Antilliaans Dagblad: 2010 een bewogen en bijzonder jaar

Curaçao sluit een bewogen en bijzonder 2010 af. Twee zwaarbevochten verkiezingen, oppositie en coalitie die stuivertje wisselen, en dit vrijwel gelijktijdig met het verwerven van de status van autonoom land binnen het Koninkrijk.

Terwijl de rest van de wereld probeert een hardnekkige crisis te boven te komen, is Curaçao het afgelopen jaar van de financiële ondergang gered met een forse schuldsanering door Nederland.

Voor het eerst sinds heel veel jaren heeft Curaçao weer een sluitende begroting. De rente is ongekend laag, evenals de inflatie en de economie trekt geleidelijk aan. Het eiland kreeg dit jaar ook te maken met een nieuw (export)product – goed voor toerisme en imago – met het professioneel opgezette Curaçao North Sea Jazz, waarmee Curaçao aantoonde met hulp van buitenaf tot grote daden in staat te zijn.

Toch staat het eiland voor grote uitdagingen. Zo blijkt dat volgens het Tourism Masterplan het aantal bezoekers de komende jaren moet verdubbelen om de kamers redelijk bezet te houden, maar met alle consequenties van dien voor arbeidsmarkt, openbare infrastructuur en milieu.

Over milieu gesproken, een fundamentele beslissing is vereist over de toekomst van de Isla-raffinaderij – waarbij het uitgangspunt (steeds meer) de volksgezondheid dient te zijn. Dat vraagstuk wordt niet opgelost door een referendum onder de bevolking te houden, daar is de materie te complex voor en dat riekt naar weglopen voor bestuurdersverantwoordelijkheid, maar door nu echt eerst alle strategische voor- en nadelen van behoud, sluiting of verhuizing op een rij te zetten.

Voor grote, peperdure en meerjarige investeringen in toeristische industrie en sectoren van de samenleving te plegen, is vooral vertrouwen nodig. De basisvoorwaarden daarvoor zijn gecreëerd met gezonde overheidsfinanciën en een economie in de plus.

Maar de weinig transparante wijze waarop tot nu toe wordt geregeerd draagt bepaald niet bij tot meer vertrouwen. Vooral de screening en de schofferende wijze waarop is omgegaan met de Veiligheidsdienst VDC (én de gouverneur) is een smet op de start van het nieuwe land Curaçao.

En nóg weet de bevolking niet wat de inhoudelijke uitkomst is van de screening en welke ‘voorzieningen’ zijn getroffen ten aanzien van bepaalde ministers. En met de VDC en twee rechtszaken verder, lijkt het erop dat iedereen jokt – zelfs de Commissie van Toezicht met daarin de Hofpresident of een door haar aangewezen persoon – behalve de premier en de minister van Justitie.

Zo willen zij tenminste doen voorkomen. Daarmee wordt getornd aan de rechtsorde. Over een paar weken zit het kabinet 100 dagen. Het eerste moment om haar output te evalueren.

Heel veel heeft de regering niet laten zien. Zo is het nog steeds wachten op het regeerprogramma, waarmee het beleid zichtbaar moet worden. De begroting 2011 is nog voornamelijk een begroting van de vorige coalitie. Wat wel zichtbaar is geworden is dat partijleider Helmin Wiels van regeringspartij PS vanuit de Statenbankjes het kabinet aanstuurt en er regelmatig ongenadigd – en niet zelden ongenuanceerd – ervan langs geeft.

Waaronder ministers van zijn eigen partij zoals René Rosalia, die al enkele keren ‘opdrachten’ kreeg.

Maar ook Charles Cooper (MAN) kreeg keihard op z’n donder wegens vermeend corrupt gedrag.

Zelfs premier Gerrit Schotte (MFK) kreeg indirect te horen dat zijn door hemzelf geprezen wijkplan ‘Plan Nashonal pa Desaroyá Bario’ oud en achterhaald zou zijn.

En MFK-minister George ‘Jorge’ Jamaloodin van Financiën heeft volgens Wiels een ondeugdelijk belastingplan ingediend, opgesteld door ‘PAR-adviseurs’.

Hoewel verhoging van belastingen nooit gewenst is, ontkomt Curaçao er niet aan een verschuiving van de directe belastingen naar indirecte belastingen (omzetbelasting) door te voeren. Wat dat betreft bevat het belastingplan juist veel goede elementen, zeker als verhoging van de OB gepaard gaat met verlaging van de loon- en winstbelasting en stijging van de koopkracht door het opvoeren van de compliance.

Als er al een moment is om dit toe te passen is dat nu wel, omdat de overheidsfinanciën in orde zijn. Maar tegelijk is waakzaamheid geboden, om de ‘gezonde startpositie’ niet in de waagschaal te leggen.

Rest nog de wens van deze krant en van vele anderen dat de politieke toon op Curaçao – zowel tussen politici onderling als van politici richting burgers en organisaties – een stuk gematigder en minder vijandig en haatzaaiend wordt. Bon Aña Nobo!

 

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *