Aruba | Staatsschuld

Column Renée van Aller en John de Vries

Bluf?

Staatschuld

De overheid heeft drie manieren om aan geld te komen.
1. Belastingen en premies – zoals inkomsten- en vermogensbelasting, premies sociale lasten verzekeringen, belasting toegevoegde waarde (BTW), belastingen en accijns op energie, alcohol, en dergelijke.
2. Staatsleningen – hoofdzakelijk door middel van staatsobligaties.
3. Geldcreatie – uit het niets door creatie van schulden.

Als een overheid meer geld uitgeeft dan zij ontvangt aan belastingen noemt men het verschil het ‘begrotingstekort’. Wanneer meer geld binnenkomt dan wordt uitgegeven wordt dit verschil het ‘begrotingsoverschot’ genoemd. Overschotten zijn in het Koninkrijk zeldzaam. Normaal gespro-ken geeft de overheid meer geld uit dan binnen komt. Het verschil wordt geleend. Het gevolg is dat de staatsschuld stijgt. De Nederlandse staatsschuld stijgt met € 1000,- per seconde. In 2015 stijgt de overheidsschuld naar € 500 miljard (bron: destaatsschuldmeter.nl).

Van wie leent de overheid?
Bij voorkeur leent de overheid op de financiële markten – bij pensioenfondsen en verzekeringmaatschappijen. Deze instellingen lenen geld aan de overheid door staatsobligaties te kopen die de overheid voor dit doel uitgeeft. Vele instellingen kiezen hiervoor, omdat er bij staatsobligaties tot voor kort nauwelijks sprake was van een risico.

De overheden in het Koninkrijk hebben meestal aan hun betalingsverplichtingen voldaan en het is niet waarschijnlijk dat zij zich aan die verplichtingen onttrekken. De staat heeft immers altijd de mogelijkheid om door het heffen van belastingen aan voldoende middelen te komen. Door de lage rente zijn deze investeringen risicodragend geworden

Is het mogelijk de staatsschuld te verlagen?
Nominaal gezien is de staatsschuld hoger dan ooit. De overheid zegt wel de staatsschuld te willen verlagen, maar in werkelijkheid neemt deze alleen maar toe. Zelfs wanneer die groei ooit zou stoppen, dan nog zal de belastingbetaler ongeveer 10,1 miljard euro per jaar, ofwel € 27,67 miljoen per dag, aan rente moeten ophoesten om die schuld gelijk te houden (bron: Miljoe-nennota 2013).

Binnen het huidige monetaire systeem is het hoogst onwaarschijnlijk dat de overheid de staatsschuld kan verlagen. Hoe kan die schuld worden afbetaald? De overheid zou dan de rentelast op de staatsschuld niet meer moeten lenen op de financiële markten maar uit de belastingopbrengsten halen. Rentebetalingen op de staatsschuld bedragen over 2015 € 10,4 miljoen.

Als de overheid de rente niet meer wil lenen, dan moet er voor € 10,4 miljoen aan extra belastingen worden geheven. Dit zou betekenen dat de BTW met meer dan een kwart zou moeten worden verhoogd (6% wordt 7,5% of meer en 21% wordt 26% of meer).

Als alternatief kan de overheid ook fors snijden in de kosten. Waarschijnlijk heeft dit dan dezelfde effecten als het verhogen van de belastingen. Tijdens een recessie verlagen veel mensen hun uitgaven. Als de overheid gelijktijdig in de uitgaven snoeit, dan leidt dat tot een catastrofale daling van de vraag.

Dit verlaagt dan over de hele linie omzetten en dus ook de belastingopbrengsten. In een onderzoek in 2010, door Victoria Chick en Ann Pettifor uit het Verenigd Koninkrijk (VK) getiteld ‘The Economic Consequences of Mr Osborne’, onderzochten de auteurs acht periodes van vermindering van overheidsuitgaven (consolidatie).

Zij concludeerden dat “vermindering van de rijksbegroting niet leidde tot verbeterde overheidsfinanciën. Dit geldt voor alle onderzochte periodes, behalve bij de consolidatie na het einde van de Tweede Wereldoorlog.”

Het verlagen van de overheidsuitgaven en het verhogen van belastingen zal vermoedelijk leiden tot een daling van belastingopbrengsten. Dat leidt weer tot meer lastenverzwaringen. Hebben burgers hoge schulden – zoals in Nederland – dan dreigt deflatie (vraaguitval en schuldverhoging).

Is het wenselijk om de staatsschuld te verlagen?

Door verlaging van de staatsschuld lijkt het of de overheid meer middelen beschikbaar krijgt voor de uitvoering van haar kerntaken. Een hoge staatsschuld is problematisch om de volgende redenen.

  • Staatsobligaties moeten concurreren met beleggingen in de private sector om geld binnen te krijgen. Staatsleningen onttrekken veel geld aan de private sector. Dan moet de private sector de rentepercentages verhogen om aantrekkelijker te worden voor beleggers.
  • Burgers gaan meer sparen en minder uitgeven in de verwachting van een toename van toekomstige belastingverhogingen (voor het aflossen van de staatsschuld).
  • De stijgende staatsschuld kan ongewenste bijwerkingen hebben op de rente en wisselkoersen.

Een overmatig hoge staatsschuld kan leiden tot een nationale schuldencrisis, zoals in Griekenland en andere landen in de Eurozone. Sommige landen behielden de controle over hun eigen munt. De Nationale Bank heeft dan het recht geld te drukken, zoals het VK, de VS, Japan en Denemarken.

De landen in de Eurozone hebben die mogelijkheid niet. De landen met een eigen munt hebben twee opties. Een land kan failliet gaan vanwege de staatsschuld. Een land kan ook kiezen voor het eenvoudig geld bijdrukken om alle schulden af te lossen.

Leidt dit drukken van geld tot een significante inflatie, dan reduceert dat de werkelijke waarde van de schuld. Dat betekent feitelijk een verborgen faillissement. De houders van de schuldbewijzen krijgen dan minder in waarde uitbetaald dan zij oorspronkelijk investeerden.

Het is belangrijk om te onderkennen wat de positieve effecten zijn van enige vorm van staatsschuld.

  1. Een staatsschuld geeft de private sector een veilige bron waarin belegd kan worden. Dit versterkt de balanspositie van de private sector. Dat is van belang als recessie dreigt of andere negatieve schokken. De prijs van obligaties fluctueerde minder dan aandelenkoer-sen.
  2. Een staatschuld gaf zekerheid voor institutionele beleggers die kijken naar rendement op de lange termijn, zoals pensioenfondsen met oudere pensioengerechtigden. Die fondsen verkiezen zekerheid boven een hoger rendement.
  3. Een staatschuld stelt de private sector in staat een cumulatieve positieve balanspositie aan te houden.
  4. De staatsschuld kan niet op dezelfde manier worden beoordeeld als private schulden. De meerderheid van de houders van Nederlandse staatsobligaties zijn Nederlandse beleggingsinstellingen, zoals pensioenfondsen en verzekeringmaatschappijen. Een belangrijk deel van die staatsschuld is ook in handen van buitenlandse beleggers. Dat zijn ook meestal pensioenfondsen en verzekeringmaatschappijen.

Het belangrijkste is, dat het niveau van de schuld (en de einddatum waarop moet worden afgelost) afhangt van de vooruitzichten van de economie om die last op te brengen. Een voorbeeld. Een persoon zonder inkomen en bezittingen zal het onmogelijk vinden om een schuld van € 10.000,– terug te betalen.

Maar een persoon met een inkomen van € 1 miljoen zou diezelfde schuld als een onbeduidend bedrag zien. Het ‘inkomen’ van een land kan worden weergegeven door het BNP (Bruto Nationaal Product). In feite wordt de nominale schuld niet verlaagd, maar is de verdiencapaciteit van de economie (BNP) verhoogd.

De financiële sector stelt zich ongekend onbezonnen op. Goede raad is onvindbaar. Ook het opkopen van miljarden staatsschuld door de ECB kan een averechts effect hebben. Nieuwe zeepbellen dreigen door de schrikbarende groei van exotische financiële producten en noodlottige beursspeculaties. Hoe ver kan de reële rente onder nul zakken?

Gaan alle landen failliet of wordt een piramidespel gespeeld met Supermario Draghi als bedrieglijke bellenblazer? De werkloosheid daalt nauwelijks, het consumentenvertrouwen stagneert, dus ook het producentenvertrouwen trekt onvoldoende aan.

Zo groeit de economie nauwelijks. Zijn de eigen financiën op orde? Dan is het afwachten of het mis gaat of niet. Een ongekend financieel beleid voeren en geloofwaardig blijven lijkt ons problematisch voor politici en centrale banken (bron: samenvatting ‘Modernising Money‘ van Andrew Jackson & Ben Dyson).

©2015 Renée van Aller en John de Vries

Renée van Aller en John de Vries

Renée van Aller en John de Vries

Renée van Aller en John de Vries schrijven hun artikelen vanuit een veelzijdige vakkundigheid voor de Knipselkrant Curaçao en de Amigoe. Vanuit hun kennis en ervaring, toetsen ze de theorie in de praktijk. Renée werkte als jurist lange
tijd voor de Universiteit van Aruba en de Arubaanse overheid. John J.P. de Vries was jarenlang werkzaam als jurist bij de overheid en voormalig hoofd van de Arubaanse veiligheidsdienst. Zij presenteren een analytisch en onderbouwd oordeel op actualiteiten. Op alle artikelen rust het copyright bij zowel de Knipselkrant Curaçao en Amigoe als de Auteurs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *