AVC | Als de bom barst zijn Aruba en Curaçao het dichtst bij’

door Dick Drayer

De haven van Vela di Coro | Foto's Persbureau Curacao

De haven van Vela di Coro | Foto’s Persbureau Curacao

Als alles goed gaat vertrekken de boten zondagnacht uit Vela di Coro. Naar Curaçao. Volgeladen met allerlei handel en vooral groente en fruit. Jeffrey Loiaza is een van de mannen die regelmatig de oversteek maken.

Hij is geboren en getogen in Vela di Coro en reist vier keer per jaar op en neer naar Curaçao. Een trotse Venezolaan, 33 jaar oud. Hij woont al zijn hele leven aan de kust van de provincie Falcon. Wie vandaar recht vooruit kijkt naar het noorden, ziet Curaçao liggen. Tenminste als het weer het toestaat.

Drie weken terug had ik iemand in Venezuela gevraagd een persoon te zoeken

Jeffrey is automonteur

Jeffrey is automonteur

die regelmatig met een barkje op en neer naar Curaçao vaart. Hij kon mij wellicht meer vertellen over landgenoten die Venezuela verlaten, al dan niet op zoek naar geluk op Curaçao. Maar Jeffrey gaat deze zondag niet. “De boot ligt op de kant in Punto Fijo. De eigenaar heeft zijn oude bark verkocht en net een kleinere  aangeschaft. Die zijn we nu aan het opknappen.” Jeffrey voelt zichzelf geen gelukzoeker. Hij is gewoon automonteur. Dat wil zeggen: hij weet er veel van en heeft het vak op straat geleerd.

Handelsroute
Als het meezit verdient hij daar in een maand 15.000 bolivar mee. Zeg maar 150 dollar. Soms meer, soms minder. Althans officieel. In werkelijkheid zijn die bolivars maar 15 dollar waard. Hij kan er vijftien pakken melk van kopen. “Je

Bolivars zijn niet veel waard

Bolivars zijn niet veel waard

moet dus iets anders bedenken om te overleven.” Werk is er niet in Vela di Coro. Maar het kustplaatsje heeft wel iets wat andere plaatsen in Venezuela niet hebben: een levendige handelsroute met Curaçao. “Op tien uur varen ligt dat eiland van werk, dollars en guldens”, zegt Jeffrey. Hij komt er vier tot vijf keer per jaar.

“Toen duidelijk werd dat het werk hier niet voor het oprapen lag en ik zonder diploma’s op zak weinig kans maakte ergens anders, heb ik mijn maritieme papieren gehaald. Zodat ik mee kan op zee. Ik vaar nu op een boot van een Curaçaose ondernemer. Die handelt in van alles en nog wat: zeep, tegels, softdrinks, dierenvoedsel. Noem maar op. Hij levert op Curaçao aan Chinese toko’s.”

Zwarte markt
Wie de fruitbarkjes in Willemstad ziet liggen langs de kade, kan zich moeilijk voorstellen dat er aan de overkant geen fatsoenlijk groente en fruit te krijgen is. “Het beste komt op de boten terecht. Is eigenlijk illegaal, maar onze douane knijpt voor een paar dollars de ogen dicht. Op Curaçao krijg je valuta en je maakt meer winst.” Jeffrey neemt zelf nauwelijks spullen mee uit Curaçao. “Dat doet bijna niemand. Je verdient er misschien wel mee, maar liever houd je de suiker of de zeep voor jezelf. Daar krijg je er toch alleen maar bolivars voor terug, dus dat schiet niet op.”

De dynamiek van de zwarte markt is voor buitenstaanders niet altijd meteen te begrijpen. In de stad ontstaan regelmatig spontane rijen. Dan is er ineens gesubsidieerde bloem. “Dat is elders ook wel te krijgen, maar dan tegen de prijs van de zwarte markt. Wie geen toegang heeft tot dollars is daarvan uitgesloten”, zegt Jeffrey. “Het zijn vooral de armere mensen die in de rij moeten staan. En veel van hen doen dat niet, omdat ze zich ervoor schamen.”

Onmogelijk
Mee met een fruitbark naar Willemstad blijkt een onmogelijke opgave. Onze fixer had alles geregeld: een boot om weg te varen en toestemming van de

Dagloners in de haven

Dagloners in de haven

havenmeester van Vela di Coro om op te stappen. Officiële papieren van de autoriteiten met stempels en al. Maar hij had buiten de Nationale Garde van president Nicolás Maduro gerekend. “Die vallen iedereen lastig met hun controles en doen wat ze willen”, zegt Jeffrey.

Een poging op zondagmiddag om het haventerrein op te komen strandt bij de eerste controlepost. Gestempelde papieren blijken niets waard. De militair van de Nationale Garde waarschuwt dat de haven verboden terrein is. Als hij een camera ziet, wordt alles in beslag genomen. Een groep van twintig jongens staat te wachten bij de toegangspoort. Het zijn dagloners.

Gastvrij
Ze hopen mee te kunnen met de bootjes naar Curaçao. Twee, soms drie per boot kunnen mee. Soms moeten ze betalen, soms moeten ze klusjes op de boot doen. Sommigen van hen zijn al vaak geweest. Spreken ook goed Papiaments. Ze blijven soms maar een paar dagen, maar de meesten langer. Op de vraag of dat wel legaal is, antwoordt iedereen ‘ja’. “We zijn allemaal legaal. We hebben een paspoort en de douane stempelt dat af in Willemstad.”

De stemming slaat om als het over die documenten gaat. Eén van de dagloners vraagt waarom hem het leven zo moeilijk wordt gemaakt en waarom wij van Curaçao hier wel gastvrij worden ontvangen, zonder problemen, stempels en ander papierwerk. Discriminatie, concludeert de groep. Jeffrey begrijpt hun verontwaardiging. “Ze zijn op Curaçao heel streng”, zegt hij. “En onvoorspelbaar.”

“We voelen ons soms criminelen, zoals we behandeld worden. Mij werd verteld dat de autoriteiten van het eiland het idee hadden dat echte criminelen via onze barkjes wegvluchten van het eiland. Onzin, maar daardoor hebben we nu wel strengere controles. Je kunt nu ook maar twee keer per week vertrekken vanaf hier.”

De bouw
Illegalen gaan er niet mee op de bootjes. Althans, iedereen die je het vraagt, ontkent. Jeffrey denkt dat dat juist gebeurt met gewone bootjes. “Die kleine die je hier op het strand ziet liggen.” Maar hij geeft wel toe dat er steeds meer mensen mee willen op de boot. “Mensen van Valencia en Caracas. Zij gaan om langer te blijven.” Ze slapen op de boot, maar werken ergens in Willemstad. “Ze betalen om op de boot te komen. 150 dollar heen en weer. Komen ook legaal Curaçao binnen, slapen op de boot, maar werken in de stad.” Vooral in de bouw.

“Ik deed dat vroeger ook”, zegt Jeffrey. “Colombianen zoeken in de haven van Willemstad naar arbeiders voor de bouw. Vooral Venezolanen. Die spreken Spaans en werken hard. Curaçaoënaars zoeken ze niet, die werken niet.” Jeffrey grijnst. “Als je snel wilt werken, huur je Haïtianen en Venezolanen. 100 tot 120 gulden per dag inclusief eten. Alles is geregeld. Die Colombianen lopen in de haven, iedereen weet waar je moet zijn. Je wordt om acht uur gehaald en om vier uur weer gebracht.”

Rellen

Rellen in Coro

Rellen in Coro

Afgelopen week waren er rellen in Coro. Volgens Blanca de Lima is dat voor het eerst. Ze kende dat alleen van Caracas, de hoofdstad van Venezuela. Maar toen er afgelopen maandag geen water uit de kraan kwam, ging het mis. Elke maandag tussen acht en twaalf belooft het stadsbestuur water door de leidingen van de stad. Maar deze keer ging zelfs dat mis en was er niets. De mensen gingen de straat op en staken uit protest auto’s en autobanden in brand.

Blanca is sociaal antropoloog en heeft een graad in Geschiedenis. Ze doet onderzoek naar migratie in Venezuela. “Er is sprake van een Venezolaanse diaspora. Vier procent van de bevolking is onderweg. Colombia, Chili, Mexico, zelfs Miami. Dat begon al onder Hugo Chávez. Toen vertrokken de rijken van het land. Maar nu gaat ook de middenklasse, waar ik toe behoor, weg.”

De situatie is enorm verslechterd, volgens Blanca. “Noodzakelijke levensmiddelen zijn, ook in de rij, nauwelijks te krijgen. Voor het eerst in dertig jaar – sinds ik hier woon – kloppen mensen op de deur omdat ze honger hebben. Er zijn geen medicijnen meer. Daar gaan mensen aan dood. Wat ook nieuw is, hier ver van de grote steden, is de onveiligheid. Er zijn georganiseerde bendes met veel wapens. Het is niet meer alleen de overheid tegenover het volk.”

Veiligheid
Die persoonlijke veiligheid is wat iedereen bang maakt. “Ik kan mij een watertank veroorloven en heb er ook een.

Blanca de Lima

Blanca de Lima

Maar het bezit van water is een veiligheidsrisico. Met een lege maag overleef je deze week nog wel, zonder water is het gauw gedaan. Ik voel me niet veilig in mijn eigen huis.” Blanca is vorige maand overvallen. De gewapende overvallers drongen haar huis binnen. Niet om de televisie te stelen, maar om de ijskast leeg te halen. “En straks komen ze voor mijn water.”

De situatie in Venezuela wordt door veel mensen gezien als een verslechtering in slow motion. De vlucht van rijke mensen is al jaren aan de gang, Nu volgt de middenklasse. Op zich is er niets nieuws aan migratie. Zeker hier in de provincie Falcon. “Als hier de bom barst, welk punt is dan het meest dichtbij voor de mensen van deze provincie? Twee eilanden, meneer, Curaçao en Aruba!

Dieet van Maduro
Jeffrey loopt rond in de supermarkt. Op een van de schappen ligt nog een blikje babymelk. Over datum. Niet alle schappen zijn leeg. In het middenpad puilt er zelfs een uit. Vijf meter lang gevuld met lolly’s. De vriezer ernaast is leeg. “Vorige week kon ik hier kip kopen. Pakken van 1 of 2 kilo. Onbetaalbaar, maar het was er wel. Kijk hoe leeg het nu is. Er is niets. Als ik deze week kip wil eten, moet ik in de rij gaan staan.

Ik ben de laatste tijd veel afgevallen. Ik ben dunner geworden. We maken daar vaak grapjes over. Mensen zeggen me: hé, volg jij het dieet van Maduro?”

Dit artikel stond eerder in de Amigoe Ñapa van 2 juli 2016

Bron: De Achterkant van Curaçao

6 Reacties op “AVC | Als de bom barst zijn Aruba en Curaçao het dichtst bij’

  1. Heb nooit geweten dat Suriname aan Venezuela grenst. Maar goed, in Suriname zijn er toevallig wel veel Venezolanen de laatste tijd. In Colombia, Guyana en Brazilië ook. Ik hoef geen gelijk te hebben maar overdrijven is ook een kunst.

  2. Abraham Mossel

    Ja Jos, je hebt helemaal gelijk ( maar niet heus!) Waarom denk jij dat al die mensen uit noord en zuid Afrika met huis en haard ” als ze dat niet is afgepakt of verwoest is door hun eigen volk en dictators” de middelandse zee over steken in een lekke roeiboot,met meer kans om op zee te sterven dan het te overleven. En dan ook erbij te denken dat zij hier niet op Curacrim en Aruppo te landen ,maar op Nederlands grondgebied met al die voor en oordelen, als zij richting Suriboutje gaan worden ze er meteen weer uit getrapt, daar is geen geld meer voor het eigen volk. doei Jos

  3. Caracas Brazilie is wel een stukje lopen hoor!

  4. Wat dat laatste betreft: als je er niet voor werken wilt, heb je weinig keuze… 🙂

  5. Effe geld ophalen op Curaçao en weer lekker terug naar huis. Tja, alles wordt hier weggeven en de Curaçaoënaars mogen hun eigen stront eten!

  6. Nou zo ”dichtbij” zijn Curaçao en Aruba niet. Er ligt een immense zee tussen. Lopen naar de aangrenzende buurlanden is makkelijker en dat weten de Venezolanen ook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *