van het wrakingsverzoek dan ook later van start ging.

Henriquez gaf aan dat rechter Martinez een ‘schijn van partijdigheid over zich had afgeroepen’ door eerdere verzoeken van het Land en derdenbelanghebbenden voor uitstel van de zitting te honoreren en die van de eisende partijen niet. Dit ondanks een ‘gemotiveerd inhoudelijk betoog’ om uitstel. De eisende partijen menen dat de stukken die de overheid conform een recent vonnis openbaar dient te maken, pas een gelijke strijd kunnen opleveren.

Het hof kon zich in de uiteenzetting van Henriquez niet vinden en wees het wrakingsverzoek af. Rechter Martinez: “Ik vond de toon in de mailwisselingen in aanloop naar de zitting ongepast en vond het daarom van belang dat de partijen bijeen zouden komen, elkaar recht in de ogen zouden kijken om te bepalen ze hoe verder moeten.”

Zoals uitvoerig belicht hebben Carmabi, de organisaties Amigu di Tera, Fundashon Pro Monumento (ProMo), Curaçao Footprint Foundation, Green Force, Defensa Ambiental en particulier Adriaan van der Hoeven een LAR-bodemprocedure aangespannen tegen het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP) met betrekking tot een bestemmingswijziging van de gronden van Oostpunt die eigendom van de familie Maal zijn. De rechtszaken hebben te maken met het voornemen van het ministerie om conform de door het ministerie reeds geformuleerde concept-Landsverordening, tot bestemmingswijziging te komen om zo ontwikkeling van Oostpunt mogelijk te maken.

Voor het te perse gaan van deze krant was de zitting dan ook nog volop bezig, waarbij Martinez zich boog over het vraagstuk ‘of zij als bestuursrechter conform de Landsverordening Administratieve Rechtspraak (LAR) en artikel 3, bevoegd is in de zaak een oordeel te vellen en of het verzoek om uitstel van de zitting van de zeven partijen, überhaupt ontvankelijk is’. Omdat de verweerder, het VVRP-ministerie, zich op het standpunt heeft gesteld dat een brief van het ministerie gericht aan Carmabi, gedateerd op 26 augustus 2014, ‘niet als een beschikking kan worden gezien’, hiermee aan artikel 3 van de LAR niet voldaan wordt, de rechter in dezen niet bevoegd zou zijn.

De erven-Maal, die zich als derdenbelanghebbende in de zaak hebben gevoegd, en die door de advocaten van HBN Law, Robert Blaauw en Marcha Woudstra, vertegenwoordigd worden, zouden zich achter het standpunt van het Land scharen.

Martinez gaf de eisende partijen volop de gelegenheid om aan te geven of zij menen dat er sprake was van een ‘fictieve weigering door de overheid om te beschikken’ of dat er sprake is van ‘een inhoudelijke weigering op hun ingediende bezwaren/zienswijzen’. De keuze hierin zou volgens de rechter verder bepalend zijn om tot een oordeel te komen of de partijen in hun verzoeken ontvankelijk zijn. Zoals bekend hebben voornoemde partijen, ieder een zogenoemde ‘zienswijze’ tegen de plannen van de overheid ingediend.

Dit omdat de overheid in het gehele traject afweek van de gebruikelijke bezwaar- en beroepprocedure conform de Eilandsverordening Ruimtelijke Ontwikkelingsplanning Curaçao (EROC), na 10-10-‘10 overgeheveld naar het Land en nu aangeduid als LROC.

Nog openbaar maken

Carmabi-advocate Sandra in ’t Veld stelde zich op het standpunt dat er sprake is van een ‘inhoudelijke weigering ofwel een beschikking’. Henriquez meende dat in het geval van zijn cliënten er sprake is van een ‘fictieve weigering’ omdat VVRP geen beschikking (antwoord op de zienswijzen, red.) had gegeven.

De rechter heeft zich rond 11.00 uur teruggetrokken om te beraadslagen over het verzoek van Carmabi en de overige partijen om uitstel van de zitting. De rode draad in de uiteenzettingen van de eisers is dat alle relevante stukken die de overheid conform het vonnis van het hof van 8 april jl., nog openbaar gemaakt moeten worden en dat deze stukken nog niet binnen zijn.

Aangezien VVRP nog tot en met vrijdag de tijd heeft alvorens de dwangsom van 2000 gulden per dag tot een maximaal bedrag van 60.000 gulden ingaat, menen de partijen dat er sprake is van een ongelijke strijd. Dit aangezien ‘de verweerders wel inzage hebben gehad in alle stukken’.

Het VVRP-ministerie, vertegenwoordigd door raadsmam Arndt van Hoof, meende hierop dat de opgevraagde stukken geen relevantie hebben met betrekking tot de vraag of er sprake is van een beschikking conform artikel 3. Blaauw: “De overheid heeft het traject conform de wet doorlopen en geen beschikking gegeven.”

De rechter besloot hierop dat het verzoek om uitstel van de zitting, door de eisende partijen, is afgewezen. De zitting zou zich vervolgens toespitsen op de vraag ‘wel of niet ontvankelijk’. “Als ik hierin geen bevoegdheid heb kan men zich tot de civiele rechter wenden. Mocht de conclusie zijn dat er bevoegdheid is, dan zal een nadere datum worden ingepland voor een vervolgzitting en zal men in de tussentijd reeds in het bezit zijn van de opgevraagde stukken van VVRP”, aldus de rechter.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *