Antilliaanse gulden steeds kwetsbaarder

 

Willemstad – ‘Antillean Guilder Increasingly Vulnerable’, kopt de juni-editie van de Economic Outlook van Latinamericamonitor. com boven een artikel van Business Monitor International (BMI) over de munt van Curaçao en Sint Maarten.

De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) waarschuwt al tijden voor de risico’s van het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans. De maatregelen die de CBCS nam om dit tekort en daarmee het verlies aan deviezen in te dammen, zijn volgens BMI ‘onvoldoende’ om een oplossing voor de lange termijn te bieden.

,,De zwakke positie van de betalingsbalans, in combinatie met de kans op opsplitsing van de CBCS, roept serieuze vragen op.”

Het bericht windt er geen doekjes om. Op één A-4 wordt kernachtig duidelijk gemaakt dat zo doorgaan geen optie is; dat wat tot nu toe is gedaan hooguit ‘symptoombestrijding’ is, maar dat de werkelijke, onderliggende oorzaken hiermee niet worden weggenomen.

,,Hoewel we niet geloven dat een geforceerde herwaardering van de Antilliaanse gulden dreigt, menen wij dat de munt in toenemende mate kwetsbaar is. Tenzij er significante structurele veranderingen worden doorgevoerd om de druk op de lopende rekening weg te nemen, zullen de twee landen te maken krijgen met pijnlijke aanpassingen op termijn.”

Meer import dan export

Een tekort op de lopende rekening betekent dat er meer wordt geïmporteerd dan geëxporteerd. De invoer is fors toegenomen, als gevolg van hogere (internationale) prijzen, maar ook door de overliquiditeit van de lokale banken die de groei van het consumptief krediet (verder)aanzwengelt.

Maar de uitvoer van voornamelijk diensten blijft achter; zo maakt(e) het toerisme ‘moeilijke tijden’ door, aldus BMI, mede als gevolg van de internationale financiële crises.

De CBC schroefde het verplichte reservepercentage op van 7,75 procent in september 2011 naar 10,75 procent in januari 2012 (het percentage dat de commerciële banken verplicht en renteloos aanhouden bij de Centrale Bank, red.) en sinds maart geldt voor zes maanden een bevriezing van het consumptief krediet. Maar toch is dit niet voldoende. Om de overliquiditeit terug te dringen is het volgens BMI ook nodig om lokale financiële instellingen meer de ruimte te bieden hun gelden in het buitenland te beleggen.

Het tekort op de lopende rekening verslechterde in rap tempo van 16,4 procent van het bruto binnenlands product (BPP) naar 25,2 procent in 2011 en, ondanks de maatregelen, toch nog 24,2 procent in 2012. De deviezenreserves bedroegen in februari 2012 zo’n 2,1 miljard gulden tegen nog 2,8 miljard in december 2010, terwijl deze deviezenvoorraad hiermee nauwelijks groter is dan het geschatte tekort op de lopende rekening van 1,7 miljard. Het zijn echter niet alleen deze cijfers, maar ook de politieke discussie over het behoud van de monetaire unie tussen Curaçao en Sint Maarten, die volgens BMI de gulden onder druk zetten.

Dit kan het ‘vertrouwen van het publiek in de huidige monetaire autoriteit ondermijnen’. BMI wijst er tevens op dat de Nederlandse regering zo’n opsplitsing zonder haar instemming niet zal goedkeuren. Ten aanzien van Nederland wordt ook opgemerkt dat er een terugval zal komen van de kapitaalstromen vanuit dit land, met alle gevolgen van dien voor de externe financiering die grotendeels is ‘opgedroogd’, terwijl de buitenlandse directe investeringen als gevolg van de internationale macro-economische omgeving is teruggevallen.

Bron: Antiliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *