Antillen, een blok aan het been

Voormalige Nederlandse Antillen

Voormalige Nederlandse Antillen

De toestand in het openbaar bestuur op St. Maarten is „ontluisterend”. Er is sprake van „bederf in alle lagen”. Aldus de minister van Koninkrijksrelaties Ronald Plasterk (PvdA) gisteren. Waarna hij aankondigde extra marechaussees te sturen, meer mankracht voor het Openbaar Ministerie te vinden en een Toezichthouder voor de integriteit in te stellen. Kennelijk is de toestand zeer ernstig.

Is er sprake van een neerwaartse spiraal in het Caraïbische deel van het Koninkrijk? Is de in 2010 gekozen vorm, met drie eilanden als ‘gemeente’ en drie als autonoom land nog wel houdbaar? De crisis op St. Maarten lijkt geen incident en werpt staatkundige en dus structurele vragen op.

Deze maand vier jaar geleden werd er voor gekozen om St. Maarten, evenals Curaçao, als ‘autonoom land’, juist meer verantwoordelijkheid te geven. Naar het voorbeeld van Aruba, dat die aparte status behield. Saba, St. Eustatius en Bonaire gingen juist verder als gemeente, dichter naar Nederland dus. Den Haag saneerde intussen de Antilliaanse overheidsfinanciën en nam hoge schulden over.

Maar in 2010 was het al de vraag of de doorstart van de Antillen in het nieuwe Statuut zou gaan werken. En zo niet, wat zou dan de volgende stap moeten zijn? Over een jaar wordt het Statuut geëvalueerd. Maar het ziet er niet goed uit. Of er in 2015 veel keus is om het echt anders te gaan doen, is overigens de vraag. Washington ziet Nederland graag fungeren als waarborg en bondgenoot tegen de drugshandel in de regio. Jegens de bevolking heeft Nederland als oud-kolonisator ook historische verantwoordelijkheden.

De hervorming van het Statuut voor het Koninkrijk betekende in 2010 al dat het concept ‘Nederlandse Antillen’ staatkundig mislukt was. Onderling was er geen cohesie en de politieke band met Nederland was, zacht gezegd, gespannen. Sinds 2010 heeft ieder ‘autonoom land’ al een crisis beleefd die de rijksministerraad, waarin Nederland de hoofdrol speelt, tot actie heeft gedwongen.

De autonome landen leken zich (verder) te ontplooien als kameradenrepublieken, waar corruptie, doorgestoken verkiezingen en eigenbelang (letterlijk) regeerden. Het rapport dat over St. Maarten verscheen is de facto een plattegrond van een bananenrepubliek. Wie er een vergunning nodig heeft, die belt de minister, zo gaf Plasterk toe. Over de volle breedte van het openbaar bestuur is er geen transparantie, geen verantwoording en geen controle.

Nederland staat hier dus voor een enorme klus. Tenzij St. Maarten snel orde op zaken stelt met een zakenkabinet of een interim-regering, rest Den Haag uiteindelijk weinig keus. Curatele, een bewindvoerder, direct bestuur. De Antillen blijven een blok aan het been.

Bron: NRC Handelsblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *