Aruba | Independencia

Column Renée van Aller en John de Vries

Plakkaat van Verlatinghe

Plakkaat van Verlatinghe

Het Plakkaat van Verlatinghe, ook wel de Acte van Verlatinghe of akte van afzwering genoemd, werd ondertekend in Den Haag op 26 juli 1581. De 17 Nederlandse provinciën zette de Spaanse Filips II af als hun heerser. De Nederlanden verklaarden zich onafhankelijkheid van Spanje. Een zekere M.H.B. schreef hierover in de Diario van 15 augustus 2002. Hij dacht dat in een referendum de bevolking zich zou kunnen uitspreken over de verhoging van de salarissen van hun bestuurders in tijden van stijgende overheidsschulden, tekortschietend bestuur en corruptie. Ook wordt gelamenteerd over een stempelparlement in plaats van een parlement dat de noodzakelijke en wettelijke controles uitoefent op de regering. Thans wenst Nederland het Plakkaat te doen herrijzen, maar in omgekeerde volgorde. De Caribische delen van het Koninkrijk moeten wéér onafhankelijk worden, gezien het consequent schulden maken en ondeugdelijk besturen. In sommige gevallen verdwenen overheidsgelden naar ‘friends & family’. Willen wij een dergelijk bestuur? Neen, maar wél als we er zelf voordeel van hebben.

De band met Nederland
In juni 2013 kwam het boek “Mijn droom voor ons land” uit. Het was een inspiratie voor de nieuwe koning, gemaakt door inwoners van het Koninkrijk. Het boek is hoofdzakelijk gericht op Nederland. Het Koninkrijk bestaat net 200 jaar en ook de Caribische Koninkrijksdelen behoren toch evenzeer tot dat Koninkrijk? Met enige verbeeldingskracht kan uit het verblindend vormgegeven boekwerk worden afgeleid dat de nieuwe vorst (inter)nationaal een verbindende schakel vormt. Florian Franken (1991) zegt op bladzijde 43 dat er een sterkere band met de Cariben moet komen. Wij durven wel groots te dromen, maar wat doen onze politici? Een frisse wind waait, richting opheffing Koninkrijk. Genoeg politici in de West zijn die opvatting ook toegedaan, maar op andere gronden. In Curaçao, Sint Maarten en Aruba zijn genoeg wijze mannen die zeker weten dat het op eigen kracht veel beter gaat. Nu leert de praktijk dat we vaak vooraf iets zeker weten. Die meningen veranderen echter achteraf frequent fundamenteel, als de gevolgen van ons handelen toch niet positief blijken.

“Juist in een tijd waarin de waarheid zo gemakkelijk verkaveld wordt, waarin iedereen zijn eigen gedachten heeft over ‘de ware toedracht’ van zo ongeveer alles, verwacht je van de overheid helderheid en precisie,”

zegt Bas Heijne in het NRC Handelsblad van 11 oktober 2014. Soms doet de Nederlandse overheid dat. De Arubaanse overheid munt uit door wenselijk woordmanagement. De juiste woorden zijn nodig om besluiten met vreselijke gevolgen niet vreselijk te laten klinken, zegt Sheila Sitalsing in de Volkskrant van 13 oktober 2014. Het nieuwe kantoor van de koning bestaat uit twee containertjes, meldde premier Rutte consequent in het debat over de oplopende kosten van het Koninklijk Huis, vorige week.

“In de politiek zijn de juiste woorden essentieel om de eigen versie van de waarheid geloofwaardig te verkopen. Zo wordt het woord mens zelden gebruikt door de ambtenaren die over vreemdelingenzaken gaan.”

In het Koninkrijk kunnen we dus nog veel meer onbestemde uitspraken verwachten, vergezeld door fraaie bijvoeglijke naamwoorden die coaguleren in voortschrijdende mistige meldingen.

Gratis geld gevaarlijk
Als minister Dijsselbloem van Financiën voor tien jaar geld wil lenen, kost hem dat nu maar 1%. Bij het plaatsen van leningen van minder dan een jaar, krijgt de Staat zelfs geld toe”, stelde het Financieele Dagblad op 11 oktober 2014.

“Het Agentschap van Financiën dat voor de Staat geld leent heeft zich altijd verre gehouden van speculaties op rentebewegingen. De Staat kan zich niet veroorloven bij een dalende rente altijd kort te financieren en bij een stijgende rente altijd lang te financieren. Het dilemma is goed te vergelijken met de huizenkoper die moet kiezen tussen een wisselende rente aan de ene kant, of dertig jaar vast aan de andere kant. Net als de meeste huizenkopers zit de Nederlandse Staat in het midden.”

Aruba moet dus voorzichtig zijn om nu goedkoop en veel te lenen. Al dat geleende geld moet met rente terugbetaald worden. De rentebetalingen drukken nu al te zwaar op de begroting. De Curaçaose premier riep ter gelegenheid van de vierde verjaardag van het autonome land Curaçao op tot eenheid om het eiland vooruit te helpen. Daarbij is noodzakelijk dat onze politici het algemeen belang niet uit het oog verliezen en corruptie en misbruik van bevoegdheden voorkomen en consequent bestraffen. Pais-leider Rosario meldde dat velen meenden dat als Curaçao op eigen benen stond en de schulden gesaneerd waren, het daarna automatisch beter zou gaan. Premier Henny Eman zei in 1986 dat de status aparte zou voorkomen dat er ooit nog overheidsschulden zouden zijn. De Amigoe van 12 oktober 1994 berichtte dat minister Voorhoeve van Koninkrijkszaken en Defensie in oktober 1994 een kennismakingsbezoek bracht aan de Nederlandse Antillen en Aruba. Daarbij werden ook de eerdere afspraken besproken, gemaakt met minister Hirsch Ballin. Die gingenl over sanering van de schuldenlast van Aruba en de Nederlandse Antillen. Premier Henny Eman meende dat kwijtschelding van sommige schulden een adequate oplossing bood. Thans blijkt dat de Arubaanse overheidsschuld de hoogste is in het Koninkrijk.

Paradijs of propaganda?
Uit de pers blijkt dat de onvrede van burgers over het doen en laten van politici de afgelopen tijd toenam. Politici zijn zakkenvullers, daarom klitten plucheplakkers aan hun zetels, vindt men. Bij veel mensen bestaat een hardnekkig beeld van een geprivilegieerde politieke elite. Velen leggen politici langs de morele meetlat en verwachten dat zij altijd het goede voorbeeld geven.

“Politici dienen zich te gedragen als moderne heiligen en worden verfoeid als zij ruziemaken of moddergooien”,

zegt Claartje Brons in het NRC van 10 oktober 2014.

“Het is de vraag of politici en politieke partijen zich voldoende bewust zijn van het morele karakter van de continue beoordeling van hun burgers. In hoeverre kennen zij de ethische opvattingen van burgers over hun beroepsgroep? Houden ze er rekening mee, bijvoorbeeld in hun politieke communicatie of bij het werven en trainen van politici? En hoe gaan zij om met de privileges, verantwoordelijkheden en morele dilemma’s die onlosmakelijk aan hun positie verbonden zijn?”

Een koninkrijk van gelukkige families, zoals Eugenia Ingrid Werleman (1955) uit Aruba optekent op pagina 43 van “Mijn droom voor ons land,” lijkt vooralsnog een hersenschim. Dat geldt ook voor de wens van de Arubaanse Marjorie Vermeer-Luidens (1949). Zij wenst dat elke Arubaanse burger zijn rechten en plichten kent en zo van verdeeldheid tot saamhorigheid groeit. De Arubaanse regering kan dit alsnog waarmaken.

©2014 Renée van Aller en John de Vries

Renée van Aller en John de Vries schrijven hun artikelen vanuit een veelzijdige vakkundigheid voor de Knipselkrant Curaçao en de Amigoe. Op alle artikelen ligt het copyright bij zowel de Knipselkrant Curaçao en Amigoe als de Auteurs.

Publicatie door: Knipselkrant Curaçao © 2010-2014

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *